Klassieker 70: Patty Scholten – De olifant

Een analyse door Inge Boulonois

Meander Klassieker 70

‘De olifant’ van Patty Scholten is volgens Inge Boulonois terecht opgenomen in ‘De mooiste sonnetten van Nederland en Vlaanderen’ (Bert Bakker, 2002). De analyse eindigt met een toegift: ‘Verliefde olifanten’, even in English translation.

De olifant

Hij stapt behoedzaam en ziet grijs van zorgen
dat hij geen muis of mier of mens vertrapt.
De rafelige oren vaal gelapt,
een slurf hangt uit, het slimme oog verborgen.

Als zak van Sinterklaas zou hij voldoen,
met in het rommelige vel cadeaus
zoals entreekaartjes voor circusshows,
veel pinda’s, boekensteunen, een klaroen.

Ik weet waarom ik hem zo mild benader.
Hij draagt me naar mijn jeugd terug toen vader
bij ‘t olifantenperk dit vers begon:

Nu zal ik u iets wondermoois verhalen:
Heer olifant gaat aan het koffiemalen.
Hij deed het nooit, maar ‘k wist dat hij het kon.


Patty Scholten (1946 – 2019)
Uit: Het dagjesdier (1995)

Bij het lezen van recensies over poëziebundels, constateer ik soms dat ‘connaisseurs’ hun eigen smaak met kwaliteit verwarren. Het merendeel der poëzielezers weet natuurlijk dat smaken, ook die van kenners, hemelsbreed kunnen verschillen en dat poëtische kwaliteit niet te meten valt. De meest objectieve manier daarvoor hanteert consensus als criterium voor kwaliteit, i.e. overeenstemming tussen enkele ‘keurmeesters’, zoals in een jury gebeurt. In feite behelst dit niet meer dan een aantal bij elkaar geraapte weliswaar relevante, maar onvermijdelijk subjectieve meningen, en daarbij laat échte consensus in de praktijk wel eens lang op zich wachten…
Daar moeten we het mee doen; een betere manier is er niet. De ene keer zijn we het pertinent met de experts óneens, de andere keer blaken we van eensgezindheid. Zoals hier, met ‘De olifant’ van Patty Scholten, dat volgens mij terecht is opgenomen in De mooiste sonnetten van Nederland en Vlaanderen (Bert Bakker, 2002). Het komt uit haar debuutbundel Het dagjesdier . Komrij nam ‘De olifant’ al meteen op in de tiende druk (1996) van zijn bloemlezing der Nederlandse poëzie; in de tweedelige van 2004 staan zes sonnetten van haar. Vorig jaar kwam Bizonvoeten (Atlas, 2004) uit, haar vijfde bundel – de meer dan tien bibliofiele uitgaven niet meegerekend. Haar technisch perfecte en toch speelse sonnetten vormen m.i. een welkome en noodzakelijke afwisseling in het poëtische, door vrije verzen gedomineerde landschap.

Patty Scholten werd in 1946 geboren als Patricia Cecilia Klein te Den Haag. Met haar vader en zus ging ze als kind vaak naar Artis en tijdens de middelbare school meldde ze zich daar voor vrijwilligerswerk aan. Na een paar jaar biologie aan de Gemeente Universiteit te Amsterdam te hebben gestudeerd, werd ze stripschrijfster en werkte mee aan weekbladen als Donald Duck en Tina. Haar debuut als dichteres vond op negenenveertigjarige leeftijd plaats. Haar sonnetten gaan dikwijls over dieren, over allerlei dieren: van katten tot wateranemonen, van bizons tot rendieren. In 1999 zijn de gedichten uit haar debuut samen met die uit Ongekuste kikkers (Atlas, 1997) opnieuw uitgegeven als Traliedieren (Atlas, 1999); ze werden als snel ‘zoosonnetten’ genoemd. Zowel haar debuut als Een tuil zeeanemonen (Atlas, 2000) werd genomineerd voor de VSB-Poëzieprijs.
Ze dicht niet uitsluitend over dieren; van haar hand verschenen ook herfstkwatrijnen, horeca- en reissonnetten. Door de humoristische toets bestempelde men haar poëzie al gauw tot light verse, hetgeen de indruk wekt dat haar werk slechts diverterend , dus eendimensionaal en lichtgewicht is. Geheel ten onrechte want ook inhoudelijk valt aan haar poëzie het een en ander te beleven. Diepgang en humor zijn in poëzie natuurlijk even elementair en onmisbaar als in het dagelijks leven.

Formeel is ‘De olifant’ een volmaakt en klankrijk sonnet met in totaal veertien regels, waarvan de eerste twee kwatrijnen het octaaf vormen en de twee terzetten of terzinen het sextet. Het metrum is pentametrisch jambisch; in het sextet heeft de dichteres elisie toegepast (‘k, ‘t). Het rijmschema van de kwatrijnen is abba, dat van het sextet ccd eed en de volta vindt tussen octaaf en sextet plaats. ‘De olifant’ is autobiografisch en behoort tot een van de eerste verzen van Patty Scholten nadat zij rond 1990 de dichtkunst had opgepakt. Dat is van het eindrijm af te lezen want in haar latere sonnetten gebruikt ze in het octaaf twee in plaats van vier rijmklanken.

