Gedichten

Vlucht

daar klapwiekt een kind
het kan kijken met ogen groot
als van een jonge nestvogel

het kind houdt iets
in de holte van
zijn smalle vuist

een onzichtbaar insect
met stippen en
een breekbaar schild

schoksgewijs beweegt het kind zijn hoofd
verscholen in de capuchon
van een gele regenjas

het klapwiekt boven bergen
versgemaaid gras en rivieren
natgeregend asfalt

strijkt neer
en schikt zijn kleren

Uit: Na de vlakte, 2008
 

Zilvervissen

op het witte strand spoelen
de vissen aan met de zilveren ingewanden
obsceen ademend als in een pornofilm
oog in het groot onder het licht van
de maan en de muggen en de malaria
pornogewijs sterven
pervers als een archeologische opgraving

Uit: Na de vlakte, 2008
 

voor Georg Trakl

ik heb een vriend die ik nooit zie
hij verbergt zijn hoofd in een machine

                                                      of is het een droom

deze mond is een doorn, spreekt (hij) tot zijn zuster
                                de mond is de zijne
                                  en steekt

       moord           zucht                                     van de

                 mond

de zuster is zijn geliefde                     de zuster is de zijne

waar is het einde van de droom
                                                                 (de uitgang)

:de droom mondt uit in moord

Uit: Dichter bij de Prinsentuin, bloemlezing, 2006

 

When the barrage lifts…

Een witte vlek in het veld
herinnert aan de huizen van krijtsteen
die eens een dorp vormden.

Een boom zonder kruin
nietsondersteunende zuil,
nutteloos als nat kruit.

En een enkele grashalm,
armoedig en lachwekkend bewijs
dat hier iets groeien kan.

Uit: Na de vlakte, 2008
 

Geplaatst in Gedichten.