LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Interview Karen de Boer

3 apr, 2025

‘Dichten is voor mij vooral eerst goed kijken, en luisteren.’

door Alja Spaan

 

Karen de Boer (1967) schrijft al zo lang zij zich kan herinneren. Uiteindelijk is de poëzie de vorm die haar het beste past. Het schrijven van gedichten biedt een tegenwicht aan haar werk bij de rijksoverheid. Een aantal gedichten is bekroond of opgenomen in verzamelbundels. Daarnaast combineert zij tekst met collages, waarbij zij gebruik maakt van oude postzegels, atlassen of verpakkingsmateriaal. Publicaties vóór Schietspoel zijn Van A tot Z in vorm, Suspendisse, Heden, wij en twee sonnettenkransen (www.bookmundo.nl) en Van Atlas tot Zoo. Sinds maart 2025 is Karen voorzitter van de Haiku Kring Nederland.

De gedichten bij dit interview komen uit Schietspoel.

foto © Marjon van der Vegt

 

Gefeliciteerd met je debuutbundel Karen. Hoe kwam deze tot stand?
Dank je wel! Ik heb in de afgelopen jaren in eigen beheer verschillende producten uitgebracht, veelal een combinatie van woord en beeld. Schietspoel kun je inderdaad zien als mijn poëzie debuutbundel. Vorig jaar kreeg ik de vraag of ik bij Poëziefonds OPEN een bundel zou willen uitbrengen. Ik heb toen een stapel van rond de honderd gedichten verzameld en heb in de rust van de Orkney eilanden hieruit een selectie gemaakt en een eerste ordening in afdelingen. Het was een heel bijzondere ervaring om vervolgens met Monica Boschman, redacteur van OPEN, de gedichten en de bundel gedetailleerd te bespreken.

Op de site van de uitgever staat dat je in deze bundel ‘vaste grond op papier vindt’ voor ‘beelden van vroeger die met de jaren mee kleuren’. Moest je lang zoeken alvorens je die ‘vaste grond’ vond?
Ik heb gemerkt dat bepaalde beelden en herinneringen uit het verleden zich gemakkelijk aandienen als basis voor gedichten. Het is delven van materiaal en daarmee aan de slag gaan. Met als resultaat dat er in die – bekende – beelden weer nieuwe lagen gevonden kunnen worden of verbindingen kunnen worden gelegd. Het materiaal dat in mij opgeslagen ligt is daarmee een onuitputtelijke bron. Een van de afdelingen heet Vaste grond en het vastleggen in gedichten laat mij aarden.

Wankelmoed

Met armen wijd voor evenwicht
waadt zij stap voor stap als waren het
haar eerste door bewegende leegte.

Trillend veen zuigt haar laarzen
slurpend in de zompige grond.
Stilstand is de diepte in.

Struiken overwoekeren het pad.
In haar warme jas haken
scherpe doornen zich vast.

Oude vragen drijven
op gestapelde lagen antwoorden
niet-wetend wankelt zij,

zij valt. Weet wel: achterover
naar waar ze vandaan komt
niet spartelen, gewicht verdelen.

Als zij naar twijgen grijpt,
houvast vindt aan een stam
kiert door het grijs een bleke zon.

Heb je een schrijfritueel?
Vaak komen ideeën of eerste zinnen binnen als ik onderweg ben, op mijn scooter naar mijn werk, als bijrijder in de auto op weg naar een rustige bestemming of ‘s nachts. Ik heb vele losse blaadjes, en notities en ingesproken zinnen in mijn telefoon. Soms rolt een gedicht er vrij gemakkelijk uit, maar ik ken ook goed het incuberen, laten rijpen, en dan opeens voelen dat ik het gedicht aan het papier kan toevertrouwen. Ik ken minder het aan mijn bureau gaan zitten en wachten tot er iets komt.

Waarom koos je voor het schrijven?
Ik heb geschreven zolang ik mij kan herinneren. Korte verhalen en twee ‘boeken’ als kind, columns, essays, een eerste proeve van een roman die ik schreef op het eiland Chios als twintiger, eerste gedichten tijdens mijn studie Nederlands. In 2009 vond ik tijdens een leiderschapsprogramma ‘Muze de kern’ in Appelscha eindelijk de vorm waarin ik wil schrijven. Eerst resulteerde die vorm in een combinatie van tekst en beeld (collages). Op dit moment heeft tekst de overhand als uitingsvorm.
Wat voor mij goed werkt, zijn schrijfwedstrijden of opdrachten. Een thema of een verplichte zin zoals bij de Willem Wilmink gedichtenwedstrijd zetten mij gemakkelijk aan tot schrijven. Sinds 2009 heb ik nooit last gehad van een writer’s block en ik vind het een heerlijke zekerheid dat er tot nu toe altijd tekst blijft komen.

