Bert Kooijman – Slijpsel van tijd

Het voedende tekort van een grote liefde

door Levity Peters

De gedichten waarvan ik het meeste houd, zijn liefdesgedichten. Zelfs van liefdesgedichten waarin het alleen maar gaat over romantiek zoals die in films en reclame wordt getoond, en waar zovelen van ons graag mee bedrogen worden. Of zichzelf bedriegen. Ik houd van liefdesgedichten omdat ze altijd meer over de schrijver vertellen, dan over degene tot wie ze gericht zijn of over wie ze gaan. Liefdesgedichten omdat ze het hart tonen van de dichter, en de aard van zijn liefde.

Het is lang geleden dat ik zulke emotionerende liefdesgedichten las als die van Bert Kooijman. Je prijst degene gelukkig voor wie ze geschreven zijn, en maken je nieuwsgierig naar haar.

Ben ik ooit het zout
geweest in je tranen?

Heb ik ooit je woord
gedronken als water
voor mijn dorst?

Heb ik ooit de brand
van je pijn geblust
of mijn koelte over
je koorts uitgegoten?

Maar jij hebt mij niettemin
het brood van je liefde
laten eten en de melk
laten drinken van je troost.

(blz. 33)

Er wordt voorbijgegaan aan het uiterlijk van de geliefde. Er wordt niet gerept over de liefde die hij voor haar voelt. Er is alleen het bewustzijn van zijn tekort tegenover haar, zijn geliefde, die hem niettemin met haar liefde heeft gevoed en hem troostend met het leven verzoent.
Misschien kun je alleen maar zo schrijven wanneer je niet zo jong meer bent, en weet welke zaken in het leven echt van belang zijn en die de dood voorbij nog steeds bestaansrecht hebben. Want het is een dode tot wie de gedichten van Bert Kooijman gericht zijn:

Kijk ik neer op je lichaam
tussen lelies in gebed
dan zie ik tekens
in je gelaat gegrift
die ik niet kan wissen.

Hoor nu mijn liefde
die naar adem snakt
nu je vragen verstomd
je ogen blind zijn
van het kijken naar mij.

Ik leg stilte aan je zij
blijf je met mijn taal
nabij om je te vrijwaren
voor het vergeten want
je lichaam vergaat
wanneer ik het nooit
meer bezing.

(blz. 31)

De meeste lezers zullen, denk ik, de poëzie van Gerrit Achterberg wel kennen, die zijn ‘dode geliefde’ decennia lang in zijn gedichten tot leven probeerde te wekken en zo de dood eigenlijk ongedaan probeerde te maken.
Voor Bert Kooijman is de poëzie een manier om zijn lief te her-inneren.
Hij aanvaardt de dood wel. Zijn geliefde mag overleden zijn, maar zij is niet dood; zijn liefde is immers niet dood, en daarom zijn dit geen elegieën, geen klaagzangen, maar liefdesgedichten:

Ik tracht je lichaam
te ontwaken, nu
mijn verlangen je
wangen kleurt
met dageraad.

In mijn dromen
verander je van gedaante
ben je enkelvoudiger
in vervoering, bruid
van mijn hart.
En mocht ik je veroveren
laat mij dan leren
mijn geluk binnenste buiten
te keren en mijn adem
op te sparen om te verhalen
wie je bent.

(blz. 28)

Hij maakt haar zo omvattend als de wereld. Haar wangen worden gekleurd met dageraad. Maar ook hier weer blijft hem de vraag of hij niet tekort schiet, of hij haar wel veroveren kan, dat wil zeggen omvatten, bevatten kan. Zo vervuld van haar wil hij zijn; niet om zelf gelukkig te zijn, dánkzij haar, maar vóór haar levend.

In het tweede gedicht repte hij van zingen, in het laatste over verhalen; taal is voor Bert Kooijman meer dan een middel ter communicatie. Het is een mysterie dat hij alleen met omtrekkende bewegingen kan benaderen.
Poëzie is de vorm waarin de taal de wereld op gevoelsniveau onthult. Poëzie, die een eigen leven lijkt te hebben, alsof zij buiten hem om bestaat, alsof de dichter slechts een medium is voor de poëzie om zich te verwezenlijken:

Het gedicht: niet meer
dan een kronkel in het donker

vist in de leegte
van het gehoor.

Zijn echo vriest dicht
of rijpt als een parel.

Het zoekt zijn schuilplaats
in wat voorbij gaat maar

staat soms als een tuin
in brandende kleuren.

(blz.7)

De meeste gedichten in de bundel Slijpsel van tijd, brengen die betovering over, weten te ontroeren, hechten zich in je geest vast. Waar ik de bundel ook open sloeg: treffende strofen en beelden, in een zo afgewogen taal dat het mij schokte dat ik niet eerder iets gelezen had van deze dichter van veel meer dan alleen maar zeldzaam intense liefdesgedichten.

***
Bert Kooijman werd in 1932 geboren in Maren aan de Maas. Hij volgde de Bisschoppelijke Kweekschool in Den Bosch, studeerde MO Nederlands in Tilburg, legde zijn doctoraal examen af aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen en promoveerde aan de Universitaire Instelling Antwerpen. Hij was leraar Nederlands te Goirle. Hij debuteerde in 1961 onder pseudoniem en schreef een groot aantal bundels. Bij Kleinood & Grootzeer verscheen eerder van hem de bundel Aanwezig licht.
Slijpsel van tijd wordt zondagmiddag 25 november 2012 om 15.00 uur in Galerie K 26 te Oss gepresenteerd.

Geplaatst in Recensies.