Bibi Dumon Tak en Annemarie van Haeringen – Laat een boodschap achter in het zand

Spannende gedichten over bijzondere hoefdieren

door Eric van Loo


December 2018 interviewde Alja Spaan kinderboekenschrijfster Bibi Dumon Tak, die eerder dat jaar de Theo Thijssenprijs had ontvangen voor haar hele oeuvre. Reden genoeg om -misschien bij wijze van uitzondering- in de recensierubriek aandacht te besteden aan kinderpoëzie. Bibi Dumon Tak schreef eerder korte dierenportretten die te lezen zijn in Bibi’s bijzondere beestenboek (2006), Winterdieren (2011, winnaar Gouden Griffel) en Bibi’s doodgewone dierenboek (2013).

De gedichten in het najaar 2018 verschenen boek Laat een boodschap achter in het zand zijn allesbehalve vormvast. Geen makkelijk zingbare versjes, zoals we kennen van Annie M.G. Schmidt en Willem Wilmink. Er is geregeld eindrijm, dat echter nooit nadrukkelijk of voorspelbaar wordt. De vormgeving van de gedichten is zeer afwisselend: naast verhalende gedichten en odes aan bepaalde evenhoevige dieren treffen we ook een WhatsApp-gesprek, een ingezonden brief, een spreekbeurt, een contactadvertentie en zelfs een opgetekend live wedstrijdverslag aan. Moeten we wel van gedichten spreken? Laten we het maar doen. In het interview in Meander spreekt de schrijfster tenslotte ook van kinderpoëzie.

Evenals vele dichters in de ‘volwassenenpoëzie’ zoekt Dumon Tak de grenzen van het genre op. Opvallend is ook, dat haar werk tot de non-fictie wordt gerekend. Zij schrijft gedichten die niet alleen mooi of grappig, maar ook informatief zijn, gebaseerd op haar kennis van de dierenwereld en aanvullende naspeuringen. Behalve de vormvariaties zijn de gedichten ook extra aantrekkelijk voor het jonge publiek dankzij de illustraties van Annemarie van Haeringen. Geen plaatje bij een praatje, maar krachtige tekeningen, waarbij zij voor elk dier weer een nieuwe invalshoek kiest. Het boek heeft een stevige harde kaft, met zo op het oog een fragment van een giraffehuid. Maar als u beter kijkt op de niet al te grote foto boven deze recensie, ziet u dat de meeste vlekken gestileerde dierfiguren zijn.

Het gesprek tussen het wilde zwijn en haar zusje, het tamme varken (haar portret staat op de rechterpagina van dit gedicht) is weergegeven als een WhatsApp-gesprek. De toon van het gesprek is wat (k)luchtig. Er zit subtiel rijm in het gesprek geweven (rond/grond, hangen/stangen, ontmoet/bloed). Spelenderwijs komen de verschillen in leven en leefomgeving van wild zwijn en varken aan bod. Het varken blijkt geen weet te hebben van buitenlucht of seizoenen. Het wilde zwijn vertelt, zo blijkt uit het vervolg van dit gedicht, hoe twee mannetjes om haar gevochten hebben.

Op de flaptekst lezen we, dat in het boek alleen de evenhoevigen welkom zijn. ‘Evenhoevigen: dat zijn dieren met twee of vier tenen, zoals de dikdik, de Kaapse buffel en de giraffe die hebben. Helaas wordt de tapir en de zebra daarom de toegang geweigerd.’ Dat uitgangspunt lijkt eerder een slimme truc om spanning op te voeren. Er zijn immers relatief weinig onevenhoevigen (16 soorten, waaronder de paarden, pony’s, ezels, zebra’s, tapirs en neushoorns). De evenhoevigen zijn met 200 soorten tegenwoordig de meest succesvolle grote planteneters. Veel soorten (rund, geit, schaap, kameel, lama, varken, rendier) zijn van groot economisch belang. Toch krijgen onze koe, geit of schaap geen aandacht in dit boek, liever verkent de schrijfster dieren die door hun grootte of leefgebied interessant zijn. Zoals de sneeuwgeit, die haar kinderen op ijzingwekkende hoogtes grootbrengt, de Japanse bosgems of de uitgestorven oryx die toch weer tot leven is gewekt. Of krachtpatsers als de Kaapse buffel of het nijlpaard. De laatste kun je beter niet interviewen, zoals de onverstandige dikdik ervaart. De naïeve interviewer wordt ten slotte letterlijk verslonden door de arrogante mannetjesputter. Een moderne fabel à la Jean de La Fontaine. Geheel passend bij de tijdgeest schrijft de okapi een boze ingezonden brief tegen de discriminatie van de onevenhoevigen. En de drietenige tapir houdt toch stiekem een spreekbeurt over evenhoevige dieren, waardoor we spelenderwijs nog meer over deze groep te weten komen. Het creatieve taalgebruik van de schrijfster komt goed tot uiting in het volgende gedicht:

