Frans Budé – Bestendig verblijf

Poëzie Kort: Vijfentwintig jaar Budé

door Bert van Weenen

Sinds 1984 publiceerde de Limburgse dichter Frans Budé (1945) bij uitgeverij J.M. Meulenhoff in totaal elf dichtbundels: Vlammend marmer, Een leem, Grenswacht, Nachtdroom, De onderwaterwind, Maaltijd, In Remersdaal, Alles gaande, De trein loopt prachtig binnen, Blauwe rijst en onlangs zijn nieuwste Bestendig verblijf.

In het gelijktijdig met Bestendig verblijf verschenen essay Dat niets meer voorbijgaat verdedigt Morriën-biograaf Rob Molin Budé tegen allerlei aantijgingen van epigonisme. Na Gerrit Kouwenaar, Hans Faverey en H.C. ten Berge is er gewoon een nieuwe generatie dichters gekomen voor wie het autonome karakter van de poëzie steeds weer een doorslaggevende rol speelt bij het schrijven van hun gedichten. Gedichten die, ondanks de ook aanwijsbare familieverwantschap, toch wel degelijk per dichter een eigen stijl vertonen.

Hoe dat bij Budé zit, kun je bijvoorbeeld nagaan met behulp van zijn nieuwe bundel Bestendig verblijf, een stevig boekwerk van 144 bladzijden, met een tiental reeksen gedichten, waarvan er één (‘Niemand ziet’, blz. 85-103) gekoppeld is aan schilderijen van diverse kunstenaars (Ensor, Hopper, Bacon, enzovoort). Bestendig verblijf biedt een mooie staalkaart van Budés kunnen, waarbij ik persoonlijk de reeks ‘Opname’ (blz. 75-83) een van de fraaiste vind. Hieronder het titelloze gedicht waarmee deze reeks begint.

Iemands stem stapt door mijn hoofd,
begint te vragen uw schoenen uit.
Het is waar dat men hier zo nadert,
de dag sluit, het glas van tafel, mij

mijn kleren af. Wie ruikt hier zo
naar ziekenzalen, bed na bed
het lopen van de koffie, belangrijk

kleiner de resten van een sigaret, krulletjes
ergens afgevallen, o wee, rusten zacht.

Zo de dunst mogelijke rook, getuite
lippen en toch de slappe lach gekregen.

J.M. Meulenhoff, 144 blz., € 19,95. ISBN 9789029084567

Geplaatst in Recensies.