LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Een glas alcohol

5 jul 2026

door Jan Loogman

 

Kort geleden kwam de Gezondheidsraad met  een nieuw advies over alcoholgebruik. Zelfs één glas per dag is al te veel is nu het uitgangspunt. Door dat advies moest ik denken aan Jan Eijkelboom die zijn gedicht Koning Alcohol begon met de regels: Ik drink me elke dag weer dood / en sta als Lazarus weer op. Maar waarom zou ik me hem allereerst herinneren als de schrijver van dat gedicht? Hij is veel meer dan dat, de dichter met het weemoedig geluid. Ooit heeft hij gezegd: Een herinnerde zomer is altijd mooier dan de zomer waarin je leeft en inderdaad kon hij een melancholieke toon vaardig aanslaan: In plaats van naar school / ging je naar buiten / op Hemelvaartsdag. / Je nam kraanwater mee / in een fles met een kurk / en soms een reep Kwatta… Toch is zijn herinneren niet per se een terugverlangen naar wat er was. Zo oud als toen hoop ik nooit meer te worden, schreef hij bijvoorbeeld ook.  En ook is er een gedicht als Kennis van zaken waarin Santa Claus in een ar op wieltjes door de Voorstraat rijdt en de dichter ineens doet denken aan die brenn-carrier met de soldaat erin, een herinnering aan Eijkelbooms soldatentijd in de periode van de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog.

Zijn fijnste gedichten zijn die waarin het niet gaat om terugverlangen naar het verleden of juist het tegenovergestelde, het wegduwen ervan, maar waarin een zekerheid doorklinkt dat alles voorbijgaat en niettemin blijft. In het eerste gedicht uit de reeks Tegen de tijd. Een calendarium schrijft hij: Soms …trekt uit het fundament een sterk verleden op / dat weer bewijst; er gaat / in eeuwigheid geen steen verloren en dat gedicht besluit zo: Want sneeuw is altijd weer van vroeger / en ligt er altijd voor het eerst. / Het blijft omdat het overgaat.

Wat kan dat betekenen: het blijft omdat het overgaat? Om daar een vermoeden van te krijgen, kunnen we te rade gaan bij onze eigen herinneringen, en zeker ook kunnen we afgaan op onvoorziene signalen die wij onszelf geven. In Al de tranen vertelt Eijkelboom dat hij zijn vader tweemaal heeft zien huilen en hij beschrijft de beide gelegenheden. De eerste maal was toen de vierjarige Jan van huis was weggelopen en teruggevonden was, de tweede maal toen uit de Erres-radio het bericht kwam van de Nederlandse capitulatie in mei 1940. En dan volgen deze regels: Maar veel later, toen ik wilde vertellen / hoe ik mijn vader niet meer dan twee keer / had zien huilen, kon ik halverwege / niet verder, omdat er iets was met mijn / keel, iets dat er niet uit kon, iets dat / vast bleef zitten, iets dat mij bijna verstikte. Daar, op dat veel latere moment, gaf Eijkelboom zichzelf een signaal dat er iets gebleven was. En wie weet dronk hij een glas jonge klare voordat hij er een gedicht over kon schrijven.

 

 

afbeeldingen:

Glas Wijn © Margriet
Jan Eijkelboom © digitiale bibliotheek voor de Nederlandse letteren
Huilende man © Pixabay

     Andere berichten

Liedjes

door Ko van Geemert   Een poosje geleden hoorde ik een vrouw zingen die me terugvoerde naar 1982. Het bleek te gaan om Merel Baldé,...

Het jongetje op de muur

door Hans Franse   We waren weer in Dresden. We zijn daar graag. Kort na de Wende kwam ik er voor het eerst, en werd hevig aan mijn...

Poëzie en religie

door Rogier de Jong   Poëzie en religie hebben sinds de Tweede Wereldoorlog een wat moeizame verstandhouding met elkaar. De kerk is...