LITERAIR E-MAGAZINE VOOR NEDERLANDSTALIGE POËZIE

Interview Petra Talsma

30 apr 2026

Opletten, er komt een liedje langs.

door Alja Spaan

 

Petra Talsma, Epe (GLD) 1954, studeerde aan de Academie voor Beeldende Kunsten, Minerva in Groningen en aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht. In de eerste plaats is zij beeldend kunstenaar. Toch is schrijven altijd onderdeel geweest van haar beeldend proces.
In 2000 won ze de eerste prijs in een verhalenwedstrijd van Uitgeverij Lemniscaat. De prijs besteedde ze aan het collegegeld voor het eerste jaar van de Schrijversvakschool in Amsterdam.
Ze gaf enkele jaren les als gastdocent aan de TU Eindhoven, (Afd. Bouwkunde) en vele jaren als kunstenaar/docent aan de Hogeschool Leeuwarden. (Opleiding voor Creatieve Therapie) Daar gaf ze o.a. Masterclasses Taal/Beeld.
Ze heeft aan tientallen tentoonstellingen in binnen- en buitenland deelgenomen.

De foto’s en gedichten in dit interview zijn van haarzelf.


Hoe ben je bij Meander terechtgekomen? En wat doe je bij Meander?
Via Alja Spaan. Ik bezocht de Reuring poëziebijeenkomsten in de Alkenaer in Alkmaar, sloot me aan bij het Reuring Vrouwennetwerk en werd daar door Alja gevraagd of ik misschien interviews wilde maken voor Meander. Mijn eerste interview met Dietske Geerlings verscheen in Meander van mei vorig jaar.

Hoe kwam je in aanraking met poëzie?
Ik kom uit een klassiek gereformeerd gezin. Drie keer per dag werd er na het eten een tekst uit de bijbel voorgelezen. Dan krijg je als kind op een onbewust niveau flink wat taligheid mee. Dat dat tegelijkertijd verbonden was met etensgeuren en leeggegeten borden is natuurlijk ook een mooie basis voor poëtische verwondering. Hoewel ik dat pas veel later zo kon labelen.
Later op de middelbare school kwam ik in aanraking met andere vormen van taal en poëzie: bv. de gedichten van Adriaan Roland Holst.

‘Laten we zacht zijn voor elkander, kind-
Want o de maateloze verlatenheden …
Wij zijn maar als blaren in de wind
Ritselend langs de zoom van oude wouden.’

Dat er taal was voor dat grote onbestemde puberverlangen waar ik mee rondliep…
Later kwamen daar andere dichters bij: Lucebert, Campert, Mischa de Vreede ..

Wat maakt een gedicht goed?
Er is voor mijn gevoel geen absolute norm. Gedichten passen bij een levensfase. In die zin kun je zeggen dat ze komen en gaan. Laat ik voor mijzelf spreken: Als er een sterk beeld wordt opgeroepen.
B.v. het gedicht van Hans Favery.

‘Van lieverlede, zo komen zij nader
8 roeiers steeds verder landinwaarts.’

Het zijn maar 8 roeiers en tegelijkertijd wordt er iets in dat beeld aangeraakt dat gaat over oneindigheid, verdwijnen, oplossen in een groot mysterie. Ook hou ik ervan als er iets voor-de-handliggends wordt beschreven. Zoals Symborska over haar afwas een gedicht kan schrijven. En natuurlijk moet het vervolgens wel gaan schuren en uit de pas gaan lopen.

 

Lissabon

Wij liepen door Lissabon en waren niet gelukkig.
Een meisje schreeuwde ons toe: “Enjoy, this is your holyday.”
Schaamte sloeg met een kil handje tegen mijn wang.

En dit terwijl natuurlijk alles,
-de oude straten, de stoel van Pessoa, het licht over de Taag,
de donkere gestalten in de smalle stegen,
de korte trams als rinkelende blokjes, de pleinen –
ons uitnodigde ons naakte onbeweeglijke ongeluk
een vachtje van weemoedige schoonheid aan te trekken.

Jouw hand op het gesteven laken van een vreemd hotelbed.
Wij, uitééngedreven vertrouwd.

Hoe verklaar je dat veel beeldende kunstenaars ook schrijven? Of omgekeerd…
Het maakproces ligt in zekere zin vlak naast elkaar. Het is opletten, openstaan, nieuwsgierig zijn, uitproberen, nadenken.
Voor schrijven is in principe weinig nodig, een tafel, pen, papier, rust en je kunt van start. Wat er lastig aan is: het is weinig fysiek. Met een beetje pech, ga je zitten piekeren, zit je alleen in je hoofd. Niet voor niets zijn veel dichters wandelaars.
Als beeldend kunstenaar heb je te maken met materialen die weerbarstig kunnen zijn. Het is vaak gedoe, gezwoeg. Je hebt vaardigheden nodig, technieken, gereedschappen.
Je krijgt overigens ook van alles cadeau. Materiaal is vaak zeer gevend.
Voor mij is het een fantastische combinatie: Schrijven: je terugtrekken, beelden maken: ruimte innemen.
En uiteindelijk raakt het elkaar. Je moet een beetje op metaniveau kunnen denken over je werk: Omgaan met ritme en compositie etc. Dat geldt voor schrijven maar ook voor het maken van beeldend werk.

