“een tijdloos ritueel”

We citeren Jean Pierre Rawie boven een bloemlezing eindejaarsgedichten, goede wensen, dichterlijke overpeinzingen en filosofische afsluitingen. Dat we dit jaar mogen uitluiden in tevredenheid en reikhalzend mogen uitkijken naar een nieuw jaar!

afbeelding Pixabay

 

De afgronden

Kerstmis en Oudejaar,
de afgrond, het gevaar.
Met touwen aan elkaar.
Verboden dood te vallen
alléén: want elk trekt allen.
Messcherp de rand, waarop wij staan.
-God, zie ons aan.-

© Ida Gerhardt
uit Het levend monogram
opgenomen in Verzamelde gedichten, (Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2010)
Voor altijd jong

Dat God je zegene en steeds behoede.
Dat alles lukken mag waar je naar dong.
Doe goed aan anderen. Ontvang het goede.
Streef naar de sterren. Blijf voor altijd jong.

Word eerlijk en rechtvaardig zijn nooit moede.
Laat steeds de waarheid rollen van je tong.
Wees in de geest van koninklijken bloede.
Ervaar het licht. En blijf voor altijd jong.

Laat steeds je handen bezig zijn met scheppen.
Laat steeds je voeten zich naar doelen reppen.
Sta stevig als het leven anders dwong.

Moge je hart als vreugdeklokje kleppen.
Moge het lied weerklinken dat je zong.
Maar boven alles: blijf voor altijd jong.

Vertaling © Jan Kal
van Forever young, Bob Dylan (Planet Waves, 1974)
uit Bob Dylan herbezocht
opgenomen in Een dichter in mijn voorgeslacht (Nijgh & Van Ditmar, 2015)
Kalender

Allengs gelatener naarmate
je door de tijd wordt ingehaald,
hecht je steeds minder aan de data
waardoor je leven is bepaald.

Het ene jaar is als het ander,
en in een tijdloos ritueel
plaats je de kaarsen in de stander
en hebt aan elk verleden deel.

Je blik is van de grote dingen
en van de wereld afgewend,
omdat je in het meeste geringe
het alomvattende herkent.

De jaren volgen op elkander,
je voelt hoe zonder onderscheid
een eeuwigdurende kalender
aeonen aan aeonen rijt.

© Jean Pierre Rawie
uit Onmogelijk geluk (Bert Bakker, 2001)
Tijdkat

toen ik tien was
zag ik voor het eerst de tijd
met een klokhuis op zijn rug
voorbijkruipen

pas op mijn dertigste
kon ik zien hoe hij werkelijk was
de kat
die in iedere hoek van de kamer zat
en de seconden wegspinde

mijn huid werd van glas
mijn hart
de schedel van een struisvogel

© Joris Miedema
uit Om een leven wringt de krappe lijst
opgenomen in de bundel De dood en drie andere gedichten (Stanza, 2017)
Nieuwjaarskaarten in de vijftiger jaren

Voor het laatst vertoonde zich de goudkleur
van ikonen en middeleeuwse schilderijen op
wenskaarten uit de vijftiger jaren: laatste
opleving van de beslotenheid en het geluk.

Nog eenmaal spanden mensen als een rendier
natuur voor hun ar: breng ons verder! Breng
ons door de poort van het stervende jaar! Ja
hoefijzers en klavertjesvier, zilverglitter,

reikten postbodes aan in de sneeuw. Eeuwig
stormden klokken aan in de lucht, schijnsel
viel uit kerkjes. Zoete landschappen ademden

geur van vanille uit. In de zandwegen hoog-
stens karresporen; blijde vinkjes laag op hun
tak. Ongeloof stortte neer op ‘t ganzenbord.

© H.H. ter Balkt
uit Tirade, 1993
Het einde

De scheurkalender op z’n dunst.
We ezelen de files in, de winkels
uit met mondvoorraad voor tien.
De oude kuddegeest drijft ons
de laatste avond bij elkaar.

Om samen van alles te nemen, te eten,
kwinkslagen te kaatsen en oud zeer
te soppen, onze hoofden dik gevoerd met roes.
De koelkast zoemt van welbehagen.

Aan alles komt een begin.
Klokslag scheurt het jaar zich los,
het jongste uur ontfermt zich over ons,
zoent zich wijd in. We drommen
vrieskou in voor namaaklicht
en gierende bewijzen van bestaan.

Veel later staan we zeldzaam traag
en zeldzaam langzaam op. We gaan
het jaar weer overdoen –

© Inge Boulonois
uit de bundel Idioom van geluk (Poeziefonds Open/Uitgeverij Kontrast, 2016)
Geplaatst in Gedichten.