Ineke Holzhaus – Hond in Pompeï

Een reis van begin tot eind

door Jan Pollet

Eerlijk gezegd, was ik een beetje met tegenzin aan Hond in Pompeï, het late debuut van actrice Ineke Holzhaus, begonnen. Uitvoerende kunstenaars koesteren vaak de heimelijke wens om ook eens een onsterfelijk vers of lied te schrijven en meestal levert dat een knap gemaakt maar weinig boeiend resultaat op. Ach, weer zo’n goedbedoelde poging van iemand die het klappen van de zweep kent maar eigenlijk niets prangends te vertellen heeft, dacht ik… tot ik mij aan het lezen zette…en mijn vooroordelen gedicht na gedicht voor de bijl zag gaan.

Holzhaus heeft een prachtige debuutbundel bij elkaar geschreven die ingetogen op zoek gaat naar de roots, nergens uitschuift over gezwollen beeldspraak of gezochte taalsnufjes, zeer beheerst de gevoelens raakt zonder ze op te blazen en zich van een rijk beeldtaalregister bedient.

Roos

Men moet de bloemen water geven
aan de voet, een waaier maken, wortels weten,
eenjarig, meer, niet beschadigen, gescheurd,
gezaaid, vergeten wanneer, uitzicht innemen,

als op de grens van slaap na de daad, perzik
opengedraaid, vruchtdraden zweven aan de pit,
een tuinman haast zich niet, men moet ook in
de bloemen binnenbreken, over de rozen niets
dan goeds, over de rozen niets, niets dan de roos

bemesten, het woord water geven, langzaam,
hier, voor het donker wordt, aan de voet.

Met dit gedicht zitten we halverwege de bundel en hebben we intussen de ruïnes van Pompeï en een reeks ‘onderweg-gedichten’ over Frankrijk achter ons.  Hond in Pompeï leest als een reis die begint bij de oudste overblijfselen van onze beschaving en via een paar uitstapjes eindigt bij de letterlijke roots van de dichteres. De sterkste gedichten zijn dan ook die waarin ze – bijna organisch – het contact met het verleden probeert te herstellen. ‘Onder de tuin ligt een andere tuin’ is een even simpele als alleszeggende beginregel van een gedicht waarin de band tussen grootmoeder, moeder en dichteres wordt opgegraven.

(…)
mijn hand wroet laag voor laag tot  hij
zwart bovenkomt, onder mijn huid staan
haar blauw geaderde initialen geschreven,

ik leg droog wiedsel om, trek wortels
uit de ondergrondse moestuin tot ineens
mijn moeders handen zich uitsteken in mij.
(…)
Onder de tuin.

Op een langoureus, zangerig ritme wordt afscheid genomen en naarmate de bundel vordert maken de beelden plaats voor eenvoudige mededelingen die diep in het vel snijden:  Vooral in supermarkten overval je mij/ met je afwezigheid, hang ik verzwaard/ op winkelwagens of een glimlach oproepen: het stadsgras dat elk jaar goede moed vat  of  de verlatenheid beschrijven : verder gebeurt er niets tussen de huizen/ de mussen die zo tsjilpten zijn verdwenen.
Het laatste en wat mij betreft het mooiste gedicht vindt de perfecte balans tussen beeld en taal :

Wit het weiland

Wit het weiland achter de nabije tuin,
geen gras te zien of een ademend wezen.

Ontvouw me in velden van dauw, in nevel,
wanneer mijn tekening drupt op de ruit.

Boomstammen schetsen zich bladerloos
zwart het overbelichte beeld in. Takken.

Ook vruchtbeginselen zichtbaar en daar
eindelijk het ritselen van een dier. Vogel.

De Dag is goed voordat de dag begint.

Ineke Holzhaus (1951) is actrice en speelde vele kleine en grotere rollen. Ze is ook bekend als voordrachtskunstenares en trad ondermeer op op Poetry International. Een interview met Holzhaus kunt u hier beluisteren.

Geplaatst in Recensies.