Frank Keizer – lief slecht ding

dus als je meeleest, deel dan die woede. om de versmoring van echte fucking ervaringen.

door Kamiel Choi

De tweede dichtbundel van Frank Keizer, die in 2016 debuteerde met Onder normale omstandigheden, is een mooi vormgegeven boekje. De titel in een felrood, romantisch lettertype beslaat de hele donkerpaarse kaft en doet geëngageerde, persoonlijke poëzie vermoeden. De bundel leest als een essay in dichtvorm over de mogelijkheden van echte saamhorigheid in tijden van kil kapitalisme, en is het sterkst op de plekken waar de poëtische dimensie de essayistische ontwikkeling van de gedachten overstijgt.

De eerste afdeling, ‘lief’, spreekt een vastgelopen activist aan. Het openingsgedicht schetst de uitgangssituatie van waaruit de reflectie in deze bundel vertrekt, en geeft een goede indruk van de stijl:

je hebt de fictie van het transcendentale wel achter je
gelaten en ook de leegte is niet weldadig meer, dat bad
van bloed, puur product van je communie, je bent
er schuilgegaan en geruisloos is onder je dak dat lied
kapotgegaan. dus hum je nu iets anders, er is geen
huis meer, geen kamer in de geschiedenis, alleen nog
een telefoon voor de affecten, een diaspora in plaats
van een internationale. er valt niet veel te zingen, echt
te zingen. mompelen, nee mompelen, dat kun je wel

Het transcendentale en de leegte helpen niet meer, terwijl de internationale plaats heeft gemaakt voor een diaspora en een ‘telefoon voor de affecten’: rekent Keizer hier af met respectievelijk Kant, het existentialisme en Trotski? En waartoe zal het mompelen leiden?

Gaandeweg valt dit collectieve je/men samen met een individu, een lief, en daarmee een wij. Ze bezinnen zich op de situatie in de wereld van de koude economische logica, waarin betekenisvolle gemeenschappelijkheid niet echt bestaat. Het motto van deze afdeling is van de Belgische filosofe Isabelle Stengers, ‘Recovering means recovering from the very separation itself, regenerating what this separation has poisoned.’

Het gaat om de scheiding tussen individu en collectief. De reflectie in ‘lief’ mondt uit in minimale hoop: ‘je draait steeds in hetzelfde kringetje rond, maar het is een kringetje waarin je gelooft.’ Je ‘begint te praten’ en ‘het is gekrabbel maar gekrabbel dat ertoe doet’. Keizer schetst een romantisch beeld van rond een kampvuur zitten en verhalen beluisteren en doorvertellen. Er is hoop zolang we ondanks alles onze verhalen met elkaar kunnen delen.

‘Slecht’ begint met een gevolgtrekking: ‘dus probeerden we erover te praten, ons gebrek aan organisatie’. Het motto is van de postmodernistische schrijfster Kathy Acker, over de paradox dat juist iets dat niet politiek is, reactionair kan zijn. We zien de auteur worstelen in de wetenschap dat hij tot op het bot bepaald wordt door zijn omgeving. Er is geen morele autoriteit meer, want ‘onze wil, die was een rimpeling geworden’. De auteur ‘snakte naar lucht’ in de hoop een nieuw ‘forum’ te vinden (mogen we dit lezen als knipoog naar een actuele politieke partij die staat voor wat Keizer haat?). Het eindigt met de weigering om slechts te overleven in een diversiteit van meningen naar het van oorsprong maoistische motto ‘duizend bloemen’ (verschillende politieke meningen). Een toekomst onder zo’n regime van radicale gelijkwaardigheid van ideeën ontbeert iets:

maar ik accepteer deze lucht niet, zei je, die oud, kaal licht
is waarin geen sterren meer gevonden konden worden
alleen gemijnd, zei je

kom, ik heb een ander idee

Dat andere idee wordt uitgewerkt in de derde afdeling, ‘ding’. Door de persoonlijke vertwijfeling en intense zelfkritiek doet de bundel me aan de Negative Dialektik van Theodor W. Adorno denken. Adorno bekritiseerde het ‘jargon van de eigenlijkheid’, de pretentie van een authentiek spreken, zoals Heidegger dat voorstond, waarop onze sociaaleconomische situatie geen invloed heeft. Keizer begrijpt dat eigenlijkheid niet met een jargon kan worden afgedwongen.

In ‘slecht’ vonden we al een toespeling op een immateriële of postmateriële leefstijl. In ‘ding’ worden de wetten van het materialisme uitgevaagd en krijgt revolutionaire retoriek zijn zin terug, maar de ‘rode ster’ van het communisme is een vallende ster. De wens die Keizer daarbij doet is: blijven leven, al hebben we geen ‘uitbreidingsmogelijkheid’ (ik lees dat als de mondiale communistische revolutie). De ideologische ambitie moest eerst tot een minimum worden gereduceerd om het antwoord te zien:

het antwoord lag op deze opgewarmde aarde en hing in de vervuilde lucht,
we hoestten het op, het slijm was traag maar bevatte
aanwijzingen, als vogels in de lucht

Aarde en lucht zijn commons, in het Nederlands te vertalen met het vergeten woord ‘meente’. De negatieve externe effecten van het kapitalisme (milieuvervuiling, klimaatverandering) bevatten de belofte van zijn eigen ondergang. De logica van de vrije markt schiet tekort wanneer internationale samenwerking is vereist. Door de noodzaak van collectief overleven herontdekken we een saamhorigheidsgevoel, een gemeenschap, en wordt het gekrabbel rond een ideologie die op sterven na dood was wellicht weer zinvol. Dit stemt niet toevallig overeen met wat de Sloveense Marxistische filosoof en psychoanalyticus Slavoj Žižek zegt.

Voor de oplettende lezer die niet wars is van politieke poëzie valt er in deze bundel veel te ontdekken. Taalkundig is deze poëzie bewust sober en weinig avontuurlijk. Keizer schreef poëzie in plaats van een essay omdat het fragmentarische, stamelende spreken essentieel is voor de boodschap van de bundel. Het is een meeslepend narratief dat de worsteling van ideologisch links in een post-truth tijdperk illustreert, waarin als laatste schijnwaarde de democratie zelf is overgebleven.

Lief slecht ding leest als een introductie op de ‘eigenlijke’ gedichten die niet komen en zodoende lees je de bundel in een ruk uit, als een drug (is het toeval dat de initialen van de titelwoorden ‘lsd’ zijn?). Dat kan een zekere irritatie oproepen, wanneer je niet bereid bent om naast de auteur te liggen en naar de vallende sterren te kijken, maar voor lezers die begaan zijn met de worsteling om een authentiek spreken malgré tout, is dit verrassende lectuur. Ik ben benieuwd hoe Keizer de vogel-aanwijzingen opvolgt en of er een volgende, meer constructieve bundel, mogelijk is.

____

Frank Keizer(2019). lief slecht ding. Polis/Pelckmans, 64 blz. € 19,99. ISBN 9879463104074

Geplaatst in Recensies.