'Dat is een droom: vijfhonderd gedichten ingebonden'

Cilja Zuyderwyk (Den Haag, 1949) is sociaal pedagoge, galeriehoudster en dichteres. Daarnaast ontwerpt ze vazen en sieraden van glas, die zijn te bewonderen tijdens een permanente tentoonstelling in galerie De Smederij in Leerdam. In 2004 kwam de dichtbundel Smeltwater uit, die ze samen met dichter Jan Doornbos schreef. Gedichten van haar hand verschenen in diverse e-zines en tijdschriften, zoals Hernehim, Schrijverspodium, Dighter, de Poëziekrant, Meander, Op Ruwe Planken en Opspraak. Ook schrijft ze regelmatig gedichten in opdracht van uitgeverij A3.

Wanneer is het schrijven van gedichten voor jou begonnen?
Op mijn zeventiende schreef ik schriften vol met gedichten. Bij ons thuis werd er geen literatuur gelezen, dus haalde ik mijn inspiratie uit schoolboeken. Er waren twee gedichten die ik als meisje erg mooi vond: ‘Bloemen’ van Leo Vroman en ‘Voor de dag van morgen’ van Hans Andreus. Beeldende gedichten in eenvoudige taal. Zo wilde ik ook schrijven. Rond mijn twintigste is een aantal gedichten van mij geplaatst in de literaire rubriek van het Leidsch Dagblad. Toen ik Sociale Pedagogiek ging studeren en textielobjecten ben gaan vervaardigen, is het dichten op de achtergrond geraakt.

In 2004 heb je samen met Jan Doornbos de dichtbundel Smeltwater uitgebracht (uitgeverij De Smederij). Hoe is het idee voor dit gezamenlijke project ontstaan?
Nadat ik in 2001 weer met dichten was begonnen, publiceerde ik regelmatig gedichten op Poetry Alive. Een van de eersten die enthousiast op mijn gedichten reageerden was Jan Doornbos. Zijn gedichten vielen bij mij ook erg in de smaak en we kwamen met elkaar in contact. Jan was in die tijd op zoek naar een locatie om zijn eerste dichtbundel Vandaag is van glas te presenteren. Ik bood hem mijn locatie, de galerie, aan. In de maanden daarna onstond er een prachtige romance en we beloofden nooit meer uit elkaar te gaan. Inmiddels zijn we een half jaar getrouwd. We hebben onze eerste liefdesgedichten voor elkaar gebundeld en in 2004 uitgebracht.

Je hebt een eigen adviesbureau, je bent galeriehoudster, ontwerpt en vervaardigt kunstobjecten en schrijft ook nog gedichten. Hoe combineer je al deze bezigheden?
Ik probeer altijd een combinatie te vinden in een en dezelfde ruimte. Tijdens de uren dat de galerie niet open is, kan ik mijn coachingsklanten ontvangen. Van donderdag tot en met zondag is de galerie ‘s middags open en heb ik tussendoor alle tijd om te ontwerpen en gedichten te schrijven. Ik maak tegenwoordig ook sieraden, ook dat kan ik tijdens de openingsuren in de galerie doen. De kunstobjecten ontwerp ik vlak voordat ze ik ga uitvoeren. Twee of drie keer per jaar huur ik de hete glasstudio af, inclusief glasblazer en assistent.

Bij het ontwerpen van je vazen laat je je inspireren door vormen uit de natuur, zoals insecten en vlinders, las ik op je website van De Smederij. Laat je je op een dergelijke manier ook inspireren bij het schrijven van gedichten?
Mijn man Jan Doornbos is behalve dichter ook een zeer verdienstelijk vogelaar en amateur-entomoloog. Door hem heb ik de natuur leren observeren en determineren. Toen ik in 2004 besloot zelf glasobjecten te gaan ontwerpen, kwam ik op het idee om deze te baseren op de kleuren en vormen van vlinders en libellen. Zo zijn ook mijn vlindervazen tot stand gekomen. Zij vormen het hoofdbestanddeel van de expostie in de galerie. Nee, bij dichten werkt het heel anders, dat komt veel meer vanuit mijn onderbewuste.

Sinds 2005 zijn er met regelmaat gedichten van jou te lezen op DichtTalent, waarbij je commentaar van lezers krijgt op je werk. Hoe waardevol is deze feedback voor jou?
In de tijd dat DichtTalent nog Poetry Alive heette, werd er op kritische wijze commentaar geleverd en op Schrijfnet was dat nog beter. Daar heb ik veel van geleerd. Nu zijn er nog maar weinig kritische recensenten. De meeste reageren op de inhoud van het gedicht en niet op vorm of stijl. Daarom heb ik samen met Jan letterkerkje.blogspot.com opgezet, een internetsite waar je commentaar op geplaatste gedichten kan leveren. Zelf houd ik van snelle feedback, van direct contact met andere dichters. Ik ben sowieso een gezelligheidsdier en dat is ook wat DichtTalent mij een uurtje per dag brengt. Overdag ben ik met tussenpozen alleen in de galerie en dan is het erg prettig om af en toe ook contact te hebben met de buitenwereld.

Ben je een dichter van regelmaat en rituelen, dat wil zeggen: schrijf je altijd op een vast tijdstip met dezelfde pen op dezelfde plek in huis? Of laat je je overvallen door een plotselinge drang om te schrijven?
Sinds twee jaar schrijf ik elke dag op een vast tijdstip: tussen kwart voor zes en half zeven ‘s avonds. Jan komt om vijf over half zeven thuis en ik presteer het beste onder druk.
Het is een vreemd ritueel, meestal schenk ik mezelf een glaasje wijn in en ga achter de computer zitten. Negen van de tien keer staat er binnen tien minuten een gedicht op het scherm. Ik weet nooit van tevoren waar het over gaat. Ik schrijf vanuit mijn buik en niet vanuit mijn hoofd. De titel bedenk ik als het gedicht af is. Ik ben een veelschrijver, heb sinds 2005 alweer 351 gedichten op DichtTalent staan en 95 onder een pseudoniem. Mijn stijl? Mensen reageren vaak met de woorden: ‘een echte Cilja’. Dat vind ik dan wel erg leuk.

Heb je plannen om in de toekomst een eigen dichtbundel te publiceren?
Tja, ik kan mijn werk heel goed relativeren. Natuurlijk was ik graag een werelddichter geweest, maar dat ben ik niet. Ik heb echter wel een droom. Ken je de uitgave van Van Oorschot van de Russische Bibliotheek: dat dunne papier, de geur van het boek, de boekenlegger van nepzijde? Dat zou mijn droom zijn: vijfhonderd gedichten ingebonden. Ik moet er zelf om lachen. Het zal er nooit van komen vermoed ik, maar misschien komt er ooit weer een bundel van Jan en mij.

Geplaatst in Interviews.