'Er is zoveel nog om uit te proberen'

Krijn Peter Hesselink (1976) begon zijn loopbaan als dichter met succesvolle optredens bij poetry slams. In maart 2008 debuteerde hij bij uitgeverij Nieuw Amsterdam met de bundel Als geen ander. Eind 2009 verscheen Stil alarm. Het afgelopen jaar verscheen een interview met Krijn Peter in deze rubriek. Het verschijnen van zijn derde bundel De uitputting voorbij, op 12 januari bij uitgeverij Nieuw Amsterdam, plus de publicatie van drie nieuwe gedichten, was voor ons aanleiding om deze dichter nogmaals aan de tand te voelen.

Waarin verschilt jouw nieuwe bundel ten opzichte van jouw vorige bundels?
De uitputting voorbij is veel meer een coherent geheel dan mijn eerste twee bundels, Als geen ander en Stil alarm. Die kenden op zich wel degelijk een zekere thematische samenhang, maar in wezen was de werkwijze: net zolang doorschrijven tot je genoeg gedichten hebt om er een kaftje omheen te kunnen plakken. De gedichten uit De uitputting voorbij sluiten daarentegen allemaal qua vorm en inhoud op elkaar aan. In het hele boek is eenzelfde spreker aan het woord die verslag doet van een getroebleerde relatie.

Wat maakt voor jou een serie gedichten tot een bundel?
De gedichten uit De uitputting voorbij vormen geen samenhangende plot, maar ze maken als het goed is wel een bepaalde psychologische ontwikkeling voelbaar. Bij deze bundel stond me vanaf het eerste begin een bepaalde sfeer voor ogen. Een warme sfeer; ik was op zoek naar verdriet, verlangen, aanvaarding. Daarnaast heb ik geprobeerd me er zoveel mogelijk van te weerhouden me in intellectuele slimmigheidjes te harnassen. Ook heb ik consequent aan een bepaalde vorm vastgehouden: een ik-figuur die in de tegenwoordige tijd en in de derde persoon over een vrouw spreekt. Het materiaal loopt uiteen van alledaagse observaties tot surreële, nachtmerrie-achtige taferelen. Maar waar ik vroeger rustig afwachtte tot zich een inval aandiende, daar heb ik mij nu veel meer laten voortjagen door de innerlijke noodzaak om een bepaalde thematiek te onderzoeken. Zo heb ik tijdens een kerstvakantie, die ik met mijn toenmalige vriendin in Parijs doorbracht, ongeveer één gedicht per dag geschreven. En daar zaten behoorlijk lange bij!

Hoe denk je dat deze nieuwe bundel ontvangen gaat worden?
Nou, ik hoop natuurlijk dat het als een onverbiddelijk meesterwerk wordt ontvangen. Maar er is misschien ook een iets zinvoller antwoord mogelijk… Mijn vorige bundel, Stil alarm, wordt bevolkt door mensen die zich nooit helemaal laten kennen. Er is een dreiging, maar die blijft onderhuids. Het alarm blijft stil. Bij oppervlakkige lezing kan de bundel daardoor iets vrijblijvends houden. De hoofdpersonen van mijn nieuwe bundel durven zich wel echt over te geven, waardoor de klap harder aankomt als het mis gaat. Dat is althans de bedoeling. De persklaarmaker van mijn uitgeverij, die zich bij mijn debuut nog behoorlijk op de vlakte hield (‘ik heb geen verstand van poëzie’), werd in ieder geval spontaan lyrisch. In een e-mail schreef ze: ‘Mooi werk weer. Vol weersinvloeden en getijden. Ik voel het najaar.’

Je stuurde een gedicht in naar Meander. Dit gedicht, ‘Droom’, heb je niet in je nieuwe bundel opgenomen. Waarom niet?
‘Droom’ heb ik van de zomer geschreven. Het geeft een inkijkje in de neurotische geest van een dichter die keihard aan zijn derde boek aan het werken is, maar verteerd wordt door de angst dat al zijn woorden in een groot zwart gat zullen verdwijnen, dat dat derde boek er nooit gaat komen. Als ik het in De uitputting voorbij had opgenomen, zou het een vreemde eend in de bijt zijn gebleven in een bundel die verder geheel aan liefdesperikelen is gewijd.