In de eerste regel ziet de lezer al direct de logge olifant voor zich. Deze heeft menselijke eigenschappen, want hij ziet grijs van zorgen en loopt behoedzaam. Het metrum is niet voor niets jambisch: de olifant stapt met de klemtoonloze ‘hij’ het vers in, valt niet met de deur in huis. In de drie regels daarna volgt de visuele uitwerking: rafelig, oud en vaal, gelapte huid, grijs van bezorgdheid. Wijs is hij: stafrijm bindt zijn opvallendste orgaan, de slurf met het slimme, verborgen oog. Niets en niemand wil hij vertrappen, geen muis of mier of mens; de allitererende ‘m’ brengt groot en klein, traag en snel bij elkaar. De slurf hangt uit, wat doet denken aan een vlag bij feestelijke gelegenheden.

Het tweede kwatrijn beschrijft welke herinneringen het rommelige vel oproept. Plezierige gebeurtenissen uit de kindertijd drijven boven: kadeautjes, circusacts, pinda’s die ongetwijfeld naar de dieren gingen, boekensteunen die vaak de vorm van olifanten hebben. De klaroen roept enerzijds sprookjesachtige connotaties op als ‘En toen kwam er een olifant met een grote snuit…’; haar geschetter of geschal fungeert anderzijds als een oproep tot horen, als aankondiging van een keerpunt en als zodanig past het ingenieus bij de volta.

In het sextet duikt het lyrisch ik op dat zich ervan bewust is geworden dat de trage stap en het vel van de grijze hobbezak een specifieke herinnering oproepen. Ze benadert hem zo mild omdat haar vader indertijd bij het olifantenperk een vers inzette. Fraai gekozen is het woord perk in ‘olifantenperk’ verwijzend naar zowel tijd als een stukje grond. In de laatste zin realiseert de dichteres zich dat ze de olifant nooit zag koffiemalen, maar dat haar ik, nog in de wonderbare, fabelachtige belevingswereld van het kind, wist dat hij dat kon. Mooi zoals de aa-klank via de woorden ‘benader’, ‘draagt’ en ‘vader’ naar ‘iets moois verhalen’ voert.
Patty Scholten maakt hier, hetzij bewust hetzij onbewust, handig gebruik van de symboliek van de olifant als de belichaming van eeuwenoude wijsheid. Grijs, rafelig en sloom is hij van ouderdom, van wijsheid als niet-agressieve kracht. De slimme olifant maakt bij de dichteres dierbare oude herinneringen los die, zoals vaak het geval is met gegrifte jeugdindrukken, belangrijk voor later zijn; hij draagt als het ware haar toekomst aan. Boeken, in ieder geval dichtbundels, evenals dieren spelen nu een grote rol in haar leven. En zelfs de eindrijm in het citaat van haar vader, toevallig weer de aa-klank.

Boekensteunen komen overigens ook elders in Traliedieren voor en wel in het vers ‘Verliefde olifanten’: ‘Ze staan nu boekensteunend kop aan kop/ en vlechten liefelijk hun slurven samen’. De olifanten worden hier als boekensteunen met het liefdesspel verbonden; Patty Scholtens grote liefde voor dieren is gekoppeld aan die voor boeken.
‘Nu zal ik u iets wondermoois verhalen:/ Heer olifant gaat aan het koffiemalen’ is mogelijk afkomstig uit een oud vers of een prentenboek. (Het zou ook reclame geweest kunnen zijn voor een koffiefabrikant. Bij het zoeken via internet kwam ik op de website van de ‘Compagnie van Verre’, twee belendende bedrijfspanden met een identieke voorgevel die een samenwerkingsverband hebben. In het ene resideert de sigarenfabriek De Olifant, die al sinds 1843 tabaksartikelen produceert. Het andere is van De Eenhoorn, een zaak in koffie en thee. Misschien handelde de vroegere eigenaar, ene heer Olifant, eerst alleen in sigaren, kwam daar later koffie en thee bij en is toen het citaat of het vers ontstaan…) Mocht een lezer meer over de koffiemalende olifant weten, dan hoor ik dat graag!

Van Traliedieren maakte James Brockway een Engelse vertaling die in 2002 op de markt kwam (Elephants in love and other poems, London magazine editions). Het vertalen van Patty Scholtens sonnetten met behoud van inhoud, subtiliteit, metrum en rijm, zal geen sinecure zijn geweest. Helaas overleed de vertaler kort na het verschijnen van de Engelse bundel. Van ‘De olifant’ is geen vertaling gemaakt.


VERLIEFDE OLIFANTEN

Een hels lawaai bespringt me dominant:
Een kettingzaag op volle sterkte loeiend.
Misschien een tuinman, denk ik, bomen snoeiend.
Het is een amoureuze olifant.

Hij duwt zijn kop tegen haar zachtste zijde.
Zij zet zich schrap tegen haar muzikant
en houdt zo tegen al die hartstocht stand,
of tracht ze slechts om vallen te vermijden?

Ze staan nu boekensteunend kop aan kop
en vlechten liefelijk hun slurven samen
alsof twee slangen ‘t minnen overnamen.
Dan meet zijn slurf haar schedelbulten op.

Wie dierenliefde voor instinkt verslijt,
zag nooit die grote zakken tederheid.


ELEPHANTS IN LOVE

Here a hellish din is dominant.
I think it’s perhaps a gardener trimming trees
with a chain-saw at full blast. But, if you please,
it turns out to be an amorous elephant.

Against her flabby flank his head keeps banging.
She stiffens to resist him in her fashion
to oppose this bold musician’s raging passion.
Or is she only trying to keep standing?

Now they’re stood like book-ends, head to head,
and lovingly weave and wind their trunks together,
as though two snakes had taken their loving over.
His trunk then measures up her bumps instead.

Those who say: instinct, nothing more or less,
should watch these giant sacks of tenderness.


Inge Boulonois

Geplaatst in Klassiekers.