Wietse Hummel – Morgen kan het allemaal anders zijn

Droom en werkelijkheid

door Maurice Broere




De bundel is opgebouwd uit negen afdelingen van wisselende lengte. Achterin staat een verantwoording. De afdelingen bevatten gedichten van wisselende lengte. Erg korte verzen komen niet voor. De laatste afdeling: ‘Geluk plakt niet, zeker niet op het voorhoofd’ omvat een gedicht van tien bladzijden. De dichter hanteert doorgaans een regelmatige strofe-indeling en geen eindrijm.

Hummel behandelt allerlei thema’s: de dood, het dichten zelf, het zoeken naar woorden, de tekortkomingen van taal, de droom, de slaap. De dood speelt in verschillende gedichten een belangrijke rol. Er zijn verwijzingen naar een overleden zusje. In sommige gedichten lijkt sprake te zijn van een Orpheusmotief waarin de dichter een poging lijkt te ondernemen door woorden de dode tot leven wekken. Hij verwijst in bedekte termen naar de periode waar we nu in zitten. Nergens valt het woord covid, maar wel kom ik terrassen tegen en lockdown. De titel lijkt daar ook op te slaan.

Er is sprake van verwijzingen naar de Bijbel en naar de popcultuur, onder andere The Kinks, Steely Dan, David Bowie. Ook wordt er gesproken over klassieke componisten als Bach, Schubert en Pergolesi.

Intercity

Meegenomen door de haast ontwaken
ochtenddromen tussen steden in

in het voorbijgaan van mijn gedachten
loopt terloops een fluisterend gesprek

verzonken blikken werpen zich loom naar
buiten langs de draden van mijn spoor

een aankomst rekt zich gapend langzaam uit
voordat een kou mij bij mijn kraag vat

ogen die stilzwijgend achterblijven
roepen om mijn onbereikbaarheid

ik ken ze of ik heb ze ooit gezien
en ik kijk naar wat ik achterlaat

ik verdwijn nu in een andere tijd
als mijn verlangen met hen meereist.

Zeven disticha, veertien regels. Je zou kunnen pleiten voor een sonnet, wat goed te verdedigen is, omdat je de laatste strofe als een wending zou kunnen zien. Daar houdt de overeenkomst met klassieke poezie wel mee op, eindrijm en een gelijke regellengte ontbreken. Wel past Hummel heel organisch assonantie toe.
Het is een intrigerend gedicht, omdat de dichter de wonderlijke sfeer van de vermenging van innerlijk en buitenwereld beschrijft, wat heel herkenbaar is voor iemand die regelmatig met het openbaar vervoer reist. Aan de ene kant zit je in eigen wereld met je gedachten en associaties soms nog half dromend en aan de andere kant het landschap dat voorbijglijdt, de gesprekken en bezigheden van de medereizigers in de directe omgeving. De dichter neemt je mee op reis in de vroege morgen en doet dat heel knap zoals in de vierde strofe. Je voelt hoe de trein tot stilstand komt en dat de reizigers zich uitrekken, opstaan en de warmte van de coupé gaan verlaten. Een gedeelte van de reizigers heeft het doel nog niet bereikt, maar de tijd van samen is voorbij. De herinnering aan het gemeenschappelijke blijft. Het lijkt een metafoor voor het leven. Je trekt een periode met elkaar op en gaat daarna weer je eigen weg.

———————————————————————————————— Celluloid heroes
——————————————————————————————————– The Kinks

Held op celluloid

Hij ziet zijn leven als een dubbelrol
in een ingebeeld heldendom.
Dialogen trekken hem mee als
stijlfiguren op het witte doek.

Niets is vanzelfsprekend hier in de
eindeloze poëzie op celluloid
en dwaas dwalen zijn gedachten tot
woorden in een fictieve orde.

Een bundel zwevende metaforen
doorklieft een donkere ruimte
waar hartstocht hijgt en wellust danst
tussen dijen stille verlangens.

In een totaalshot ziet hij een close-up
van zijn levende illusie terwijl
de aftiteling hem terugbrengt in
een storyboard van zijn eigen script.

‘Everybody’s a dreamer and everybody’s a star. And everybody’s in movies, it doesn’t matter who you are.’
Zo klinken de eerste regels van het lied ‘Celluloid heroes‘ uitgevoerd door The Kinks en geschreven door Ray Davies. Uit die eerste regels blijkt dat we een dubbelleven leiden: enerzijds de droom anderzijds de werkelijkheid. Dat geldt ook voor de dichter. Net als in een film is alles mogelijk en kan hij de werkelijkheid naar zijn hand zetten en lopen droom en daad door elkaar. De dichter zet de woorden in een bepaalde volgorde, maakt gebruik van metaforen en probeert zo zijn gevoelens onder woorden te brengen. Het vers is als het ware een gecondenseerde vorm van zijn ervaringen, maar aan het eind belandt hij toch weer in de realiteit.

Die zondagavond in de zomer toen

Hoe het leven ooit was ingelijst
eeuwig leek op een kleurenprent
bedtijd met gordijnen open
een hor zeeft de geuren en
krijtstrepen op een avondblauw.

In de verte ruist een radio
een trompet huppelt ingeblikt
om mijn moeder heen.
Mijn vader arrangeert
hier en daar een regenbui
en stuurt de zon
naar de ondergang.

De witte tuinbank
achterin het paradijs
onschuldig naast de appelboom
schemert niet mee.

Ze drinken er koffie.
Ik zie ze zitten en
nu pas naar mijn raam kijken.

In dit gedicht ook weer een vermenging. Ditmaal een jeugdherinnering van een kind dat ’s avonds door zijn slaapkamerraam de tuin inkijkt en zijn ouders op een bank ziet zitten aan de ene kant en aan de andere kant een ingelijste foto met daarop zijn ouders op hetzelfde bankje. Hij beschrijft zijn ouders: zijn moeder houdt blijkbaar van muziek en zijn vader is de regelaar. Blijkbaar is het kind nog zo jong dat in zijn beleving vader voor alles zorgt. Mooi vind ik de tegenstelling tussen de witte bank en de schemering. Grappig de subtiele verwijzing naar de Hof van Eden inclusief vruchtboom. Beide elementen vloeien naadloos samen, de foto en de herinnering. De dichter voelt zich na al die jaren betrapt.

Morgen kan het allemaal anders zijn is de tweede bundel die Hummel uitbrengt, de eerste was in eigen beheer. Nu lijkt hij het officiële podium te betreden en volgens mij hoort hij daarop thuis. Hij vertoont gerijpt dichterschap al moet hij misschien nog de neiging bedwingen ‘echt’ te dichten door zinnen als: ‘Schaduwen schuwen schemer. Schuiven / ze van de (…)’ Gelukkig komen dit soort escapades weinig voor. Hij heeft ze absoluut niet nodig, want hij weet de taal uitstekend naar zijn hand te zetten en deze overdaad heeft hij niet nodig.

____

Wietse Hummel (2021). Morgen kan het allemaal anders zijn. Uitgeverij Gopher, 94 blz. €16,50. ISBN 978 9493230248

Geplaatst in Recensies.