Je blindstaren op ieder woord
door Hans Franse
Het is een uiterst virtuoos debuut, de bundel van Kris Lauwereys, Neerwaarts verzet, zo virtuoos dat het mij blij maakt dat er nog zulke diepgaande, mythische poëzie geschreven wordt in onze taal. De dichterlijke taal is rijk en voldragen, de vormen, die het ambacht zouden kunnen bewijzen, als dat nodig is, worden door elkaar geschud en opnieuw bekeken, er is klank er zijn neologismen en vergelijkingen. Maar bovenal is het diepgaande poëzie, ik heb de bundel zeker vijf keer doorgelezen om de inhoud te kunnen doorgronden, elke keer vind je als lezer wat anders. Het is een bundel die uitdrukkelijk de lezer bij het complot betrekt en uitdaagt te lezen wat hij leest en te vinden en te verklaren wat hij vindt, met schijnbare tegenstellingen en meerdere mededelingen en boodschappen tegelijkertijd. De lezer moet zich actief opstellen. Het is een verrassend debuut vanwege de rijpheid en het perfecte van de poëzie. Deze kwaliteit komt niet uit het niets, maar moet gebaseerd zijn op hard werken: denken, vergelijken, lezen, opnieuw proberen. Ik moest aan de componist Schumann denken, die Chopin voorstelde aan collega’s met de woorden: ’Hoed af, heren, een genie!’. Ik zou het willen parafraseren tot: ‘Sta op, dames en heren, jongens en meisjes, een dichter, en deze keer een échte’.
Er is een begingedicht, een soort programma. Het is eerder online gepubliceerd.
tussen de rotsen gegooid als naamloos zaad.
Ons graan was voer voor kraaien, in hun
magen vlogen we op, zo kenden we de hoogte.
–
Eerst grepen we ondergronds plaats, een broeinest
van beloftes, tot een waakvlam op ons neerdaalde.
Toen groeiden we met vurige tongen naar buiten,
braken in anderen in, voegden hun schouders aan de onze toe.
–
We waanden ons vaders van onszelf, stralende
koortsdansers van de stijgende lijn. We wankelden
de maat van de verticale opmars. Het ging ons te boven.
Toen we genazen, waren we te mager voor de nacht.
–
We kregen onze wortels niet doorgeknaagd. Ook nu nog
houden ze ons aan de rand overeind, vastgeregen
aan de rafels van ons duizelend verzet. Niet te vallen
is onze enige opgave. Die diepte geven we niet op.
Het is verleidelijk om dit gedicht woord voor woord te bekijken. Je blind te staren op de woorden. Je herkent een kracht, een ontwikkelingsgang, maar het lukt maar niet de traditie, de oude (boom)wortels door te bijten. Er zit somberheid in met sombere beelden. Koortsdansers duidt op een fel verlangen om op te stijgen in een wankele situatie. Nee, er staat echt niet koorddansers Kortom: de inleiding tot ‘neerwaarts verzet’.
Er zijn vier delen die na dit gedicht volgen, ook dat lijkt een programma: ‘Kaalslag’ is het eerste deel: ruim alles op om nieuw te beginnen. Daarna is er een ‘Stilstand’. Die stilstand is niet bevredigend, de woorden vreten, het verlangen komt op. Het leidt tot deel drie ’Strijdlust’ dat begint met het gedicht: ‘Wie nog schrijft moet zich schamen’. En ten slotte als een wervelend slot, een finale de ‘Opstand’.
’Kaalslag’ begint met een gedicht ’Ýggdrasil’, een begrip uit de Noorse mythologie dat ‘wereldboom’ betekent en verwijst naar het ontstaan van de kosmos, naar de levenslust, het ‘mastjaar’ komt (een jaar met overvloedige vruchten). Een vijftal gedichten ‘Leiestraat 49’, volgt, waarin de dichter naar zichzelf kijkt. Een aantal titelloze gedichten volgen vol angsten voor vernieling, waarin elementen uit die mythische benadering uitgewerkt worden. Er gebeurt van alles, want ‘Buiten // was een oorlog / verklaard die twijfelde aan woorden, (…) De taal bood nergens nog voedsel (…)’. Uiteindelijk lijken herinneringen, ervaringen opgeruimd en wordt er geconcludeerd, het gedicht is cursief gezet: ’Uitgezuiverd. Puin dat de tijd doorstond. Het huis is in de winter afgebrand / een avond dat de deken niet volstond (…)’.
