De zwanenzang van Het Liegend Konijn
door Francis Cromphout
Voor Jozef Deleu, hoofdredacteur en bezieler van het poëzietijdschrift Het Liegend Konijn, is de tijd van gaan gekomen. Sinds 2003, en dit tijdens de 23 jaargangen die volgden, werden hier 525 dichters uit Nederland en Vlaanderen in opgenomen. Ook in dit laatste collectors item kregen nog 31 dichters hun gedichten geplaatst, bekende namen naast debutanten uit het Zuiden en het Noorden van ons taalgebied.
Dit is dan ook het definitieve einde van Het Liegend Konijn, want er komt geen opvolger omdat Deleu vreest dat zijn geesteskind niet meer de zorg zou krijgen die het verdient. Door er een einde aan te stellen wil hij zijn tijdschrift behoeden voor wat mogelijks een verschrompeling zou betekenen, zoals dat volgens hem het geval is geweest voor het eveneens door hem gestichte tijdschrift Ons Erfdeel, later ‘stichting’. Zowel het tijdschrift als de stichting werden na de terugtrekking van Deleu als hoofdredacteur en gedelegeerd bestuurder, omgedoopt tot De Lage landen.
Een vraag die velen zich hebben gesteld is de betekenis van de titel: Waarom dit ‘liegend’ konijn? Zij vinden op de achterflap van de kaft mogelijks een antwoord dankzij een prozatekst van Paul Van Ostaijen: ‘Lang heeft het konijn de lach gezocht (…) maar heeft het niet gevonden. Maar het was de lach zeer nabij (…) in plaats van de lach die het zocht [vond het] de verwondering die het niet zocht’. Hetzelfde herhaalt zich vervolgens voor de nieuwsgierigheid. Het lijkt wel een Hegeliaanse dialectische redenering, waarbij stelling na stelling zich omvormt tot haar ontkenning en nuancering. En uiteindelijk blijkt het konijn even slecht te leren als de mens.
Voor wat de inhoud van deze laatste uitgave betreft: 31 dichters bespreken is een onmogelijke taak. Naast bekende namen zoals Geert Jan Beeckman, Paul Demets, Anton Korteweg, Peter Verhelst &Co, wil ik jullie aandacht vragen voor de 26-jarige debutant Stefan Clappaert uit Sint-Niklaas. Sympathiek vond ik zijn bezorgde maar ook hoopvolle ‘Taalbeschouwing‘: ‘Mijn taal verkeert in een zwakke staat / (…) Zij staat moeizaam recht iedere keer / Dat ik bang door het venster van haar werkelijkheid kijk (…)’ en vooral ook zijn prozatekst ‘Fabel‘ die verwijst naar een tekst van mijn Siciliaanse buddy Leonardo Sciascia. Het gaat om een hond die niet kan slapen door de maan, die ‘vervelende lamp van de natuur’. Het gegrom en geblaf van de hond belet het lied van de nachtegaal. De happy end is dat hond en nachtegaal bij het verschijnen van de eerste zonnestralen beiden de slaap vinden. Gewoontjes wellicht, maar toch een mooi verhaal zoals dat wel vaker voorvalt met gewone dingen.
____
Het Liegend Konijn 2025 / 2. Tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie (2025). Onder redactie van Jozef Deleu. Uitgeverij Pelckmans, 227 blz. € 24,50. ISBN 978942348790
*Noot van de redactie
Het Liegend Konijn was uniek in zijn soort. Dat het tweejaarlijkse tijdschrift nu ophoudt te bestaan, laat een leegte achter. Gedichten van onbekend talent stonden er gebroederlijk naast die van gevestigde dichters. Het was, zoals Jozef Deleu het zelf formuleerde, ‘een open en ongebonden huis voor onze poëzie’. Een huis dat gemist gaat worden.
Deleu en de redactie van Meander hebben altijd prettig samengewerkt; er was over en weer waardering voor elkaars werk. Wij hebben groot respect voor de taak die Deleu jarenlang op zich nam: het tweemaal per jaar samenstellen van Het Liegend Konijn. Namens de redactie danken wij hem hartelijk voor zijn bijdrage aan de poëzie in het algemeen en voor zijn niet-aflatende inzet in het bijzonder. Wij wensen hem het allerbeste.