De wilde kameel

Wilde kamelenman, alleenstaand,
zkt. kennismaking met vr.
6 jr.
kinderen geen bezwr.
Sterk. Zeer trouw.
Flex. Kan tegen hitte (+50 °C.)
en extr. kou (-40 °C.)
Komt uit Mongolië, Gobi wstn.
Chinese uit Lop Nur geen probl.
Mag ook hele harem zijn.
Tam niet gewenst,
(want te veel vermenst).
Ben jij, of zijn jullie, de ware(n)?
Laat dan een boodschap achter in het zand.
We zijn nog maar met duizend,
het is zo stil en leeg hier
en mijn ♥ staat al te lang in brand.

Subtiel rijm, een mooi neologisme (vermenst) en spelenderwijs opgediende informatie over dit dier, dat we verder alleen als tam lastdier uit Noord-Afrika en Arabische landen kennen. Het gebruik van in contactadvertenties gebruikelijke afk. maakt dit gedicht tot een extra uitdaging voor de jonge lezer. In een Eerste Indruk op ooteoote.nl ga ik dieper op dit gedicht in.

In het boek staat nergens vermeld dat het ‘gedichten’ betreft, en ook een leeftijdsaanduiding, die bij prentenboeken of jeugdliteratuur gebruikelijk is (bijv. 8+), ontbreekt. Bas Maliepaard (recensent jeugdliteratuur Trouw) plaatst Laat een boodschap achter in het zand in zijn Top5 van 2018. Als leeftijdsindicatie geeft hij 9+ aan. Ouders van nu, die het boek voor 8+ geschikt acht, zette het in zijn Top5 van de mooiste kinderboeken voor de feestdagen. Maar het is natuurlijk ook te gebruiken als voorleesboek voor jongere lezertjes. Daarbij valt er tussen de regels door voor de ouders voldoende te genieten. Direct bij het eerste gedicht is het al raak. We zien een giraf, die zo groot is dat het uiteinde van zijn nek en de kop niet in beeld komen. Op de rug van de giraf twee piepkleine rode laarsjes. En ook een ladder tegen zijn nek geplaatst. In het gedicht zelf geen spoor van Dikkertje Dap. Dat zou misschien voor de kleintjes te ingewikkeld zijn.

In het eerder aangehaalde interview licht de schrijfster haar werkwijze als volgt toe: “Als schrijver moet je wel degelijk rekening houden met je lezer als je voor kinderen schrijft. Het mag niet langs hen heen gaan. Je woorden hoeven niet op een gespreid bedje te liggen, maar ze mogen ook niet onbereikbaar zijn. Als kinderdichter kun je je nu eenmaal minder permitteren dan wanneer je dicht voor volwassenen. Maar een goed gedicht voor kinderen is ook een goed gedicht voor volwassenen.”

Voor welke leeftijd is dit boek geschreven? In ieder geval voor ouders tussen de vijfentwintig en de vijftig. En voor grootouders tussen de zestig en de tachtig. De leeftijd van de kinderen kan ik niet zo een-twee-drie inschatten. Als je niet kunt wachten, lees het dan voor aan je dochtertje van vier of vijf. Maar jonge onderzoekertjes van zes of zeven zullen nog ademlozer luisteren, en ook je vroegwijze zoontje acht ik genegen om zijn dino’s in te ruilen voor evenhoevigen. Van mij krijgt dit boek in ieder geval een tien. Ik houd me aanbevolen voor uw leeservaringen.

____

Bibi Dumon Tak en Annemarie van Haeringen (illustraties) (2018). Laat een boodschap achter in het zand. Uitgeverij Querido, 56 blz. € 15,99. ISBN 9789021414423

Geplaatst in Recensies.