Als een oude, Oostendse eik
door Marc Bruynseraede
–

–
Als er ergens te rebelleren valt, dan is de dichter Hedwig Speliers wel van de partij. Dat weten literatuurkenners maar al te goed, uit zijn (soms gecontesteerde en dan weer gehonoreerde) geschriften over Stijn Streuvels. Die hebben destijds de nodige commotie opgewekt. Speliers deed nogal verregaande opzoekingen rond de intense contacten van Stijn Streuvels met Duitse uitgevers, vertalers en literaire agenten, ook lang voor W.O. II in het vizier kwam, maar zodoende dat hij, vanaf de jaren 30, in de slipstream van het nazisme terechtkwam. Wat virulent bestreden werd door het verontwaardigde Stijn Streuvels genootschap. Dat is inmiddels al lang geleden en de plooien zijn intussen toch wat gladjes gestreken en reputaties wederzijds opgepoetst.
Speliers is intussen de negentig gepasseerd. Zijn respectabele leeftijd (91 jaar) heeft evenwel de aard van het beestje niet klein gekregen. Voor zijn negentigste verjaardag wilden vrienden hem honoreren met een nieuwe bundel. En de dichter-essayist en kunstcriticus is daarvoor in de la ‘Rebelse geschriften’ gaan zoeken, naar enkele esthetische schimpscheuten en/of lofzangen op de dweersigheid, die hij in de loop der jaren geschreven en nog niet gepubliceerd had, zoals hij aangeeft in de ‘Aantekeningen’, achteraan in het bundeltje. Dit geschrift zou zo’n beetje de drijfveren van Hedwig Speliers en de weerschijn van zijn ware aard dienen weer te geven. En dat doet het met glans.
Gemene deler van de zes cycli in Rebellen is – hoe kan het ook anders – het opstandige, revolterende in het werk van kunstenaars als de etser Piranesi, de architect Brunelleschi, de schilder Michelangelo, de cartograaf Mercator, de astronoom Galilei en de schilder Caravaggio. Gevestigde kunstenaars die niet bereid waren zich bij het bestaande neer te leggen en op zoek gingen naar duistere drijfveren in de menselijk ziel of naar nieuwe, onverkende en zogezegd vaststaande horizonten in wetenschap en schilderkunst.
De etser Piranesi (1720-1778) maakte een reeks memorabele etsen onder de titel Carceri d’invenzione (denkbeeldige kerkers). Griezelige constructies met op en neer dalende trappen à la Escher, maar dan donkerder door de aanwezige pijnbanken, kettingen, en dreigende pinakels die de duistere, verborgen kwellingen en gemoedsgesteltenissen van de kunstenaar weergeven, op een ogenblik dat zijn collega-beeldende kunstenaars zich onledig hielden met het uitbeelden van heiligenlevens, Madonna’s en welstellende burgervrouwen die goed bij kas waren. Speliers zegt van Piranesi: ‘Hij was een surrealist avant la lettre’. De dichter heeft, in het werk van de etser, de diepere ondergronden van het menselijk wezen trachten te achterhalen. In één van de tien negenregelige gedichten zegt hij het zo:
–
Piranesi, gij hebt gelijk: de mens is beest,
gij die de wijde wereld als gevangenis leest
van gevangene naar gevangene, verweesd
met u en langs uw wanden wandelen wij,
volgen wij het schrijnen van uw burijnen
in het schreien van gepijnden, verwijlen wij
in de vele lijnen waarin het schreien bloedt.
Het rad wordt beurtelings rood en zwart,
onstilbaar radeloos raadsel van de smart.
In cyclus 2 wordt Brunelleschi, de architect van de revolutionaire koepel van de Santa Maria del fiore in Firenze bejubeld met taal zoals alleen Hedwig Speliers dat doet :
–
Dat alles dient een doel. Daarmee bedoeld:
de koepel aller koepels, immense hoepel
vervuld van lucht en licht, van vuur vervuld,
gebouwd met hoofd en handen en geduld.
Hij neemt bezit, bezit het ruimtelijk zwerk
waar hij lucht en hemelruim omarmt.
Kegel zegt men, bolvormige aanwezigheid
die zon en schaduw zoekt, het zenit tart.
Plaats er klokken in, gongslag van het hart.
In cyclus 3 is het de beurt aan Michelangelo, de schilder van het plafond van de Sixtijnse kapel, de hemel van de Pausen, om eventjes – in de lijnen van een gedicht – het rebelse, en de ware natuur van kerkvorsten, in de verf te zetten :
–
Tot Hij u riep, Julius II, visserszoon en franciscaan,
abt van Grottaferrata, Bologna’s bisschop en daarna
kerkvorst van Avignon en bisschop van Vercelli
en van Ostia, Giuliano della Rovere bij ware naam.
Paus van drie paleizen, Vader van drie dochters.
Hij zond hun moeder wandelen, zocht maîtresses
zoals Massina, courtisane alom bekend. Bij liefjes
liep hij syfilis op, een ziekte speciaal voor priesters,
voor gefortuneerde priesters, ja. En gij, Michelangelo,
gij vreesdet hem want hij was wreed. Il papa terribile.
De lezer kan uit het poëtisch relaas van Speliers dezelfde esthetische geneugte puren als de pausen in het vlees van gewillige maagden.
Tijd nu, om de geboren Rupelmondenaar Mercator, cartograaf die ‘de aarde in kaart brengt’ in de verf te zetten. Hij leefde in de tijd van de rebelse Lutherbijbel. Maar hij werkte ook voor de aartsbisschop van Reims, die de rebel Speliers, ‘laf en leugenachtig’ noemt. Ik zal maar aan de verleiding van het citeren weerstaan, want straks hoeft de geïnteresseerde lezer zich niet meer naar de boekhandel te begeven, om de hele bundel te lezen.
De volgende artiest, die Speliers’ poëtische attentie getrokken heeft, is de verlichte astronoom Galilei die eerst als novice in het benedictijnenklooster terecht komt, terwijl de rebelse vader in hem meer een arts zag. Hijzelf bleek een geniaal wiskundige te zijn. Wat doet het toch deugd om eens een keer dwars te zijn en zo de wetenschap vooruit te stuwen, helemaal tegen de richting van geleerdheid en weldenkendheid in.
Laatste rebelse kunstenaar van groot allure is de schilder-vagebond-seksueel roofdier Caravaggio. Het clair-obscur staat hier in dienst van dijen en wellust, van ‘tepels om te kneden, vleugels om alom te vliegen’. En van: ‘Buitenbeen, onruststoker, moeilijk en gevaarlijk man, bij elk altaarstuk staan ze met honderden afgunstigen klaar om U mateloos te bewonderen’, schrijft de dichter.
En die bewondering voor Hedwig Speliers als dichter, essayist en onvermoeibaar criticus mocht kunstcriticus Dirk De Geest aan de aanwezigen overbrengen, die opgekomen waren om de jarige dichter voor zijn negentigste verjaardag te feliciteren.
Soms moet de kunstenaar – niet zonder geniepig genot – de spot drijven met, of tegen de schenen stampen van, om gehoor te vinden en te doen nadenken over dingen. Daar biedt dit feestelijke bundeltje ruimschoots gelegenheid toe.
____
Hedwig Speliers (2025). Rebellen. Uitgeverij P, 72 blz. € 19,00. ISBN 9789464757798



