Leo Vroman – Daar

Nieuwsgierig naar de dood

door Wilma van den Akker

Maar weinig mensen kijken uit naar hun levenseinde. Ook de 96-jarige Leo Vroman niet, hoewel de dichter in zijn bundel Daar herhaaldelijk een vergaande nieuwsgierigheid verwoordt naar de tijd erna, en het moment waarop. Op het omslag wijst een oude hand, vergroeid met een slingerende plant, in de verte: ‘Daar’  zegt die hand, ‘daar is het!’ In het titelgedicht staat naast de ik-figuur een lege vorm, de personificatie van Vromans afwezigheid.

[…]
Nu wil hij al iets voor mij uit en
zucht naar het zalige gevaar,
trekt mij, wijst al half buiten:
Daar! Daar!
Maar wat is daar? Wat blijft er over van een gestorven mens? Vroman gelooft niet in een leven na de dood – hooguit speelt hij af en toe met de gedachte – maar vooral in de concrete werkelijkheid van vlees, bloed en darmen, en van chemische stoffen. Dit is wat hij verwacht:

Seeotwee

Wat ik aan kan bieden
na het cremeren
is mijzelf niet meer en
wel koolstofdioxiden.
Vraag wat hij op aarde
heeft nagelaten
van enige waarde
en mijn C02
heeft geen idee
waar jullie over praten.
Wel zoekt mijn as
misschien nog een poos
bijna hopeloos
naar wie ik was.

Op het meer menselijke vlak gaat het in Daar om het er niet meer zijn voor zijn geliefde Tineke en een handvol andere dierbaren.  Ook hier komt een nuchtere Vroman aan het woord, in het gedicht ‘Is dit boek zo beter?’ laat hij vingerafdrukken en ‘… een dun hard koekje / Vromanhuidcellen na / compleet met vetvol DNA.//  Vromans gedichten over de naderende dood zijn geruststellender dan welke hiernamaalsbelofte dan ook. De dichter Vroman is zelden verontrustend, tenzij hij zich – waarschijnlijk meer dan terecht – kwaad maakt:

Aan een anti-Japanse schrijver

Jij had dat Japanse kind van zes
jaar in je badkuip gezet
en met je oude padvindersmes
langzaam en heel nauwgezet
de onderbuik opengesneden,
en toen de darmen naar buiten gleden
met het kind nog om hulp roepende
maakte je langs de badkamerwanden
van haar nog na poepende
na stuipende ingewanden
een slordige guirlande.
Natuurlijk, wat ik hier vertel
is allemaal niet waar.
Dat mag dan wel zo wezen maar
walgelijk blijft het wel.

Een gedicht met beelden die je niet gauw loslaten. Het roept vragen op over de ‘anti-Japanse schrijver,’ zeker gezien Vromans eigen Jappenkampverleden. Hij geeft hiermee in ieder geval aan dat dat verleden hem niet heeft vervuld met haat voor alles wat Japans is.

Vroman heeft een fijne, losse stijl, waardoor het nauwelijks opvalt dat hij rijmt. Sommige gedichten zijn in het Engels geschreven. Hij eindigt de bundel met een verzoek:

Dear muse,

Stop making me write poems please
Save the rest for emergencies.

Het is te hopen dat hij daar niets van meent. Van mij mag hij honderd en ouder worden, en doorgaan met dichten natuurlijk.

 

Geplaatst in Recensies.