Joris Brussel

Joris Brussel (1987) is stadsdichter van Alkmaar en voormalig stadsdichter van Beverwijk en van Velsen. Hij is hiermee de eerste Nederlandse dichter die drie stadsdichttitels in de wacht sleepte. Hij publiceerde o.a. in Tirade en op hard//hoofd en hij had een poëzierubriek ‘Dicht in de duisternis’ op 3FM. Ook heeft hij zijn eigen columnrubriek ‘Brussels blik’ in het Noord-Hollands Dagblad. Hij deelde dichtpodia met o.a. Joost Zwagerman, Bart Chabot, Tjitske Jansen, Ingmar Heytze en Menno Wigman waaronder het nationale Gedichtenbal, Onbederf’lijk Vers en Amsterdam Wereldboekenstad Festival. Voor zijn poëziedebuut zoekt hij nog een uitgever.

foto Martin Waalboer

 

 

Laatste wens

We liepen om en om een dodenmars
overdwars over een grafheuvel
waaronder mijn overleden hamster lag.
We zeurden niet, maar zeken wel
onze jongensblazen leeg
terwijl de wereld innig zweeg.

Onze kragen propten we vol
met zijn wintervacht
net op tijd voor de storm begon.

We knaagden aan de wolken
en wogen wind af om te weten
hoeveel ruimte zijn versleten ziel
nodig had om te verwaaien.

We liepen om en om
een dodenmars op een grafheuvel
en naar mate de tijd verstreek
werd het blauw in onze ogen bleek
terwijl de honger onze magen vulden.

Het opwachtten duurde en duurde
we waren inmiddels vel over been
toen daar eindelijk Magere Hein verscheen.
We liepen onze laatste dodenmars
en hebben zijn grijns gevild
dat had Hammie vast gewild.

 

Henkie

Henkie die was volgens de juf
anders gebouwd dan wij.
Daarom deed ie van die domme dingen
zoals stiekem op stoepkrijtjes knarsen
en stoute woorden over het schoolplein schreeuwen
terwijl alle juffen en meesters het konden horen.
Weet je nog die Henkie? God, wat was ie gek.

Gekke Henkie is nu gekke Henk
en op bloedeloze dagen als het windstil is
plakt hij met Prittstift meeuwen terug in de hemel
en fluistert hij ze verzonnen woorden toe
waar alleen hij zelf de betekenis van kent.

De rest van de klas doet nu van die domme dingen
als werken en zorgen baren over ons investment capital
terwijl we uit frustratie op snoepkrijtjes knarsen
en stoute woorden over het schoolplein
schreeuwen tegen onze ex-vrouwen
terwijl alle juffen en meesters het kunnen horen.
Weet je nog die Henkie? God, wat zijn we gek.

 

Dagboek van een ruimtevaarder

Dag 1661
Ik zag laatst weer een vallende ster
ik heb bijna geen wensen meer over
en mijn capsulegenoot Petrov
snurkt nog steeds zo erg.
Ik weet niet hoe laat het is
maar ik mis je een beetje.
Ruimtereizen maakt hongerig
gelukkig is er nog pindakaas met stukjes
die me doen denken aan je sproeten.
Doe je je moeder nog van mij de groeten?

Dag 2583
Hoe is het weer?
Het regent hier al dagen meteorieten
en ik krijg het heen en weer van de grote beer
Alle sterrenstelsel lijken toch allemaal op elkaar.
Ik ben hier best wel klaar,
maar nog wel wat lichtjaren onderweg.

Dag 3826
Petrov snurkt nog steeds.
Ik heb hem gemeld dat hij
naar de klote of naar maan mag lopen.
Hij koos het laatste.
Hij is geloof ik al bijna op de helft
en de pindakaas is inmiddels op.
Ik heb vandaag uit verveling een strop geknoopt
en ik mis je verdomme, maar dat is het ergste niet
wat ik nog het meest aan de ruimtevaart veracht:
het is jezelf best lastig verhangen zonder zwaartekracht.

 

Geplaatst in Gedichten.