In de recensie op Meander wordt ‘het spannen van de schering’ genoemd als metafoor voor zowel het schrijven als het leven. Klopt dat?
In de recensie wordt het weven benoemd als zinnebeeld voor het leven. Ik heb ‘de draad’ altijd al een mooi beeld gevonden, zoals de draad van Ariadne die meegenomen wordt in het labyrint en hulpmiddel is om de weg terug te vinden. Je kunt weliswaar een aantal draden spannen waarlangs je je leven inricht, maar in retrospect kun je vaak pas de rode draden zien die in je leven zijn ontstaan. De schietspoel staat voor mij symbool voor dat heen en weer schieten in de tijd, waarbij de nagalm van het verleden en de lokroep van de toekomst samenkomen in het nu.

 

Roltongen

Vorige week nog opgerold de varens
en ergens tussen toen en nu
toen niemand keek brak teergroen uit
dat wuift in de wind op weg naar bruin.

In die studentenkamer vol lawaai waar,
zittend op de grond tussen roze bergjes zout
met vlaggetjes erin, dronken monden
elkaar vonden – gelukkig nieuwjaar!

De voor twaalven uitgedeelde roltongen
slap op de grond want door heel hard
te blazen om op z’n luidst te toeteren
scheurde het felgekleurde papier.

Oh, voor even terug te kunnen rollen
tot de varenkrul, tot in de wortelstok,
tot in de zachte aarde.
Tot voor het verheugen.

De recensent gaat ervan uit dat ‘het lyrisch ik samenvalt met de dichter’. Meestal zegt de dichter dan dat niet alles autobiografisch is. Hoe verhoud jij je tot je poëzie?
Voor mij is de autobiografie wel de basis voor mijn poëzie, waarbij ik hoop dat de wijze van verwoorden leidt tot het verbinden van de autobiografie van de lezer aan de uiteindelijk universele thema’s die ik kies. Misschien was het daarom de zin uit de recensie ‘ik ben de dichter dankbaar dat zij mij daarover (over ‘een raadsel’) laat mijmeren. Antwoorden zijn (…) minder belangrijk’ die me raakte: ik wil wel vanuit mijn eigen ervaring schrijven, maar de lezer uitnodigen tot reflectie, of herkenning, waarbij ik niet particulier wil zijn.

Hoe kwam je met poëzie in aanraking?
In de schoolagenda’s die ik nog heb, verzamelde ik als kind al ‘mooie teksten’, maar tijdens de eerste jaren van mijn studie Nederlands heb ik veel poëzie gelezen. De komst van social media maakte dat ik weer meer in aanraking kwam met poëzie en ik heb daar van alles uitgeprobeerd. Zo heb ik cocreaties gemaakt: ik plaatste een oproep waarbij lezers een uur lang één woord konden posten bij een thema, en een uur later zorgde ik dat ik met alle aangeleverde woorden een gedicht plaatste. Dat is altijd gelukt, en het leuke is dan dat teksten ontstaan die je nooit zelf had kunnen verzinnen in je eentje. Een collega schreef dagdichten op Twitter, dat heb ik ook ruim drie jaar dagelijks gedaan. En ik heb al jaren een veertigdagenproject op Facebook waarbij ik tijdens de vastenperiode gedichten verzamel bij een thema. Steeds meer sturen degenen die meedoen eigen gedichten in. Dit zijn voorbeelden van wat vluchtiger projecten, maar die zorgen voor veel interactie in een prettig netwerk.

De recensent zegt ook dat je bundel ‘concentratie ademt en rust’. Betekent dat ook dat je graag de controle houdt?
Ik zie zelf niet zo het verband tussen concentratie en rust, en controle. Wel speel ik in mijn werk, en ook in de bundel, met zowel vaste als vrije vormen. Vaste vormen gaan mij relatief gemakkelijk af. Bij het sonnet bijvoorbeeld is de vorm helder en speel ik binnen de vorm met de taal. In de vrije vorm ligt in feite alles aan het begin nog open en laat ik me graag verrassen door wat er komt. Om vervolgens te spelen met ritme, klank, en hoe het gedicht er op de pagina uitziet. Ik houd zelf niet van een gedicht waarin opeens een paar regels veel langer zijn dan de rest. Dat zou je als controle houden kunnen bestempelen.

 

Glazen tafel

Geduldig neem ik vette vingers voor lief
en draag gelaten omgevallen chocomel.
Niets kan mij meer bekoren
dan het krassen van haar potlood
op mijn glazen blad, hoe zij zich in mij spiegelt
als zij haar eerste fantasieverhalen schrijft.

