Nafiss Nia – De momenten wachten ons voorbij

Het thuis van een ontheemde

door Levity Peters

De titel van de bundel van Nafiss Nia is ontleend aan het eerste gedicht.

[…]
De momenten wachten voorbij.
Alles smaakt anders in het hart van regen
zeker een trek aan de natte sigaret.
Hevig opzuigen heviger inademen langzaam uitblazen
de natte rook drijft de druppels in        minnekozend
het rode stipje gloeit
genoeg voor een brand
soms wel       soms niet.

Uit: ‘Ontheemde kangoeroe’

In deze vorm komen we de titel voor het eerst tegen: ‘De momenten wachten voorbij.’ In de volgende strofe vervolgt ze:

Alles is nieuws!
De geur van het aangebrande vlees bij de buren
de niet op tijd rijdende trams
televisieseries over ongelukkige mensen
nieuws nieuws nieuws.
Het toiletpapier is duurder
het plafond lekt
de klok is een uur vooruit
weer achteruit
iedereen wil naar de maan.

Ik weet niet of het die betekenis nog heeft, maar in mijn kinderjaren was iets naar de maan wanneer het kapot was, maar het zal hier wel betekenen dat iedereen weg wil van waar hij is, ver weg. Verlangen naar het onbereikbare als onze chronische ziekte.

En dan volgt de titel van de bundel: ‘De momenten wachten ons voorbij.’ De momenten in een eindeloze stroom, wachten voorbij. Ongezien verdwijnen de talloze momenten, ze wachten op erkenning, op herkenning. Ze liggen voor, zijn niet in te halen, we worden ons pas van ze bewust wanneer ze voorbij zijn.
Tot twee keer toe schrijft zij: ‘voor blijven en leven!’ De herinneringen voorblijven is in haar optiek leven, in het nu leven. De Zen-opvatting van een ontheemde Iraanse.

Nia geeft een overstelpende hoeveelheid waarnemingen, ervaringen, gedachten en denkbeelden op de ogenschijnlijk willekeurige manier waarmee ze doorgaans worden verwerkt en die zet zij buitengewoon helder neer. Maar, en dat is het mooie van Nia: in een prachtige, nergens geforceerde ritmische ordening, waarin geen woord teveel is:

Opnieuw leef ik

Met zwart    groen    rood met    kleuren leef ik.
Met vriend    vijand    pijn met    genoegen leef ik
Met dood
met leven leef ik.
Opnieuw leef ik.

Hier    daar    overal    nergens leef ik.
Ver    dichtbij     halverwege leef ik.

Ik weet dat de zegen voor mij zingt
dat de rode loper mijn sandalen af en toe streelt
dat het beeld van de zon geen valse tekening is.

Gisteren loopt nog steeds met me mee
de spiegel herinnert me iedere dag aan mijzelf
en naar de volwassenheid ligt een diepe vallei.

Ik weet het     ik weet het    ik weet het

nog nestelt de kindertijd zich in mijn maag
gloeit het brandmerk van het ochtendgebed op mijn netvlies
verbergen zich handgeschreven brieven achter gesloten deuren.

Misschien herken je me niet meer, vijgenboom
mij!
Ik ben vrouw geworden met je rood
misschien vergeef je me nu, tuin
mij!

Ik heb je aarde vertrapt
je dauw opgedronken
je bloemen gestolen
ik heb ze geschonken
de tijd geschonken
de toekomst geschonken.

Ik leef     ik weet het    nee     ik weet het niet.
Misschien leef ik
met kleuren    zwart    groen     rood.
Nergens leef ik    overal     hier    daar
ver     dichtbij      halverwege leef ik.
Met licht     met geluid     met stilte     met kabaal
met lucht leef ik    mooi leef ik.    Opnieuw leef ik.

Ik weet het    nee    ik weet het niet.
Maar misschien    misschien leef ik
en als ik er niet meer ben, in woorden leef ik.

