Vrouwkje Tuinman – Lijfrente

Sterkte, mevrouw Starik

door Ernst Jan Peters

Het eerste gedicht in de bundel Lijfrente van Vrouwkje Tuinman heet ‘Maart’. Dat is precies de maand dat Tuinmans geliefde Frank von der Möhlen, als dichter bekend als F. Starik, overleed: 16 maart 2018. Een hartstilstand maakte dat Frank niet ouder werd dan 59 jaar. ‘Maart’ is een gedicht met observaties in de tuin van Tuinman. Kleine kikkervisjes die van vorm veranderen, van punten in komma’s, taal is overal. Met als afsluitende zin: ‘Er staat iets te gebeuren.’ Dat ‘iets’ maken we van dichtbij mee en zo is de bundel ‘een direct verslag van het eerste jaar na een verlies’ zoals de achterflap meldt.

Na ‘Maart’ volgen 41 gedichten over ziekenhuizen, zaken regelen, wennen aan de leegte en alles wat er maar komt kijken bij afscheid van een geliefde, en dan zijn we met het laatste gedicht ‘Gras’ opnieuw in een tuin: ‘Ik sta aan de rand van wat eigenlijk meer mos is / dan gras. Mijn perk zit vol kuilen en oud blad, maar / ook wonen er mollen in en wormen, er springen padden, / ’s avonds landen er libelles. Ik neem een stap.’ De ‘ik’ gaat verder na een periode van stilstand.

Zoals rouwenden wel vaker hun omgeving willen sparen en hun verdriet relativeren om het behapbaar te houden, zo heeft Lijfrente iets afstandelijks en iets opgewekts. Dat begint al met de omslagfoto, gemaakt door Vrouwkje Tuinman zelf. Op de foto zien we een soort van betonnen verdedigingswerken met allerlei kijk- of misschien wel schietgaten. Een man met een zwart pak steekt zijn hoofd in een gat om naar binnen te kijken. Dat is een grappig beeld, de wat onhandige manier waarop de man, om glijden te voorkomen, zich vasthoudt, de schoenen geheel gebogen. Het verdwijnen van het hoofd in het gat. Wat ziet de onthoofde man daarbinnen? Die ironische, soms absurde, kijk op de wereld zien we terug in de gedichten.

LASTIGE MAN

Als iemand met een klapper door een deur stapt
en ‘Mevrouw Von der Möhlen’ aankondigt,
met een vraagteken erin, sta ik op. Tegenwoordig.
Dat is een van de dingen die je leert in een ziekenhuis.
Je kunt maar beter getrouwd zijn, ook als je het niet bent.
Ik reageer ook op varianten, want dat vraagteken
is er niet voor niets, het is een lastige naam.
Van Meulen. De Molen. Moelen. Bij alles spring ik
in het gelid. Soms noemt iemand me samenvattend
Frankie. Net zo makkelijk. Aan ‘Sterkte, mevrouw Starik’
probeer ik uit alle macht te wennen.

Ron Rijghard interviewde F. Starik in 2010 toen Stariks bundel Victoria net uit was. In die bundel was een afdeling opgenomen met gedichten over te vroeg overleden collega-dichters zoals Adriaan Jaeggi. Een fragment uit dat gesprek, terug te vinden in Ik deug alleen voor de poëzie (Rijghard, 2010):

“Een gedicht schrijven over een dode vriend is ‘volkomen anders’ dan over een onbekende, zegt hij. ‘Deze gedichten gaan over de verbijstering die me bevangt bij het volledig onverwachte overlijden van iemand.’
Het gedicht ‘Huis’ handelt over het werk dat aan de dood vastzit. ‘Dat je in iemands huis rondloopt en de krant anders legt en de gordijnen sluit. In een volledig functionerende woning hoort een bewoner en die ontbreekt. Dat is bizar. Dat schrijf ik op omdat het mij ten diepste toe beweegt. Al wordt het uiteindelijk ook een gedicht met grapjes erin.’
Wat hij probeert is de zinloosheid van de dood betekenis geven. ‘Ik schrijf het niet van me af, maar naar me toe. Om het waar te kunnen maken, om het te kunnen geloven.’ “

