Mariet Lems – Zie mij

Te mooi om waar te zijn

door Peter J.R. Vermaat

Het combineren van poëzie en schilderijen is een hachelijke zaak. Maar al te vaak doet het ene element af aan het andere, zoals iemand die door een mooi stuk muziek heen zit te praten of iemand die zich bij een fraai uitzicht hinderlijk in beeld bevindt. De smaak van de lezer en beschouwer speelt immers een belangrijke rol bij het waarderen van de combinatie van beeld en woord: de kans dat zij elkaar versterken is daarmee niet zo heel groot.

Ook in mijn geval heeft zowel de beschouwer als de lezer bezwaren. Zonder mezelf als kunstkenner te willen afficheren, heb ik voldoende gezien om in de schilderijen van Cora Vries een sterke overeenkomst met de stijl van Marlene Dumas op te merken. Daarmee is over het onderdeel ‘beeld’ van deze bundel voldoende gezegd.

De gedichten verraden het ambacht dat ermee getoond wordt. Dit wordt al meteen duidelijk bij het openingsgedicht.

Schrijfopdracht

Kijk net zolang naar mij
totdat je iets opvalt
dat je nooit eerder hebt gezien

noem kleuren, geluiden, geuren
emoties, iets in mij
dat zich met jou verbindt?

schrijf een gedicht

zwicht niet voor verleidingen
van rijm en zomerhemels
belicht me met je pen
zie mij
en zeg

[p. 7]

Voor dichters en ervaren poëzielezers vallen de effecten van klankherhaling (gezien – geluiden – geuren – gedicht), ‘verborgen’ rijm (gedicht – zwicht – belicht) en bewuste onvoltooiing (zie mij / en zeg) onmiddellijk op. Waarschijnlijk zal een geoefende voordrachtstem de handen van het toehorend publiek er wel voor op elkaar krijgen, maar de lezer blijft in mijn geval hangen aan de punten van het skelet, dat door de dunne huid van het gedicht heen steekt.

Een ander voorbeeld is het gedicht ‘Verloren’ op p. 11.

Verloren

Hoe komt het dat hun vragen mij verdringen
naar waar ik wegkruip achter mijn gezicht
zodat mijn antwoord loodzwaar van gewicht
zichzelf begraaft onder de bangste dingen

Ze laten woorden van hun tanden springen
Ze bijten in mijn lippen, ritsen dicht
wat binnenin mij zoekt naar lijn en licht
terwijl mijn taal zich het liefste los wil zingen

Dat is wat ik in het gat van stilte hoor:
een stem die ongehoord zijn richting vindt

die mij ontsnapt voorbij het zwijgend kind
voorbij de zeggingskracht die ik verloor

Stem open mij, laat de muziek beginnen
zodat verlies verschoven wordt naar winnen

Naast het morele aspect, waarbij de dichter de in mijn ogen minst interessante kant kiest, namelijk die van de ‘ik’ die in verdrukking leeft, valt mij het esthetische aspect van dit gedicht op. Alle emotionele en emotionerende rafelranden, die iedere lezer wel achter de taal zal vermoeden, worden door de sonnetvorm naar de verre achtergrond geplamuurd. Je zou daartegen kunnen aanvoeren dat ook een zorgvuldig ingedeeld en aangeharkt kerkhof de gedachte aan de dood niet doet verdwijnen, maar een gedicht is als het goed is een daad van kunst, dus een daad van verzet en geen rustplaats met een hoge heg eromheen en ‘Rust zacht’ boven het smeedijzeren hek bij de ingang.

Ik wil gedichten lezen die waar zijn, waaraan ik niet ontkomen kan en de taal moet die weerhaken in mij weten te slaan. Doordat in vrijwel alle gedichten van deze bundel het ambacht de boventoon voert, zijn ze stuk voor stuk te mooi om waar te zijn. Voor teksten die het lijden willen verpletteren onder een lading talige troost is er volgens mij voldoende plaats in rouwadvertenties en parochieperiodieken.

Maar misschien neem ik deze bundeling te serieus en moet ik haar niet als poëziebundel zien, maar eerder als een soort catalogus van een tentoonstelling, in combinatie waarmee hij ook op internet te vinden is. In de webshop op de site van uitgever JouwBoek.nl (Uitgeverij U2pi) zoek je er namelijk vergeefs naar.

***
Mariet Lems (1946) is specialist literatuureducatie, cultuurcoach, dichter en tekstschrijver. In 2013 verscheen de herdruk van Weten waar de woorden zijn, een methodiek creatief schrijven voor het basisonderwijs en schrijfdocenten. Voor het programma Cultuureducatie met Kwaliteit leidt ze leerkrachten op tot specialist literatuur.
Cora Vries (1956) studeerde grafische vormgeving aan de Academie Minerva te Groningen en daarna volgde ze de opleiding schilderen, tekenen, ruimtelijk ontwerpen aan de Koninklijke Academie te Den Haag. Ze is werkzaam als zelfstandig beeldend kunstenaar.

 

Geplaatst in Recensies.