LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Interview Taco van Peijpe

2 dec 2025

‘Poëzie is voor mij een taalspel en een binnenweg naar het gevoel.’

 

door Alja Spaan

 

Taco van Peijpe (1946) is gepensioneerd jurist. Hij houdt van poëzie, muziek (speelt dwarsfluit), natuur en gezelligheid in kleine kring. Gedichten van hem verschenen in Meander, Het gezeefde gedicht, De Poëziekrant en enkele bloemlezingen. Voor Meander schrijft hij ook recensies.

 

Hoe ben je bij Meander terechtgekomen? En wat doe je bij Meander?
Toen ik een gelegenheid zocht om zo af en toe wat van mijn gedichten te publiceren stuitte ik al gauw op Meander en tot mijn verrassing lukte het nog ook.
Na een aantal jaren mocht ik een interview voor mijn rekening nemen en dat was later weer aanleiding voor de redactie om me uit te nodigen een proefrecensie te schrijven. Dat pakte goed uit en sindsdien recenseer ik regelmatig voor Meander.

Hoe kwam je in aanraking met poëzie?
Op school gaven sommige leraren blijk van enthousiasme voor poëzie, maar de eerste keer dat ik er zelf door geraakt werd was tijdens een studiejaar in de VS, toen Wordsworth’s Daffodils overtuigend werd voorgedragen door een bevlogen literatuurdocente. Later, toen ik als vader van een jong gezin soms ’s nachts een poosje moest waken, pakte ik eens een bundel van Nijhoff uit de kast, begon te lezen in de stilte van het huis en sloot voorgoed vriendschap met de poëzie.

Wat vind je leuk aan deze klus?
Ik houd van analyseren.
Als een gedicht mij bevalt of juist niet, probeer ik na te gaan waardoor dat komt. Welke middelen heeft de dichter met succes ingezet om de lezer te raken? Ik tracht me in de dichter te verplaatsen om te achterhalen wat deze heeft willen doen. Daarnaast wil ik bij het recenseren ook aandacht geven aan de uiteenlopende wensen en verwachtingen van het lezerspubliek.
Dat alles dwingt me om veel meer tijd en aandacht aan een gedicht te besteden dan ik anders zou doen. Zodoende ontdek ik veel waardevols, dat me zou zijn ontgaan als ik uitsluitend was afgegaan op de eerste indrukken en op mijn eigen smaak.

Hoe denk je over ons poëtisch klimaat?
Als ik kijk naar de hoeveelheid publicaties, podium-voordrachten en naar de activiteiten van plaatselijke poëzieclubs kan ik niet anders concluderen dan dat de poëzie in ons taalgebied springlevend is. Gezien de gehaaste en vluchtige tijdgeest is dat wel bijzonder. Over de verscheidenheid van de soorten poëzie (zoals: traditioneel, experimenteel, light verse, spoken word) valt evenmin te klagen.
Of de leescultuur evenzeer bloeit betwijfel ik. Ik geloof dat de boekhandels niet veel poëzie omzetten en leesgroepen die zich verdiepen in ander dan eigen werk ben ik niet tegengekomen.
Misschien verklaart een gebrek aan leeservaring wel waarom de ambachtelijke kant van het dichten nogal eens wordt verwaarloosd, alsof bekwame voorgangers als Homerus, Shakespeare, Nijhoff en Kouwenaar nooit hebben bestaan. Dat verbaast me niet, maar ik vind het wel jammer.

Wat betekent in dit verband een Dichter der Nederlanden voor jou?
Het concept lijkt mij achterhaald. Ik geloof niet dat een uitgekozen dichter of een bepaald soort poëzie het vermogen heeft om gevoelens van de hele Nederlandse bevolking te vertolken. Daarvoor zijn we gelukkig te verschillend en te eigenzinnig. De recente naamsverandering van Dichter des Vaderlands in Dichter der Nederlanden verandert daar niets aan.
Het zou denk ik beter zijn als een groep van verschillende dichters gezamenlijk de poëzie van het hele Nederlandse taalgebied in de schijnwerpers zou zetten.
Maar zoals het nu wordt gedaan is toch beter dan niets, zolang de pretentie die spreekt uit ‘der Nederlanden’ maar niet al te serieus wordt genomen.

Hoe typeer je je eigen werk?
Taalmuziek op zoek naar een glimlach of een zucht.

Wat mis je nog bij Meander?
Misschien zou aan het vele dat Meander biedt nog een confrontatie van uiteenlopende opvattingen kunnen worden toegevoegd. Ik zou het leuk vinden om eens een commentaar van een deskundige buitenstaander te zien, of reacties van lezers.

Drie eigen gedichten

 

ANTWOORD

op kousenvoeten gaat een vraag
in de nacht door lege straten
koude gevels staan gesloten
aan de deur wordt niet gekocht

weerklank wordt hier niet geboden
blauw arduin geeft geen geluid
door de goten jaagt een vlaag
oude kranten voor zich uit

gisteren verdwijnt uit zicht
annonces worden uitgewist
hoop op antwoord is gevlogen

waar is iedereen gebleven

uit een zijsteeg schiet een vreemde
onverwacht – een pas de deux

in de ogen glimt een lach
BUITEN

we rollen de stenen over de tafel
vertellen verhalen en delen de kaarten
willen niet horen hoe tegen de ramen

vlagen slaan
buiten gaan

vreemde gedaanten verre verwanten
we laten ze lopen en sluiten de kring
zingen en heffen de glazen

donker schijnt door de ruiten de nacht
tussen de huizen vallen de slagen
we tellen en wachten ons lied is uit

buiten is
duisternis

zal in de morgen een vogel fluiten
OVER

zorgvuldig strijkt de morgen
de druppels uit het gras
de schaduw wijkt terug en legt zich
langs de schutting neer

behoedzaam bergt een slak
de zorgen in haar schulp
vergeet de sporen
die zij achterliet

de hemel knipoogt in een plas
het gaat wel weer

 

     Andere berichten

Ellis van Atten

Ellis van Atten

Schrijven is voor mij in de eerste plaats plezier. door Alja Spaan   Ellis van Atten woont ruim een jaar in Egmond-Binnen: lekker...

Interview Aleid Bos

'In mijn hoofd loopt altijd een tekstmotortje'   door Ellis van Atten   In Castricum woont Aleid Bos, oftewel Daatje. Onder dat...

Interview Liesbeth D’Hoker

Interview Liesbeth D’Hoker

'Ergens wil iedereen die schrijft voor de ander het verschil maken' door Cora de Vos   foto © Bert Potvliege   Liesbeth D’Hoker...