De gedichten in Lijfrente lijken hetzelfde te beogen. Alles beschrijven wat je meemaakt in de rouwperiode als methode om te bevatten dat iemand er echt niet meer is. De leegte is echt, er is overal goed gekeken. Naar je toe schrijven, gedicht na gedicht. En dan worden intimiteiten niet gemeden. Zoals in het wrange gedicht over internetchantage waarbij wordt beweerd dat ze je hebben gefilmd met je broek op je knieën terwijl je porno zat te kijken. Betalen of de beelden gaan naar je vriendenkring! De ‘ik’ heeft doelbewust niet betaald, om op die manier zelf de beelden te kunnen zien…

POST AAN HET HIERNAMAALS

Je hebt goede smaak, schrijft ene Shandee Ruan,
en hij lacht digitaal. Het is 22 maart en je hebt
vanaf dan nog een dag om te betalen.

Sandee noemt je wachtwoord. Het is simpel,
zegt hij. Hij installeerde een programma en
zag vanaf toen alles wat jij hebt gedaan.

Guess what, meldt hij. Je bezocht een website
om het leuk te hebben, je weet wel wat hij bedoelt.
Je had het leuk, en dat kost je nu 900 euro.

Volgens Shandee heb jij dertien contacten.
Familie, collega’s die alles te zien krijgen
als jij om bewijs vraagt, of niet betaalt.

Wat heeft Shandee – zijn naam brengt liefde,
een nieuw begin, trekt geld aan – voor op mij?
Waarom ziet hij jou zitten, ruim een jaar na je dood,

en ik niet? Antwoord met Yes!, eist hij,
en nee, dat is niet onderhandelbaar.
Waar blijft de video? Het is al 25 maart.

Al het gewone leven heeft een andere dimensie gekregen nu de geliefde definitief is verdwenen. De koelkast uitzoeken op etenswaren die voorbij de houdbaarheidsdatum zijn. Het luchtje van de geliefde. De enorme verzameling van schoonmaakmiddelen die de geliefde had opgebouwd. Het bezoek aan de moeder van de geliefde bij wie het maar slecht doordringt dat haar zoon niet meer zelf zal komen. De onvoldoende gefrankeerde condoleancekaarten.

‘Lijfrente’ is niet alleen de titel van de bundel van Vrouwkje Tuinman, maar ook die van een gedicht over de administratieve handelingen die horen bij het ontvangen van een lijfrenteuitkering. Lijfrente is een bedrag dat periodiek wordt overgemaakt aan een begunstigde als iemand daar een bepaald bedrag voor heeft gestort. F. heeft dat gedaan voor V. Het gesprek erover loopt van de condoleance naar de felicitaties: ‘ik ben geslaagd. Er komen vijf vruchtbare jaren aan.’ Waar de lijfrente is gebaseerd op de inbreng van de geliefde F., geldt dat evengoed voor de bundel. In al zijn afwezigheid is hij de meest aanwezige hoofdpersoon in de gedichten. Vrouwkje Tuinman heeft de overledene naar zich toe geschreven en via Lijfrente mogen wij daarover meelezen en dat is een bijzondere ervaring. De gedichten zijn kwetsbaar en krachtig tegelijkertijd. Bij de ‘Verantwoording’ worden vier collegadichters bedankt. Hebben die een rol gespeeld bij de totstandkoming van de gedichten? Hebben zij de dichter gewaarschuwd voor de passages die al te openhartig en persoonlijk werden? Vrouwkje Tuinman is met de bundel op toernee door de regio’s, dat lijken mij vragen om aan haar te stellen als zij in de buurt is…

­­­­____

Vrouwkje Tuinman (2019). Lijfrente. Cossee, 64 blz. € 19,99. ISBN 9789059368637

Geplaatst in Recensies.