LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Joost Hontelez

10 feb, 2024

Joost Hontelez is liefhebber van de Franse taal en cultuur en de natuur van overal. Begin jaren ’90 won hij de Gouden Pennenvrucht tijdens de Nacht van het Boek in Tilburg en mocht hij optreden in het voorprogramma van Gerrit Komrij. Het leverde hem vanuit de coulissen een goedkeurend knikje van de grote dichter op. Werk van hem verscheen in het tijdschrift Lava.
In 2021 bracht hij de dichtbundel Spechtensten uit. Hierin neemt hij de lezer mee naar de wereld in en buiten zijn hoofd tijdens de omzwervingen die hij maakt in het gezelschap van zijn muze, de fiets.
Publiceert wielergedichten en is daarmee ook aktief op Instagram.  Ander werk verscheen in Het Gezeefde Gedicht en het Franse internettijdschrift L’Imagineur.

foto © Godfried van Utrecht

 

Oslofjorden

Van Moss naar Horten schuift het schip.
Water van kobalt, een hemel van kobalt
en middenin een witte stip. Een Oslofjord
van ongeloof: ik ben niet hier, het is niet

waar, de eilanden, de oevers en de bomen
zijn er wel. Ze waren er al lang. Maar ik? Voel
de wind, de trilling op het dek, het zonlicht
op mijn oogleden. De oevers en de bomen

drijven door en worden een verleden. En waar
ik niet beweeg is enkel elders om mij heen.
De eilanden, de bomen, ze blijven op hun plek,

mijn is een permanent vertrek, ik blijf me maar
verkassen. Het water en de oevers zullen altijd
zijn. Tegen zoveel tijd ben ik niet opgewassen.
Lytte

Luister met je blote voeten naar de dauw
in het gras. Tel de zandkristalletjes tussen
je tenen en de walvismonolieten rondom.

Luister, want golven stranden anders.
Milder. Hul je in porositeit, want de
Skagerrakwind wil dwars door je heen.

Luister dan bij nacht naar het donker
van de rotswand. Het responsorium
van uilen in de eiken en de dennen.

Van de uilen en de fluisterende golven.
De golven die vertrekken in het duister
en de wind dwars door je heen. Luister.
Insjøen

Ik vroeg het meer wat peilloos was,
het antwoordde met blauw. Vroeg
het naar een scalpel en het sneed

dwars door weerspiegeling, vroeg
naar roerloosheid, het gaf me
dennenbomen op een eiland.

Informeerde naar verwondering,
het antwoordde opnieuw met blauw,
een blauw dat in het water
blauwer was dan in de lucht.

Vroeg wat rimpelloosheid was. Kreeg stilte.
Vroeg het naar de vroegte en kreeg koelte.

Ik vroeg het meer helemaal niets
en wachtte op een antwoord.

     Andere berichten

Kinderpoëzie (III)

Kinderpoëzie (III)

‘Waarom leest iemand geen gedichten? Omdat iedereen (en die iedereen heeft nooit gedichten gelezen) zegt dat gedichten moeilijk zijn, dat...

Kinderpoëzie (II)

Kinderpoëzie (II)

‘Waarom leest iemand geen gedichten? Omdat iedereen (en die iedereen heeft nooit gedichten gelezen) zegt dat gedichten moeilijk zijn, dat...

Kinderpoëzie (I)

Kinderpoëzie (I)

‘Waarom leest iemand geen gedichten? Omdat iedereen (en die iedereen heeft nooit gedichten gelezen) zegt dat gedichten moeilijk zijn, dat...