Een kreet als een strijkstok

Federico García Lorca (1898-1936) geldt als Spanje’s bekendste dichter aller tijden. Hij zette met zijn originele taalgebruik het traditierijke Andalusië op de poëtische wereldkaart. Onlangs verscheen bij uitgeverij Atheneum – Polak & Van Gennip zijn Verzamelde gedichten, in een magnifieke vertaling van Bart Vonck.

De dichter García Lorca werd kort na het begin van de Spaanse burgeroorlog gedood door volgelingen van de rechtse generaal Francisco Franco. Deze brute, door tal van geruchten omgeven moord houdt menig Spanjaard nog altijd bezig. Eind vorig jaar werd er bijvoorbeeld in de buurt van Granada op verschillende plaatsen wekenlang gezocht naar de stoffelijke resten van de veelzijdige kunstenaar. Overigens zonder positief resultaat.
Uiteraard is de exacte toedracht van deze moord vooral van belang voor historici en García Lorca’s nabestaanden. Anno 2010 gaat het ons, poëzieliefhebbers, met name om zijn literaire nalatenschap. Dat die nog altijd staat als het spreekwoordelijke huis, wordt duidelijk bij lezing van García Lorca’s, bij Athenaeum – Polak & Van Gennip verschenen Verzamelde gedichten. En nu we toch aan bouwkundige beeldspraak doen: vertaler Bart Vonck heeft een monumentale prestatie afgeleverd, door vrijwel alle gedichten – en dat zijn er vele honderden – van de Spaanse auteur in voorbeeldig Nederlands te herdichten.

Virtuoze pen
Vonck, per e-mail door Meander gevraagd naar de kracht van García Lorca, meent: “Die uit zich op heel wat terreinen. Ik noem er twee. Eén: Lorca is een veelzijdig kunstenaar die een diepe kennis van de Spaanse traditie, zowel de ‘volkse’ als de ‘artistieke’, heeft weten te verbinden met een openheid voor het modernisme. Lorca heeft de kern van de poëzie, de metafoor, afgetoetst aan een dichter als Góngora en opengebroken naar een modernistische zegging (de generatie van ‘27). Ten tweede beschikte Lorca over een virtuoze pen die hij drenkte in een gedurfde symboliek: dood en leven zijn antagonismen die elkaar nodig hebben en zonder elkaar geen dramatische kracht vinden. Die kracht heeft Lorca uitgewerkt in elk thema en motief dat in zijn werk aan bod komt: de maan, de zigeuners, de vrouw, de onmogelijke liefde – de realiteit van de homoseksuele relatie… Eigenlijk zou ik hier haast alle gedichten kunnen citeren. Maar bij wijze van voorbeeld noem ik er twee: de derde ghazel (van de wanhopige liefde), (p. 572-573) uit de ‘Divan van de Tamarit’; en ‘De dageraad’ (p. 516) uit ‘Dichter in New York’.”

Leesbare vertaling
Dat García Lorca prachtige gedichten in het Spaans heeft geschreven, betekent niet dat een Nederlandse vertaling per definitie ook prachtig zou zijn. Zonder al te veel af te willen doen aan het vertaalwerk van illustere voorgangers als Dolf Verspoor, kunnen we zonder meer stellen dat Vonck een fraaie, bijzonder leesbare vertaling heeft afgeleverd, die steeds trouw aan de brontekst blijft. Soms is zijn vertaling zelfs beduidend beter dan tot nog toe beschikbare versies.
Neem het magnifieke gedicht ‘El Grito’, met dat schitterende beeld van een kreet, die – slaand van de ene bergwand tegen de andere – als een strijkstok de snaren van de wind in een dal laat trillen. In de laatste strofe van dit gedicht lezen wij in Vonck’s vertaling: ‘(De grotbewoners komen / met hun lampen naar buiten.)’
In het in 1985 bij Meulenhoff verschenen Federico García Lorca – Gedichten, vervormde Dolf Verspoor het eerste vers tot iets heel anders: ‘(Die in de holen wonen / komen met walmende lampen.).’ Bovendien verzuimde hij vervolgens nog een laatste ‘Ay!’ in zijn vertaling op te nemen.

Ay
Veel van García Lorca’s metaforen zijn geënt op specifieke aspecten van het Zuid-Spaanse leven. Het bleek niet eenvoudig om die voor een Nederlandstalig lezerspubliek te ontsluiten, aldus Vonck: “Het was een moeilijke klus. De problemen deden zich grosso modo voor op twee domeinen: enerzijds de spanning in de brontaal als spanning in de doeltaal behouden, door allerlei procedés uit de vertaalkunde; ten tweede wilde ik in de doeltaal ook de suggestie aanbrengen dat het om een Spaanse dichter gaat. Daarom heb ik bijvoorbeeld het veelvuldig gebruikte tussenwerpsel ‘ay’ in de doeltaal behouden. In mijn ‘Verantwoording’ heb ik dat kernachtig proberen te verwoorden. Maar er is nog iets: Lorca wordt zowel in Spanje als daarbuiten nog te vaak door een ‘folkloristische’ bril gelezen terwijl zijn werk ver boven die lezing uitsteekt en er ‘à la limite’ zelfs niets meer mee te maken heeft. Misschien was dat wel het allermoeilijkste…"

Federico García Lorca. Verzamelde gedichten.
Vertaald door Bart Vonck
Athenaeum – Polak & Van Gennep
ISBN: 978 90 253 6695 7

Geplaatst in Interviews en getagd met .