Frans Deschoemaeker – Onder de barnsteenroute. 23 variaties op een thema van Lars Gustafsson

Opsompoëzie voor reisyuppen?

door Kees Godefrooij

De barnsteenroute is een netwerk van handelswegen uit de oudheid, waarlangs het fossiele barnsteen dat op de kusten van de Oostzee werd gevonden, naar afnemers in het Middellandse Zeegebied werd getransporteerd. Een westelijke tak van de route liep door België.
De bundel Onder de barnsteenroute bevat 23 gedichten die variëren op een thema dat Lars Gustafsson in zijn gedicht ‘Ballade over de voetpaden in Västmanland’ zo verwoordde:

Er is een vervolg,
er is altijd een vervolg, als je maar
zoekt, deze paden zijn koppig,
ze weten wat ze willen en aan kennis
paren zij een aanzienlijke listigheid.

uit: Artesische bronnen Cartesiaanse dromen (1980)
vertaling J. Bernlef.

Er valt veel te genieten in deze bundel. Neem het volgende fragment:

Derde verhaal van de paden

Ontstaan uit wulken, kalksteen,
zeeslib, ’t labo van de Jura,
bevond zich deze welbepaalde molecule
miljoenen jaren lang
in een bergwand
bij wat nu Carrara heet.

Toen kwamen beitel, koevoet,
wig, spie, houten plug en water,
veel water, tot het blok losliet
en de berg afgleed
langs Pietrasanta naar de zee.

Op een mooie lentedag, eensklaps,
maakte de molecule deel uit
van een concept
in het hoofd van een man
die het blok monsterde.

Vandaag zit zij in het hoofd
van een madonna
hoog boven het altaar
van een koude kerk in het Noorden,
waar ik haar poog te visualiseren
dáár, net onder de huid, ter linkerzijde,
aan een tere neusvleugel.

Maar dan gaat het mis, in de volgende strofe wordt de naam van de kunstenaar onthuld, en dat is jammer. Het gedicht dient immers de contouren te tekenen van het genie, het mag als een zonnetje haar schaduw werpen over de kunstenaar maar een naam is uit de boze.

Wat enigszins storend is zijn de vele opsommingen die je tegenkomt in de gedichten. Het is net alsof de dichter niet kan kiezen en daarom alles opnoemt om een sfeer te creëren, dat is soms teveel van het goede. Deschoemaeker had dieper mogen reiken om een andere oplossing te vinden. Neem de volgende strofe uit ‘Het tweede verhaal van de paden’:

Alsof hier ooit iets bewoog,
alsof hier alsnog een zin kon ontstaan,
turen wij, turen
tot de muur van inkt, melk, riet, graniet,
muggenzwermen, eendenvluchten, dagresten, Romeinse villa’s,

Echter, bovengenoemde zaken mogen niet verhullen dat er genoeg te genieten valt. Eloquent laveert de dichter tussen de Oudheid, de Renaissance en het nu, zoals in ‘Ballade over de paden van de meisjes van het schiereiland’: Een rode / krullenzee uit het penseel van Botticelli, een rugzakje, de zoom van een / zomerjurk die hoog boven een fraaie knieknik danst.

In ‘Pistache’ maakt het lyrische ik een avondwandeling met de hond en vraagt terloops aan het beestje of hij zich nog herinnert hoe zijn oude tennisbal een winter doorbracht onder de houtmijt achter in de tuin.
In ‘Een anekdote’ verhaalt de dichter van een man die tweemaal per jaar een wandeling maakt, een wandeling van drie weken naar het ouderlijk huis waar zijn zus woont.
‘Perspectief van de pendelaar’ gaat over de vele kilometers die het lyrische ik heeft afgelegd in het woon-werk verkeer, hij benoemt de exotische oorden waar deze afstand hem naar toe had kunnen leiden. Of neem de fraaie regel ‘Maar de diaspora der dingen’ in het ‘Vierde verhaal van de paden’.

Met vaardige pen doch losse teugels voert Deschoemaeker zijn verzen op dandyeske wijze langs de mistige flanken van de Parnassus met zijn kirrende muzen en volgt daarmee de paden van weleer. Met Onder de barnsteenroute kun je als lezer op weg gaan.

****
Onder de barnsteenroute is de zesde dichtbundel van Frans Deschoemaeker (Kortrijk, 1954). Hij woont te Oudenaarde en werkt te Brussel voor de Vlaamse Overheid. Zijn werk werd o.m.bekroond met de Prijs van de Provincie West-Vlaanderen en met de Arthur Merghelynckprijs en de Maurice Gilliamsprijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.
Hij publiceerde eerder: Stroomafwaarts (1979), In de spiegelzalen van de herfst (1981), De onderhuidse lach van de landjonker (1985), Beginselen van archeologie (1990) en Perspectief met engel (2003).

Geplaatst in Recensies.