Heel even nog
door Marc Bruynseraede
Als er één ding vaststaat voor Miel Vanstreels, dan is het dat het leven eindig is, dat wij allemaal doodgaan. En dit hier zo onomwonden stellen is – ik weet het – een open deur intrappen, maar tegelijk de nieuwe bundel aankondigen van een dichter die de 75 al voorbij is en die stilaan een balans aan het opmaken is.
Miel Vanstreels heeft meer dan 40 jaar in de bejaardenzorg gewerkt. Aan de vooravond met als ondertitel: – wat ik nog zeggen wou, voor het geval dat –is een preludium op het nakend einde, een reflectie op wat voorbij is en op wat hij zo menigmaal als verzorger heeft meegemaakt. Bij deze passages wil men nog wel eens stilstaan. Dit schrijven over het thema van de dood is niet nieuw voor Miel Vanstreels. Al in 1978 – 48 jaar geleden, Miel was toen 27 jaar oud – stuurde hij naar Deus ex Machina, waar ik toen redactiesecretaris was, de cyclus: ‘Naar aanleiding van wat dood’, die, met een gemaakte onverschilligheid, het sterven als een quasi alledaags verschijnsel afschildert: ‘’t Was weer ‘ns mooi vandaag: / een oude, zachte dood / met daarrond / een hoop oprecht verdriet’.
De gedichten van Aan de vooravond zijn qua thematiek niet veranderd. De dood is nog altijd even aanwezig en levender dan ooit. Ook de schrijfstijl is onveranderd sober en direct gebleven. Alleen de visie daarop is uitgepuurd door de jaren ervaring.
–
1.
–
Aan een lange tafel
zitten we met z’n allen
richting tachtig
te gaan,
–
naarmate de avond
vordert maakt alcohol
het leven lichter,
–
’t is wachten
tot de echte uittocht
gaat beginnen,
–
steeds meer gevechten
zijn niet meer te winnen
Het onontkomelijke van de dood maakt de mens melancholiek. De dood is fataal, onvermijdelijk, altijd een stuk verlies.
Met de jaren is de pen van de dichter ook verduldig geworden. Vanstreels schrijft zonder versierselen, rechttoe-rechtaan, op het onderwerp af. Zonder fiorituren of literaire pirouettes, maar af en toe toch met een prangend eindrijm. En trefzeker in zijn subtiliteit.
–
Hij heeft hem al
in veel gedaanten
gezien
–
maar nu de dood
zo dicht bij huis
geduldig
op overgave
wacht
–
zwijgt hij het
voor zich uit:
–
hoe moet je
als vader verder
als je je zoon
overleeft
De tragiek van ziekte, dood, vereenzaming, die zich zo simpel laten lezen, zijn niet aan Miel Vanstreels voorbij gegaan. Daar bovenop laat het verlies van het geloof bij de mens een grote leegte achter. Miel Vanstreels beschrijft het met grote sereniteit, die diepgang en bedachtzaamheid oproept.
Beschouwingen bij het levenseinde zijn voor Vanstreels ook het opmaken van de balans van wat het leven voor hem geweest is, een moment van introspectie:
–
Wat kan ik zeggen als ik
hen ooit weer tegenkom:
–
dat ik nog niet besefte,
dat ik er vanuit ging,
dat ik te slordig,
dat ik te veel alcohol
–
dat ik helaas
niet zo bijzonder was
als zij dachten
Even wikken en wegen en nadenken, alvorens – boeken toe – het hoofdstuk ten einde is.
Miel heeft veel gefietst en veel geschreven. Hij sluit zijn bundel af met een moment van vertedering. Uit het gedicht ‘Mijn lief en ik’ blijkt dat niet alles verlies is en dat er dingen zijn die blijven bestaan.
–
We zijn geen wereldfietsers,
mijn lief en ik, verre van,
–
we huizen tussen Maas,
Geul, Gulp en Voer,
–
toch peddelden we
langs de Donau, de Arno
en de Rhône,
–
(…)
maar het liefst
fietst mijn lief langs
de Noordzee op
–
Bergen, Egmond,
Cadzand of Zoutelande
het maakt niet uit
–
als zij
langs het strand
op de schelpenpaden
door de duinen
–
het ruisen
van de golven
door haar hoofd
voelt waaien
–
zie ik in haar blik
weer dat weidse,
dat mysterieuze
–
waar ik een halve
eeuw geleden
verliefd op werd
Een snuifje zoute zee en zoete liefde: meer moet dat niet zijn. Een bundel die je niet noodzakelijk ‘Aan de vooravond’ hoeft te lezen, maar wel ‘voor het geval dat’ je nog even iets moois in je geheugen wil achterlaten.
____
Miel Vanstreels (2026). Aan de vooravond. Uitgeverij Haute Folie, 46 blz. € 12,50. ISBN 9789403848990




