Stefan Hertmans – Onder een koperen hemel

De tover van het beeld

door Herbert Mouwen

De bundel Onder een koperen hemel van de Gentse auteur Stefan Hertmans maakt eerder de indruk een klein verzameld werk te zijn dan een nieuwe bundel van zijn hand, zo groot is de verscheidenheid in onderwerpen van zijn gedichten. Wat dat betreft is de titel Onder een koperen hemel goed gekozen, wanneer je uitgaat van de overkoepelende betekenis ervan. De bundel bevat maar liefst 97 gedichten. Op een klein aantal na, waaronder een kleine reeks over de Eerste Wereldoorlog, zijn alle gedichten titelloos. Het ontbreken van een verdeling in afdelingen nodigt de lezer uit tot bladerend zoeken in de bundel. De talloze eigennamen en verwijzingen naar allerlei actuele zaken, kunsthistorische en geografische namen en feiten uit het persoonlijke verleden van de dichter sturen hem daarbij. Zo zijn er gedichten die refereren aan de Italiaanse Renaissance, met name aan schilders als Giotto, Pinturicchio, Luca Signorelli en Fra Angelico. Als lezer word je gedwongen de bedoelde afbeelding van een schilderij, een fresco of een tekening van een van bovengenoemde kunstenaars op te zoeken en deze ter vergelijking naast Hertmans’ gedicht te leggen. Het levert – één plus één is drie  – een meerwaarde bij het lezen en de interpretatie van het gedicht op. Het volgende gedicht ‘Luca Signorelli’ verwijst naar zijn fresco’s over de Openbaring in de Capella Nuova in de kathedraal van Orvieto, ‘een droomrots drijvend in de lucht’ en gaat vooral over de beleving van ‘wie door de bogen gaat’. In het gedicht wordt de lezer geconfronteerd met het contrast tussen het licht binnen en het licht buiten, tussen volwassenheid en jeugd, met het verglijden van de dagelijkse tijd van ochtend naar avond en met de dichter als aanwijzende, wellicht richtinggevende ik-figuur:

De tover van het beeld rijst op
uit koelte van een ochtend:
ogenschijn, lichamen die zich vinden,
en vlees dat spreekt met zoveel tongen.

Ik wijs het aan, het meisje kijkt:
zoveel is ons ontnomen dat weer
toevalt aan wie door de bogen gaat.

Dan wijst de blauwe man ons grijnzend aan:
ook jij en ik, we zijn getekend door dit beeld.

Licht heft Orvieto tot de hemel,
een droomrots drijvend in de lucht.

We komen buiten, avondlicht.
En alles is gegeven – de codes en
de namen, de tekenen, de geest.

Etruskisch diep is nu je blik.

Stefan Hertmans heeft een band met de landen die gelegen zijn aan de Adriatische Zee (‘het Dalmatisch blauw’), zoals Kroatië, Bosnië-Herzegovina en Griekenland. In zijn gedichten over deze landen verbindt hij de natuur, die vooral staat voor het verleden, aan de hedendaagse geschiedenis en de actualiteit. De boom is voor hem het symbool van het overleven van de tijd, zoals in het gedicht over de ‘Bora’, de snijdende noordoostelijke wind die ‘gelooid Dubrovnik’ teistert. In dit gedicht staat de boom ‘op / hard vallen’ en ‘hij klampt zich aan / het allerlaatste vast,’. Ook het vers dat begint met de ‘Cipressen op het eiland Brač’ roept herinneringen op aan ‘de illusies van een zilveren zee’.  De bekende ellipsvormige brug van Mostar, de Stari Most, over de rivier de Neretva waar in 1993 zwaar gevochten is door Bosnische Kroaten en het Bosnische regeringsleger is onderwerp van zijn poëzie. De brug, die in deze Balkanoorlog verwoest is, verbindt twee culturen: een katholieke en een islamitische. Het beeld in de openingsstrofe van dit oorlogsgedicht is fraai gekozen:

De brug van Mostar kromt zich
als de rug van een blazende kat,
met trappen als wervels die elkaar
in schemering met trillende
onvatbaarheid omschijnen.

De vier gedichten over de Slag bij de IJzer (1914) en het onder water laten lopen van het gebied tussen Nieuwkoop-Diksmuide zijn een herinnering aan de Eerste Wereldoorlog die zich in West-Vlaanderen afspeelde. De gedichten gaan niet alleen over de gruwelen van de oorlog, maar roepen vooral ook de herinnering op aan de tijd dat op het ondergelopen land – een laatste poging om de Duitse troepen tegen te houden – nog geoogst kon worden. In de eerste drie strofen van ‘De oogst’ met de ondertitel ‘Flanders Fields’ krijgt de man met de zeis een dubbele betekenis:

Het maaien had hij meegemaakt,
en het geluid dat vallen maakt
voordat de halmen breken.

