LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Alja Spaan – Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld

16 jan 2026

Moeder en dochter. Of dochter en moeder?

door Hans Puper

Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld is de nieuwe bundel van Alja Spaan, haar achtste inmiddels. De bundel is autobiografisch, maar het is gelukkig geen één op één-poëzie: ‘Door erover te schrijven verandert het / perspectief. Allereerst is het handschrift / ontoegankelijk voor derden’, zegt de dichter in de eerste strofe van ‘aanspraak’. Vervolgens selecteert zij intuïtief, vergroot uit en daarna ‘is dat wat tussen de regels staat / alleen beschikbaar voor het geoefend / en onvermoeid oog.’ Dat is voor een aantal gedichten zeker waar.

In haar vorige bundel, Het langzaam voorovervallen, beschreef Spaan de lotgevallen van ouderen in een verzorgingshuis, die ze wekelijks voorlas. Ze leefden in een steeds kleinere wereld, in het schemergebied tussen dood en leven. Maar nu komt het veel dichterbij, want het gaat over de moeder van de dichter, die aan alzheimer leed. En over de dichter zelf, die met haar mogelijke toekomst wordt geconfronteerd. Zal zij ook zo eindigen? En hoe zal dat dan zijn? Op de binnenflap lezen we een citaat van Spaan. De laatste regel: ‘Zij ging mij voor, zij bericht mij hoe het “daar” is: vandaar de titel van deze bundel.’ Die komt uit een van de gedichten. Maar ze weet te relativeren. In het openingsgedicht lezen we: ‘Misschien zegt het alleen maar iets over de betrekkelijkheid van alles, / dat we ons toen zorgen maakten om een toekomst die er later gewoon was / zoals we ons nu zorgen kunnen maken over een verleden dat er gewoon is.’

De gedichten beginnen met moeders dood en gaan terug in de tijd. De jeugdherinneringen van de dochter spelen een steeds belangrijker rol; ze zijn altijd verbonden met haar moeder. Haar vader, hoe geliefd ook, komt minder vaak voor, maar vreemd is dat niet. De relatie met hem was veel minder gecompliceerd.
Moeder (‘mama’ in de gedichten) was voor zij dement werd een vrij afstandelijke, ordentelijke vrouw, met weinig oog voor haar dochter. Als moeder in het verpleeghuis eens meer aandacht heeft voor de vogeltjes buiten dan voor haar, voelt zij zich niet gezien, maar, denkt ze enigszins wrang-humoristisch: ‘ze betrapt me niet zoals / vroeger eens op een tong uit de mond of opgestoken middel- / vinger bij een zo verveeld personeelslid van de plaatselijke / banketbakker.’ Overigens toont de dichter zich nergens haatdragend of verongelijkt.
Maar naarmate moeder meer achteruit gaat, komt zij dichterbij: ze wordt aanhankelijk, raakt haar dochter aan, wordt vertrouwelijk. De dochter krijgt eindelijk waarnaar zij zo verlangde, ze geniet van de laatste jaren van haar moeder.

Het overgrote deel van de gedichten in het begin van de bundel heeft tweeregelige strofen (de door Alja Spaan meest gebruikte vorm). Gaandeweg worden gedichten en strofen langer. Tegen het einde heeft Spaan twee stukjes proza opgenomen, prozagedichten zo je wilt. Misschien wilde zij met disticha moeders steeds kleiner geworden wereldje verbeelden. Terug naar het verleden wordt het leven voller en de gedichten worden dat dus ook. Een van de latere, lange gedichten gaat over de stellige opinies van moeder uit de tijd dat zij nog (redelijk) goed bij zinnen was en haar dochter al dichter. Moeder waardeerde dat, als een van de weinige dingen. Het gedicht heeft geen strofen en dat moet ook niet, want het bestaat uit één lange amusante woordenstroom, naverteld door de dichter. De eerste vijftien regels van dit gedicht, ‘zo los als al die aarde rondom’:

Alle aannemers zijn onkundig, meent mijn moeder zoals alle
werkende vrouwen hellevegen zijn, alle zwarte kraaien grote
monsters, alle alleenstaande vrouwen zielig, alle mannen
kleine kinderen, het leven is zwaar met al die toevoegingen
en vandaag wordt het niet beter dan gisteren, één van de
foto’s van mijn succesvolle kunst- en poëzieavond ligt bij
haar op tafel, ik weet hoe ze houdt van mijn korte grijze
haar en mijn lach maar ze zegt dat ik vreemd ben, anders
en te donker, ze herinnert zich nog wel de naam van mijn
fotograaf maar ook dat ik hem beter niet weer had kunnen
ontmoeten toen maar vandaag zwijg ik, ik snijd haar
bonbons in plakjes, niet omdat hij te groot is maar omdat ze
de afbeelding erop te mooi vindt om te eten, ze laat haar
koffie staan, ze is niet lekker, zegt ze, ze wil een aspirientje
en het is niet nodig mijn verjaardag elk jaar groots te vieren