Wat vind je leuk aan deze klus?
Ik vind het interessant om me op deze manier te kunnen verdiepen in het schrijfproces van een dichter en voor een korte tijd in gesprek te zijn over dat werkproces. En dan met name  de mensen die taal en beeld combineren. Ik vind het ook boeiend om te horen welke beslissingen er in een leven genomen zijn om dat schrijfproces gaande te houden. Dat gaat nooit vanzelf. Het is nooit een gepolijst succesverhaal.

Hoe denk je over ons poëtisch klimaat?
Het Nederlandse poëtische klimaat?
Ik denk dat we in deze angstige tijden wel wat poëzie kunnen gebruiken. Poëzie heeft te maken met vertragen. De tijd nemen om woorden tot je door te laten dringen. Aandacht en vertragen, opletten, want er zou zomaar iets moois langs kunnen komen.

Hoe typeer je je eigen werk?
Ik maak graag installaties, specifiek voor een bepaalde ruimte.
Zo maakte ik voor de consistoriekamer van de grote kerk in Alkmaar de installatie: ‘Tafel van verzuchting en troost’.
Deze kerk functioneert niet meer als liturgisch centrum. Er zijn concerten, wijnproeverijen, boerenmarkten etc.
Bij de kringloop vond ik afgedankte bijbels die daar in flinke hoeveelheden voor 1 euro te koop liggen. Ik kocht ik er een aantal, bewerkte ze in mijn atelier, bracht ze terug in de kerk en vulde er een tafel mee.

 

Taal, kijk er mee uit.

Mijn vader. Zoals hij van tafel opstond,
ons één voor één dreigend aankeek,
zijn vuisten op het tafelkleed plantte
en met stemverheffing sprak:
“Wat wij hier zonet besproken hebben komt nooit
maar dan ook nooit over de drempel van dit huis.”
Bedremmeld zaten wij achter onze leeggegeten borden.

Ik dacht aan de drempel
en zag die woorden daar vals kakelend overheen buitelen.
Erger nog; ze zaten nu in mijn hoofd vastgeklonken.
Nooit kon ik meer zonder schuld die drempel over stappen.

Weer later las mijn vader aan diezelfde tafel voor uit de bijbel:
“Het woord is vleesgeworden en heeft onder ons gewoond.”

Ik dacht aan de kelder
waar in het koele halfduister mijn moeders weckflessen stonden.
Ik stelde mij dat woord voor,
een bloederige klomp vlees in een glazen pot
waar zacht gefluister uit opsteeg
en durfde een tijdlang de kelder niet meer in.

Taal, kijk er mee uit.
Iets nestelt zich in je hoofd en gaat je angst aanjagen.
Je kunt er lelijke kwetsuren mee oplopen
die een leven lang meegaan.

Het merkwaardige feit: De kerken lopen leeg maar veel mensen voelen zich ontheemd en verloren en zoeken naar zingeving en nieuwe betekenissen. Zelf ben ik daar ook onderdeel van.
Wat betreft het schrijven: De afgelopen jaren heb ik veel korte verhalen geschreven. Observaties van alledaagse situaties waar soms de grote onbegrijpelijke werkelijkheid in doorklinkt.

Wat mis je nog bij Meander?
Misschien op de website meer fotomateriaal van wat die dichters/kunstenaars beeldend doen.

 

Geluk

Meestal waren daar nog wel wat stukjes van.
Verweekt door de aanhoudende motregens van de laatste tijd
en daarna opgedroogd, kromgetrokken en te lang bewaard
op de bodem van een boodschappentas.
Meer vergeten dan bewaard
tussen zegels, niet meer courante boodschappenbriefjes
en kassabonnen.

Dan dat verkruimelde geluk terugvinden:
He, daar heb ik nog wat geluk onderin.
Wat een aardig soort geluk,
als je het wat schoonveegt
en afdroogt.

     Andere berichten

Interview Nisrine Mbarki Ben Ayad

Interview Nisrine Mbarki Ben Ayad

'Meertaligheid is een bouwsteen van mijn wezen. Hoe kun je schrijven als je delen van jezelf weglaat?' door Cora de Vos   Nisrine...

Interview Martin M. Aart de Jong

'Ik ben het type X45ErQ99, en daarvan de b variant.' door Alja Spaan   ‘Mijn naam roept al direct complicaties op. Soms ben ik drie...

Interview Froukje van der Ploeg

Interview Froukje van der Ploeg

‘De basis van alle kunsten is kijken en je verbazen’ door Annet Zaagsma   Froukje van der Ploeg is dichter en woont en werkt in...