Cor Gout – De muziek van het huis

De dichter en zijn fiets

door Levity Peters

Wat een gevaarlijke titel, dacht ik, toen ik de bundel De muziek van het huis van Cor Gout in handen kreeg. Direct had ik de associatie met ‘de wijn van het huis’ die je in sommige restaurants wel aanbevolen krijgt, een redelijke, maar niet bijzondere wijn voor een goede prijs. De achterflap van het boekje vertelde mij dat de bundel gaat over het huis waarin de dichter is opgegroeid en waar hij sinds enige jaren weer woont: ‘Het huis met de griffioenen.’ Ik vroeg mij af, waarom dat er toe deed. Het zou ‘het verhaal’ zijn dat het huis vertelt, het ‘eigen lied’ dat het zingt. Ik verwachtte in ieder geval muzikale poëzie.

Het eerste gedicht heet: ‘Bechstein’.

Dit huis is geen
bewaarplaats
van herinneringen

het maakt ze

in ontmoetingen
botsingen, frictie
openbaringen

de muziek
van het huis
is verweven met
alledaags leven
pianospel
op de oude Bechstein
niet alleen
de klank van weleer
de toets van de vader
het moet
van de leraar
– ‘muziek moet vloeien als taal’ –
maar ook het toeval
van
wie er op speelt
en wat er dan ontstaat

Het gedicht gaat over de muziek die de dichter ervaart, maar welke soort blijft een raadsel. Het zal wel klassiek zijn, vloeiend als taal. Misschien geldt het voor het huis, maar het gedicht zelf zingt niet.
Een volgend gedicht ?
De tweede strofe van het gedicht ‘Uit zichzelf’:

Het huis omsluit
de ritmes
en de geluiden
van het tikken
van de meterkast
het murmelen
van de verwarmingsketel
het kraken van het houtwerk
en daar
overheen gelegd
een melodie
die komt
uit zichzelf

Door de onhandige formulering kan ik wel de bedoeling lezen, maar ik kom niet ín het huis. Ik word slechts deelgenoot van het denken van de dichter over zijn ervaringen, die overigens ook in andere gedichten nogal abstract blijven:

[…]
maar ook de kiem
van de herinnering
het androgyne karakter
de betovering
het mysterie

uit ‘Jas’

[…]
Voelt rombom
dat er iets komt
dat er iets komt
rombom
rombom

uit ‘Het gedicht komt’

[…]
er hoorde
geluid bij
en bruuske
beweging

uit ‘Voorbij’

Ik moet bekennnen dat dit wel een soort poëzie is waar ik een zwak voor heb, hoe beperkt zij ook is. Het kost me weinig moeite mij erdoor te laten meeslepen in de ervaringen die zij probeert te beschrijven. In dit geval brengt zij mij in mijn oude huizen terug, en bij wat ik ervoer wanneer ik ze herbezocht. Ze roept een soort intimiteit op die mij dierbaar is. Maar met verwanten een gesprek over mijn ouderlijk huis had eenzelfde effect kunnen hebben.
Van gedichten verwacht ik meer. Elk gedicht opnieuw hoopte ik dat de dichter boven de anekdotische inhoud zou uitstijgen, dat hij dieper zou graven en dat hij echt zou gaan zingen, niet slechts inventariseren en daarbij storend in het vage blijven.
Ook overkwam het mij regelmatig, dat ik mij afvroeg of het wel klopte wat ik las, of het niet gewoon onzin was:

[…]
met wegen
die zich openen
met lichten en signalen
die orde brengen
in de stad

uit: ‘Toekomst’

Er moet mij nog iets van het hart. Geen enkele keer werd ik verrast door een beeld dat niet clichématig was. Er is geen taalspel, geen woord is meerduidig of zelfs maar dubbelzinnig, geen zin virtuoos. Geen moment staat de taal centraal. Jammer. Poëzie blijft woordkunst.
De oude Salomo overtuigde ons er dan wel van dat er niets nieuws onder de zon is, maar wat wij van kunst verwachten, is toch iets nieuws, iets oorspronkelijks, een persoonlijke visie, eigenzinnigheid.
Niets wordt hier ergens ‘nieuw’, en nergens lijkt er naar een lezer toe geschreven.

Misschien heeft de dichter zelf het beste verwoord waar het hem om te doen was, in ‘Mijn fiets’:

[…]
want hij is al op jaren
mijn fiets
vriend
en evenknie
in het malen van
de melancholie
Geplaatst in Recensies.