De gedichten van Alja Spaan moet je aandachtig lezen, want dat levert veel op. Ter illustratie mijn leeswijze van het volgende, ontroerende gedicht.

over elkaar tuimelend

Pas als ik doordring in de kamer van mijn mama,
de deur open doe en de ruimte

leeg vind, de foto van de boerderij met de bomen
die nu niet meer gemaakt worden,

zei ze, boven de bloemenvaas met het tere blauw,
de kastdeur op een kier waarachter

heel haar jeugd, pas als ik de medebewoners zie
knikken achter de tafel,

welwillend maar onbewust, pas als ik het geruite
jasje van mevrouw Z. herken

als dat van pake, pas dan mis ik haar scherpe ogen,
haar onderonsjes, haar geheim.

Weer buiten doe ik of er niets aan de hand is, alleen
zij dood.

Het begint al met ‘ik doordring’ in de eerste regel. Het lijkt erop dat het de dichter moeite heeft om de kamer binnen te gaan, ze voelt weerstand omdat de kamer leeg is. Logisch: moeder is dood, de kamer ontruimd en zielloos. (Ik struikelde over de volgorde ‘doordringen in’ en het openen van de kamerdeur. Zou ‘doordringen tot’ niet beter zijn geweest? Dan was bovendien de gang van de buitendeur tot moeders kamer al moeilijk geweest).
De foto van de boerderij is verdwenen. Het moet lang geleden zijn dat moeder daar woonde, want er staan bomen op ‘die nu niet meer gemaakt worden’. Hieruit blijkt nog eens de dementie van ‘mama’, wat wordt onderstreept door de mooie regelafbrekingen: ‘de foto van de boerderij met de bomen / die nu niet meer gemaakt worden, // zei ze.’
De kastdeur staat op een kier. Die is natuurlijk ook leeg, maar de dichter zal zich ongetwijfeld herinneren wat er allemaal in lag. Waren het oude foto’s? Spulletjes uit moeders jeugd? Kleren?
Vervolgens brengt Alja Spaan de medebewoners achter de tafel tot leven – je ziet hen zitten. Ook zij zijn overduidelijk dement: ze knikken weliswaar welwillend, maar niet meelevend, want ze zijn zich niet bewust van de dood van hun lotgenote. En dan het jasje van ‘pake’, Fries voor opa – daar zit een wereld achter. Ontroerend en grappig tegelijk. Het moet een heel oud jasje zijn, dat waarschijnlijk in moeders kast lag. Heeft mevrouw Z. het van moeder gekregen? Of heeft zij het uit de kast gepakt? Mensen met alzheimer weten soms niet meer van ‘mijn’ en ‘dijn’.
Mooi is de herhaling in deze strofen van ‘pas’: ‘Pas als’ in de eerste, vierde en vijfde strofe, ‘pas dan’ in de zesde. Ze benadrukken het verlies, het gemis van ‘haar scherpe ogen, / haar onderonsjes, haar geheim’. Onderonsjes: moeder en dochter staan kennelijk op vertrouwelijke voet met elkaar. En wat is dat geheim? Had moeder iets te verbergen?
En dan die intrigerende laatste strofe: doen alsof er niets aan de hand is (uit zelfbescherming?), want ‘alleen / zij dood’. Als je dat op die manier formuleert is dat natuurlijk niet zo. Wie of wat is er nog meer dood? Een deel van haarzelf? Van haar jeugd?
Zou poëzie een poging kunnen zijn om herinneringen voor altijd vast te houden? In ‘de liefste’ heeft de dochter een zelfgebreide trui aan. ‘Mama’ vindt hem mooi, telt ‘bijna neuriënd’ de opgenaaide bolletjes. De dichter denkt onderwijl ‘dat mooie dingen / maken een manier is // om thuis te komen, (…) of om niets te / verliezen.’ Dat zal voor het schrijven van gedichten ook gelden.

Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld is een eerbetoon van Alja Spaan aan haar moeder en tevens een reflectie op haar eigen leven. Moeder zou verguld zijn geweest met deze bundel, die het verdient meermaals te worden gelezen.

(Ik ken Alja Spaan goed. De lezer heeft er recht op dat te weten, omdat mijn oordeel gunstiger zou kunnen uitvallen dan wanneer zij mij niet bekend was. Ik ben er zelf van overtuigd dat dit niet het geval is.)

____

Alja Spaan (2025). Iets dat op een route leek en een kaart van die andere wereld. Uitgeverij P, 52 blz. € 19,50. ISBN 9789464757903

     Andere berichten

Ellen Deckwitz – Metamorfosen

Ellen Deckwitz – Metamorfosen

Een relatie die niet kon blijven bestaan door Yolandi de Beer - - Ellen Deckwitz (1982) is een van de meest toonaangevende stemmen in de...