Hij had rijen gezien, en rijen,
altijd maar rijen die vielen
voor het zingen van de zeis,

het sissen van gulzige
monden van metaal.

Dit viertal gedichten is niet los zien van Hertmans’ roman Oorlog en terpentijn (2013), die gebaseerd is op de nagelaten geschriften over de Grote Oorlog van zijn grootvader, de soldaat Urbain Martien. Ze zijn ook een persoonlijk monument dat opgericht is in het herinneringsjaar 2018, dat het einde van de Eerste Wereldoorlog markeert.

Hertmans noemt in zijn gedichten Nederlandse dichters als Hans Faverey (1933-1990) – voor hem een inspiratiebron – en Karel van de Woestijne (1878-1929), van wie zijn borstbeeld gestolen is in het Koning Albertpark in Gent. Het gedicht ‘Zuidpark en Woestijne’ is in de dichtstijl van Karel van de Woestijne geschreven. De dichter roept gedachten op aan ‘De Dapperstraat’ van J.C. Bloem met de versregel ‘Natuur is voor zwijgenden’. De parodie op de cantilene ‘Vera Janacopoulos’ van Jan Engelman (‘Ach dokter, zucht Ambrosia, / wat vloeit mij uit’), die eindigt met ‘En dokter, / die stoelgang van de ziel, / denk je dat ik er ooit / nog van genees?’ zal de lezer even doen glimlachen. Zijn gedicht Merelbeke revisited (‘Ik vroeg aan haar die me verliet / wat de herinnering met ons deed.’) lijkt een toevoeging op zijn coming of age-roman Naar Merelbeke (1994). De bundel Onder een koperen hemel heeft een breed spectrum aan verrassende onderwerpen. Nog een voorbeeld: de koppeling van ‘zoete warme eenzaamheid, / dat wat je deelt met je demonen, / met jou’ aan de  prachtige, overgevoelige song ‘Lilac wine’ van de te vroeg gestorven popzanger Jeff Buckley, vond ik een voltreffer.

De gedichten van Hertmans zijn ondanks het hanteren van het vrije vers vormvast te noemen. De dichter heeft veel aandacht voor de ritmiek van de versregels. Het gebruik van hoofdletters en interpunctie en een zorgvuldige verdeling in strofen bevorderen de leesbaarheid van de gedichten. Bijzondere woorden en frasen zijn een enkele maal cursief gedrukt. Onder een koperen hemel is wat de vorm en leesbaarheid betreft een toegankelijke dichtbundel, maar dat geldt zeker niet voor de inhoud. De bundel kent ruim drie bladzijden met ‘Aantekeningen’. Daarin staat in welke tijdschriften de gedichten in eerste instantie gepubliceerd zijn; de gedichten zijn onder de noemer van het tijdschrift geplaatst. Dat is onoverzichtelijk, omdat de lezer van de bundel in de ‘Aantekeningen’ moet zoeken naar de titel of de eerste versregel. Vanuit het perspectief van de uitgever begrijp ik dat dit ruimtebesparend is. Titelverklaringen, geografische, (kunst)historische en literaire verwijzingen, opdrachtgevers en wijzingen in de gedichten zijn ook vermeld in de ‘Aantekeningen’.

De voorkaft van de bundel refereert aan de vuurbal van de komeet Halley, die in 1301 de aarde passeerde en op Giotto’s fresco van De aanbidding der wijzen (1304-1306) in de Arenakapel in Padua te zien is. Het motto dat Hertmans aan de bundel meegaf, verwijst niet alleen naar de titel, maar plaatst de lezer in een kwetsbare, afhankelijke positie: Deuteronomium 28:23 ‘Ook zal de hemel boven uw hoofd van koper zijn / En de aarde onder u van ijzer.’ Een opvallende keuze van de dichter. In de oudtestamentische tekst voorafgaande aan het motto is het hel en verdoemenis dat de mens wacht, wanneer hij niet volgens Gods geboden en wetten leeft. Het tweede motto van J. H. Leopold: ‘Schoonheid is tyranniek gezind / en zelfgerecht en voert bewind’ is een contrast met de  Deuteronomium-tekst en spreekt mij vanwege de esthetische stellingname meer aan. De keuze van de tekst uit Deuteronomium is het enige waar ik niet mee uit de voeten kan bij deze betekenisvolle bundel, die in mijn ogen nu al een mijlpaal is in de Nederlandse geschiedenis van de dichtkunst. De dichter Stefan Hertmans kan niet beter verwoorden hoe ik het lezen van deze bundel heb ervaren: ‘Je staarde naar verdwenen beelden / die je de kost gaf met gesloten ogen / die ik niet meer vergat.’
____

Stefan Hertmans (2018). Onder een koperen hemel. Bezige Bij, 199 blz. € 22,99. ISBN 9789403123103

Geplaatst in Recensies.