Als je met woorden kunt toveren
door Ali Şerik
–

–
De gedichten van Jos van Hest in zijn bundel Zie hoe eenvoudig laten zich niet in enkele woorden vangen. Ze zijn vindingrijk, afwisselend en overtuigend. Toch moet je soms een fijnmazig net uitgooien in een heldere rivier om de kern ervan te vangen. En soms moet je een sleepnet achter je aan trekken om de bodem van het gedicht boven water te krijgen, ook al zijn de gedichten toegankelijk.
Zijn poëzie is geschreven met alledaagse woorden, zodat iedereen aan de poort van een zonnige dag kan staan om de vruchten van het gedicht te plukken. Het zijn gedichten die zorgvuldig, krachtig en intelligent zijn neergezet. Ze kunnen uit alle richtingen zomaar naar de lezer komen aanwaaien. De 48 gedichten in deze bundel vertonen een aantal overeenkomsten: ze zijn kort en direct, titelloos en verwonderen zich steeds over de mens, vaak in de gebiedende wijs en licht van toon.
De mens met al zijn gevoelens staat centraal in deze poëzie. De gedichten zijn kleine spiegels, houd je ze dicht bij je dan zie je misschien alleen je wenkbrauwen of ogen. Maar als je goed kijkt, zie je in diezelfde ogen de wereld van je verwachtingen, de wereld van je dromen. Zijn poëzie is een kleine gids zonder kompas, de dichter laat de lezer zelf de richting bepalen. Dat doet hij op verrassende wijze, waardoor de lezer voortdurend wordt aangezet zichzelf en de wereld te observeren en te onderzoeken.
Het eerste gedicht raakte me direct. Het brak mijn kinderdroom van flessenpost in scherven, het idee dat een bericht in een fles de overkant van de wereld kan bereiken. Die kans is misschien net zo groot als het winnen van de hoofdprijs in een kansspel. Toch weet Van Hest dit beeld op voortreffelijke wijze neer te zetten. Zacht, maar ook hard genoeg om je wakker te schudden en weer met beide voeten op de grond te zetten.
Schrijf aan je toekomstige liefje
een waanzinnige warme liefdesbrief.
–
Stop de brief in een fles.
Gooi de fles in een glasbak.
–
Wacht op het wonder.
–
[p. 7]
Van Hest heeft niet veel woorden nodig om de kracht van een betekenis te vangen. Hij zoekt geen grote beelden, metaforen of rijmschema’s, laat de lezer niet door de wolken zweven, maar brengt de wolken juist naar hem toe. Hij zoekt interactie, verbinding met de lezer.
In het tweede gedicht nodigt hij de lezer uit om plaats te nemen in zijn kamer en zoomt vervolgens langzaam uit, van de plattegrond van die kamer tot ver buiten de aarde, om te vragen waar je je ogen wilt openen.
Dat gevoel herken ik. Het is als aan het strand staan en steeds verder de horizon willen opzoeken. De eindeloze terugkeer van de golven, het harmonische geluid van het water, laten zien hoe nietig ik ben, waar mijn plaats is in het hier en nu. Een zandkorrel, onzichtbaar vanuit de ruimte. Je kunt het gevoel dat je slechts één van zovelen bent ook omkeren en daar juist geluk in vinden. Van Hest doet dat op voortreffelijke wijze in het gedicht ‘Denk aan alle voorafgaande vingers’.
Denk aan alle voorafgaande vingers
als je op het knopje van de tramdeur drukt.
–
Denk aan alle komende vingers
als je op het knopje van de tramdeur drukt.
–
Doe dat bij alle knopjes waar je vandaag op drukt:
deurbellen, lichtschakelaars, liftknopjes en pintoetsen.
–
Voel je opgenomen in een zee van vingers.
–
[p. 20]
De bundel Zie hoe eenvoudig verscheen voor het eerst in 1990 bij Uitgeverij Holland. In 2025 kwam de herziene en uitgebreide tweede druk uit. Gedichten uit deze bundel zijn opgenomen in verschillende bloemlezingen, zoals Gerrit Komrij’s De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten (2007), Met gekleurde billen zou het gelukkiger leven zijn, 250 onvergetelijke gedichten, (1996) samengesteld door Jan van Coillie, en Van Alphen tot Zonderland, De Nederlandse kinderpoëzie van alle tijden, (2000) verzameld door Anne de Vries. Ook in andere noemenswaardige bloemlezingen duiken gedichten van Van Hest op, wat de blijvende zeggingskracht van zijn werk benadrukt. Hoewel deze bundel vaak onder kinderpoëzie wordt geschaard, laat de inhoud zich niet zo eenvoudig categoriseren. Het is poëzie voor alle leeftijden, misschien nog meer voor volwassenen, omdat veel gedichten het kind in de volwassene aanspreken.
In zijn werk schuilt een diepe glimlach en nuchterheid, een subtiele spot met de werkelijkheid. Wat zou er gebeuren als we ons hart op straat verliezen en iemand het vindt? Welke verwachtingen hebben we van de vinder? Zouden we onszelf blootgeven met de tederheid die we zelf zoeken? Zou het iemand zijn uit onze dromen, iemand bij wie we onszelf terugvinden? Of iemand in wie we juist verdwijnen, met al onze gevoelens, van pijn tot liefde? Misschien is dat een vraag die Van Hest aan al zijn lezers stelt.
Een van zijn meest verrassende gedichten vind ik ‘Droom over paardenstaarten’, vooral vanwege de onverwachte manier waarop het eindigt.
Droom over paardenstaarten
sluierstaarten, zwaluwstaarten.
–
Spaar jaren voor een staart.
–
Koop er dan een:
een kastanjebruine, ravenzwarte
duinblonde, zilvervoskleurige
of hennarode.
–
Kwispel ermee in het geheim.
Zwaai, zwiep en zwier.
Galoppeer er ’s nachts mee weg.
–
Laat je staart nooit
nooit aan iemand zien.
–
[p. 49]
Zijn gedichten hebben ook iets raadselachtigs, waardoor elke lezer ze op eigen wijze kan invullen. Veel mensen dragen een geheim met zich mee dat ze alleen voor zichzelf willen bewaren, of slechts met enkelen willen delen. Het dagelijks leven heeft geheimen nodig om te kunnen ademen, om ons elke dag weer op de been te houden. De lezer moet genieten van wie hij is en zichzelf af en toe een staande ovatie gunnen.
Van Hest wijst ons subtiel op wie we zijn, zonder oordeel. Hij laat zien dat zelfs onze kleine foutjes deel uitmaken van onszelf, en dat we die mogen koesteren.
Vraag een goede vriendin
naar een foutje in je karakter
dat haar behoorlijk irriteert.
–
Wees zuinig op je foutje.
Vertroetel het.
Zorg dat het groeit en bloeit.
–
[p. 45]
Van Hest doet aan omdenken. Hij zoekt de grens op tussen wat werkelijk kan en wat niet, en spiegelt dat aan onze verbeelding. Is de mens niet het enige wezen dat vrij met fantasie kan omgaan? Toch leggen we onszelf grenzen op die ons denken belemmeren en onze vrijheid beperken. Waarom zouden we onze stem, die een gedicht voordraagt, niet in een fles kunnen bottelen?
Zie hoe eenvoudig laat zien hoe eenvoudig het voorstellingsvermogen kan zijn, en tegelijk hoe moeilijk het is om met woorden te toveren. Deze bundel is het meer dan de moeite waard om te lezen.
____
Jos van Hest (2025). Zie hoe eenvoudig. Uitgeverij U2pi, 58 blz. € 15,00. ISBN 9789493437364