(geïnspireerd door het gedicht ‘Woningloze’ van J.J. Slauerhoff)

Wat een geestkracht in de kwetsbaarheid die deze vrouw durft bloot te geven! Alles wat er in haar leven plaatsvond, kan een plekje krijgen in haar poëzie. Dat moet je niet alleen durven, maar ook kunnen. Het lijkt zoveel gemakkelijker dan het is, vooral wanneer de taal wordt gebruikt met de virtuoze vanzelfsprekendheid die Nia eigen is.
‘Wellicht ben ik hier gekomen om niet te blijven’, schrijft zij in ‘ontheemde kangoeroe’. Het is de strijd tussen het hier zijn, het in Nederland wonen, en het Iran dat in haar herinnering leeft, de strijd tussen het hier en nu, en het voorbije.

‘Alleen in mijn gedichten kan ik wonen’, schreef de eeuwige zwerver Slauerhoff. Wat is deze vrouw thuis in haar poëzie. Het groen en rood herinneren aan de vlag van haar moederland. Het zwart aan de alles bedekkende vrouwenkleding. Wat mij onverwacht trof was het erotische element. Het lichaam wordt niet genoemd, geen seksuele handeling beschreven, maar wat is zij expliciet in deze zinnen:

Misschien ken je me niet meer, vijgeboom
mij!
Ik ben vrouw geworden met je rood.

Vanouds staat de vijg voor het vrouwelijk geslachtsorgaan. D.H. Lawrence schreef een prachtig gedicht over erotiek dat ‘Figs’ heet. Ook het Duitse woord ‘ficken’ is afgeleid van ‘ficca’, het Latijnse woord voor vijg.
Daarna roept zij het groen op van de tuin. Tuinen, bloemen zijn belangrijk in Iran. De meeste meisjesnamen zijn bloemennamen. Het zwart, evenals het groen en het rood twee maal genoemd, staat natuurlijk ook voor de dood.

Opnieuw leef ik.

Heden en verleden, ergens, nergens, overal leeft zij, misschien. In dat misschien speelt de vraag of dat wat wij leven noemen wel het leven, het echte leven is.

Halverwege leef ik.

Het Farsi is door de eeuwen niet of nauwelijks veranderd, in tegenstelling tot het Nederlands, waarmee ons taalgebied bijna beroofd is van zijn literaire bronnen. Mijn moeder kon nog stukken Vondel voordragen, maar van de huidige generatie kent nauwelijks iemand een gedicht van bijvoorbeeld Achterberg uit het hoofd.
Dat is in Iran anders; middeleeuwse mystieke dichters als Saadi en Rumi spelen nog altijd een rol in het Iraanse leven. Het transcendente van het bestaan lijkt daar dan ook meer aanwezig dan hier:

[…]
Ik weet dat ik besta maar van het bestaan weet ik weinig.
Dat ik weinig weet van het bestaan weet ik zeker
of ik genoeg weet van mijn bestaan weet ik niet.
Ik weet alleen dat ik nog lang niet weet of ik besta om te weten.

Uit: ‘Analytisch leven’

Wereldmuziek is een geijkte term voor niet-Europese muziek. Voor mij is dit wereldpoëzie, maar in dubbele betekenis. Ik kan het niet laten tot slot nog een strofe te citeren uit ‘Denkbeeld’:

[…]
Goed dat je haar kus hebt
bewaard, een herinnering
smaakt nooit naar groene thee.

De momenten wachten ons voorbij is een bundel om te koesteren.

***
De Iraans-Nederlandse dichter, vertaler en filmer Nafiss Nia (1968) schreef eerder de bundel Esfahan, mijn hoopstee (2004). In 2007 verscheen van haar Stegen van Stilte, een keuze uit 100 jaar moderne Perzische poëzie.
Enkele jaren geleden besteedde Sander de Vaan in de Meanderrubriek Wereldpoëzie uitgebreid aandacht aan haar.
Zie verder http://nafissnia.blogspot.nl/

Geplaatst in Recensies.