Ook het gedicht waarmee het tweede deel ’Stilstand’ begint is in cursief gezet: ’raak deze taal niet aan / leg haar niet aan banden / in een keel die zij ontkent (…)’, waarna zeven stilstandsgedichten volgen, die alle beginnen met de regel: ‘Nu staan we hier’, een bezinning op de situatie. Na het zevende gedicht begint er wat energie te ontstaan: ’We gaan dan maar (…)’ en in het volgende gedicht: ‘We moesten gaan (…)’. Andere regels: ’Dit is geen afgebroken opstand, maar thuiskomen / in vervallen huizen (…)’. Het indrukwekkende einde van het laatste gedicht voor de gecursiveerde conclusie: ‘Elke geboorte is geen veroveringstocht / op de stilte of wat voorafging, maar op onszelf.’
—————————————————– –blindstaren op ieder woord
–
—————————————————- —als de stilte in de jaren
—————————————————- –jou voorgoed van mij ontvoert
—————————————————-zeg ik niet: zij die voor mij kwamen
—————————————————- –hebben mij de mond gesnoerd
Dan ontstaat er nieuwe energie, er lijkt afgerekend met een gemis. ’Strijdlust’ wordt opgewekt in het derde deel. Dit deel bestaat uit een aantal gedichten van 14 regels. De dichter speelt hier met de vorm: alle gedichten zijn samengesteld uit één strofe van 9 regels, gevolgd door 5. Naast het Shakespeare sonnet( 3×4 regels plus 2 rijmende concluderende slotregels) ontstaat een nieuwe variant. Mag ik die munten als Lauwereys sonnetten? Nonet plus quintet?
De dichter stelt zichzelf vragen en bezint zich op wat was en gaat komen. Ik citeer het Lauwereyssonnet, dat mij het meeste aanspreekt:
uitgehold, de dorst verzameld
van alle bekers die ik aan mij
voorbij liet gaan. De toekomst
zilver uitgelepeld. Als spook-
schrijver van een sprookje
dat begint met ‘er komt ooit…’
en ons tot kind herstelt,
kortom, ik ben een uitgestelde held.
–
Het monster dat me later zal
verslinden wordt intussen
anders opgevoed. Het speelt
schaak met ons op zondag
en brengt goede wijn mee. Rode
Het laatste deel van de bundel is de ‘Opstand’. Ik weet niet of ik het goed ervaren heb, maar het lijkt mij dat het tempo van deze gedichten wat sneller is, ik ervoer het in ieder geval zo toen ik er enige hardop las. Soms wordt die snelheid ook gestimuleerd door het beeld: er is een viertal gedichten waarin elke 7e regel gecursiveerd is, het lijkt op een samenvatting en een terugwijzen op de andere delen van de bundel. De opstand komt eraan. En wat is het resultaat? ‘Bereid je voor / op de breuklijn. Neem afscheid, elke nacht, van alles’.
De bundel eindigt met een cursief afgedrukt concluderend gedicht, dat op een verzoening lijkt. Ik citeer de laatste regels:
————————————————- — – op eeuwigheid en het verdwijnen
————————————————- – – door het valluik van de tijd
————————————————- — –deert ons niet
–
———————————————– —vertrek nu maar – je was hier niet
Ik moet ons allemaal feliciteren met dit onverwachte, sterke debuut. Ik kan alleen maar hopen dat de volgende bundel niet te lang op zich laat wachten en van dezelfde hoge poëtische kwaliteit is.
____
Kris Lauwereys (2024). Neerwaarts verzet. Uitgeverij Archipel, 61 blz. € 20,00. ISBN 9789464989014