Ik hoor haar zuchten
nu wat zij denkt in letters, woorden, zinnen
landt op glanzend witte velletjes papier.

Zij kietelt mij, haar kleine lijf zo warm
ik probeer te voelen welke taal ontstaat
zo langzaam nog: stevig de stokjes, staartjes,
zacht de rondjes, boogjes, twijfelend
de richting van de buik van b
en prikkend dan de punt.

Haar kralenketting ketst tegen mijn rand.
Ik kan nergens heen, zij wel. Ik kan alleen
maar hopen dat zij later, als zij
met haar tas tegen een draaideur stoot
in een kantoorkolos waar zij uit ramen staart
zomaar, opeens, terugverlangt naar mij.

Speelt toeval nog een rol in je werk?
Dichten is voor mij vooral eerst goed kijken, en luisteren. De gedichten waarin de natuur een rol speelt komen voort uit het opeens getroffen worden door iets opvallends. Ook kan een terloopse zin die ik opvang in de tram de basis worden voor een gedicht.

Hoe kariger je bent met je woorden, stelt de recensent, hoe harder ze aankomen. Heb je steeds minder woorden nodig?
De recensent schrijft dit naar aanleiding van het gedicht Borstbeeld. Inderdaad is dit het resultaat van het steeds meer tot de kern komen vanuit een prozatekst van zeven pagina’s naar een gedicht met drie strofen van vier regels naar de uiteindelijke haikusuite. Dit indikken komt ook doordat ik al een aantal jaren actief ben in een haiku-kern waar we met zeven deelnemers uren kunnen uitwisselen over één haiku per persoon. Ik vind het wel een kunst om in weinig woorden een kern te kunnen vangen. Het is overigens voor mij geen doel op zich om steeds minder woorden te gebruiken.

Met alle middelen van deze tijd lijkt een papieren bundel ouderwets of vergissen we ons?
Ik gaf al aan, dat online publiceren veel mogelijkheden heeft toegevoegd aan de interactie met een netwerk. Juist nu gebruikers zich in deze tijd elk op hun manier beraden op hoe en op welke netwerken ze actief willen zijn of blijven, ligt het risico van vluchtigheid en niet meer beschikbaar zijn van bijdragen op de loer. Het was een heel gelukkig makend moment om de doos met versgedrukte bundels te openen, en een fysieke strik te kunnen doen om het geschrevene uit de afgelopen jaren. Voor mij is het en-en.

Op de site Zichtbaar Alleen vond ik een optreden van je in het Louis Couperusjaar dat met Dichter bij de dood / Poëziestichting Ongehoord! in Den Haag werd gevierd in 2023. Daar droeg je een sonnet voor dat ook in de bundel Dicht eens een Couperus werd opgenomen.
Treed je vaker op?
Ik lees met regelmaat voor bij bijeenkomsten naar aanleiding van wedstrijden, als een inzending van mij is genomineerd. Ik ben inderdaad verbonden aan Dichter bij de dood in Den Haag waar we op Allerzielen gedichten voordragen op de begraafplaats, en waar vier keer per jaar een podium wordt georganiseerd. Ik vind het steeds leuker om op te treden, en daarbij helpt het zeker om deze bundel te hebben uitgegeven.

Heb je nog meer inspiratiebronnen?
Dat zijn er best veel. De natuur, de zee, de generaties, de actualiteit, en kunstwerken. Zo heb ik onlangs de opening verricht van een expositie, waarbij de kunstenaar Gerrie Brust Bijmolt mij vroeg gedichten uit de bundel voor te lezen bij haar BookArt van kleur. Heel bijzonder, hoe beeld en tekst dan met elkaar gaan interacteren en elkaar versterken.

Wat zijn je plannen?
Na het publiceren van de bundel merkte ik dat het even stil was in mijn hoofd. Dat is voorbij; ik ben weer volop aan het schrijven. Poëzie voelt als een stevige halm waaraan ik me graag, samen met anderen, vastgrijp om enerzijds van te genieten, en anderzijds schoonheid toe te voegen, als tegenwicht, in de wereld van nu.

 

 

 

     Andere berichten

Interview Jan Holman

‘Begin je leven, gebruik de taal, want jij kunt niet zonder. De taal kan wel zonder jou.’ door Alja Spaan - Jan Holman (1959) is in de...

Interview Ivo van Strijtem

'poëzie is sterker dan mezelf'   door Alja Spaan   Ivo van Strijtem (1953), pseudoniem van Ivo Evenepoel, is dichter, essayist,...

Interview J. Heymans

‘In mijn gedichten ben ik op zoek naar afstandelijke intimiteit’   door Alja Spaan   In het voorjaar van 2024 publiceerde J....