Foto: Keke Keukelaar
http://www.3hoog-achter.nl

 

Wat is voor jou de kern van jouw dichterschap?
Oei, wat een vraag. Probeer daar maar eens op te antwoorden zonder in hoogdravendheid te vervallen! Ik denk dat ik in mijn kunst probeer die aspecten van de menselijke ervaring te onderzoeken die zich niet wetenschappelijk laten kwantificeren. Dus probeer ik mensen niet op hun ratio, maar op hun intuïtie aan te spreken. Met ontregelende beelden hoop ik mensen uit hun vertrouwde denkpatronen los te rukken. Zoiets.

Naast dichter ben je ook vertaler; gebruik je bepaalde ‘buitenlandse’ taalconstructies ook weleens in het Nederlands om bijvoorbeeld een nieuwe draai aan onze taal te geven?
Door het vertalen ben ik juist een beetje allergisch geworden voor buitenlandse taalconstructies (al wil Lucebert, een van mijn grote idolen, zich er nog wel eens aan bezondigen). Als het vertalerschap mij iets geleerd heeft, dan is het stilistische souplesse. Als vertaler word je gedwongen niet te blijven steken bij de eerste de beste oplossing, maar eindeloos te blijven herformuleren. Dat is heel leerzaam.

Waar veel dichters één bundel in de 2 tot 5 jaar uitbrengen, heb jij nu al drie bundels in ruim drie jaar gepubliceerd. Ben je een veelschrijver?
Een goede vraag, waar ik helaas geen goed antwoord op heb. Mijn redacteur wordt soms bijna moedeloos van mijn tomeloze energie. Een boek is nog niet uit of ik wil alweer afspreken om over een volgend boek te praten. Geen idee waar de ideeën vandaan komen. Opmerkelijk genoeg weet ik wel heel goed wanneer die productiviteit is begonnen. In de zomer van 2006 had ik mij geplaatst voor het Nederlands kampioenschap poetry slam, terwijl ik eigenlijk helemaal niet zo tevreden was over mijn gedichten. Ingmar Heytze nodigde mij toen uit voor een science slam, waarbij podiumdichters het met hun eigen poëzie moesten opnemen tegen wetenschappers die mochten putten uit de wereldliteratuur. Wij kregen de extra opdracht om een gedicht te schrijven over een object uit het depot van het Utrechtse Universiteitsmuseum. Dat werd ‘Een brief aan het object li 158 uit het depot van het Utrechtse Universiteitsmuseum’, later opgenomen in mijn debuutbundel Als geen ander. Plotseling had ik mijn stem gevonden. Sindsdien blijven de ideeën maar komen. Er is zoveel te leren, zoveel om nog uit te proberen!

Heb je er weleens over nagedacht om samen met je broer, Sieger Baljon, een bundel te schrijven?
Er zijn inderdaad veel raakvlakken tussen mij en mijn broer. We zijn allebei podiumdichters en maken allebei muziek. Maar een gezamenlijke bundel hebben we nooit serieus overwogen. Wel is er het plan om een keer samen een theatervoorstelling te gaan maken. Sieger volgt momenteel de mimeopleiding aan de Amsterdamse Theaterschool. Hij is zich daar waanzinnig goed aan het ontwikkelen, dus tegen de tijd dat hij daarmee klaar is speelt hij mij misschien wel volledig van het podium. We zullen zien…

Je schrijft, zingt, staat nu en dan op het podium; je beperkt jezelf niet tot een bepaalde vorm. Ook inhoudelijk lijk je over van alles en nog wat te willen en kunnen schrijven. Zie je manieren voor jezelf om nog breder uit te waaieren, zijn er dingen die je pertinent wil vermijden?
Ik ben een veelvraat. Soms denk ik dat ik mij meer zou moeten beperken, maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. In de afgelopen tijd heb ik ook een paar essays gepubliceerd in Hollands Maandblad. En ik heb een toneelstuk geschreven dat ik in samenwerking met regisseuse Marijke Schermer eenmalig heb laten lezen door de acteurs David Lucieer, Dagmar Slagmolen en Jack Vecht; ook daar zou ik graag meer mee willen doen. En dan is er nog de aanhoudende neiging om een roman te willen schrijven. Ik word weleens gek van mezelf…

Waar ben je nu mee bezig, wat staat er de komende maanden op het programma?
Op 12 januari is mijn bundelpresentatie, dus dat wordt een groot feest. Heel spannend hoe de bundel ontvangen zal worden. Uiteraard zal ik her en der weer gaan optreden. En verder ben ik natuurlijk ook al met een volgend boek bezig. Maar daar mogen jullie me een volgende keer over uithoren. Er moet nu nog even in stilte worden gebroed.

Geplaatst in Interviews en getagd met .