Pieter Grootendorst – De dag kwam kijken

De overwinningen van een gedoodverfde loser

door Levity Peters

De behoefte om gezien te worden leeft in elk mens. Of gehoord te worden. Of gelezen. Dankzij de waarneming van de ander besta je. Gezien zijn betekent dat je voor iemand de moeite van het bekijken waard was. Het leidt tot onmisbaar zelfbewustzijn.
Het was het gedicht ‘Meng je in mijn leven’ van Pieter Grootendorst dat mij hieraan herinnerde:

Meng je in mijn leven, noodrem,
geef een krachtig signaal af,
lever het bewijs dat ook ik in de trein zit.
“Ik was bijna vergeten”, zal ik zeggen tegen diender
en conducteur, “maar nu mogen jullie mij vragen stellen
en het publiek een nieuw gezicht tonen.”

Meng je in mijn leven, noodrem, laat de machinist weten
dat mijn gedachten niet langer louter passeerbewegingen zijn,
laat de mensen mij doorzoeken.
“Ik was bijna vergeten”, zal ik zeggen tegen forens
en wonderkind, “maar nu zijn jullie in de gelegenheid om mij eens
goed te bekijken.

‘Meng je in mijn leven’ kun je lezen als een wanhoopsdaad, de ultieme poging om maar gezien te worden, van iemand die doorgaans onopvallend zijn eenzame weg door het leven gaat, onzichtbaar bijna om maar niemand te storen, een loser die doorgaans met nog futielere zaken de aandacht trekt:

Knooppunt

Vijf van de zes broeken in mijn kast
gaan door het leven zonder knoop.
Omdat het niet altijd eenvoudig is om mijn gebrek aan
daadkracht te camoufleren,
ben ik de mensen een antwoord schuldig dat luidt:
“Die knoop is mij deze ochtend pas ontglipt,
bij het aankleden, bij het aanknopen van een gesprek
met de dag.” In werkelijkheid heb ik geen herinnering
aan het verlies van de knoop, het gebeurde toen ik speelde
met de gedachte aan een leven zonder huidbedekking
of andere uitvluchten.

Aan het einde van het eerste gedicht ontbreekt bij de laatste regel het aanhalingsteken. Gebeurt zoiets een keer, dan kan een corrector het over het hoofd hebben gezien, maar dat is waarschijnlijk niet het geval. Zo onopvallend als onze hoofdrolspeler door het leven gaat, zo onopvallend bespeelt hij ons met zijn gedichten, die even vaak open eindigen als met een punt. We hoeven niet te lezen wat hier staat, we kunnen er rustig overheen lezen, maar hij heeft aan de noodrem getrokken, al beweert hij alleen maar de vraag aan de noodrem te hebben gesteld om zich in zijn leven te mengen.
Maar kijk nu eens goed naar de dichter: is hij alleen maar een ongevaarlijke gek, die ons een goed gevoel geeft over onszelf, dankbaar dat wij niet zo zijn? Of weet hij hoe hij ons in de kijker zet, zonder huidbedekking of andere uitvluchten over onze arrogantie, ons gevoel van meerderwaardigheid; blind voor onze eigen werkelijkheid. Door de manier waarop de dichter zich in het licht heeft gezet, lijken wij aan het zicht onttrokken, veilig, zolang hij in beeld is. Daarna zijn ook wij weer prooien, die soms voor jager spelen. Hij speelt de oude rol van zondebok.

Crimineel gedrag lijkt de reactie te zijn op het niet gezien zijn van de dader; zijn wraak op diegenen die hem niet wilden zien. Het is alsof hij zegt: mij niet zien kost je wat, maakt je armer, zet je voor gek.
Wanneer je de sleutel tot de gedichten gevonden hebt, ga je ze anders lezen.
Een paar titels:

Naam gezocht – Niemand mag weten hoe ik leef – Liefdevolle bedreiging – Een vrouw die op mijn zwager lijkt – Wie zal mij zeggen dat ik aan je denk – Vingerafdrukken – Een merel opende mij de ogen.

Wat eerst niemendalletjes leken krijgen een onverwachte ernst, en daarmee diepgang:

Souvenir

Zeg geen nee, niet nu, ontspan me,
laat me zien wie ik ben

De man van je leven is op reis,
hij denkt niet aan ons
Bovendien ben ik een gedicht voor je,
terwijl hij uitsluitend nummerborden leest

Toe, stel onze omhelzing veilig
voordat je kinderen wakker worden,
je verwaarloosde jurkje zich bedenkt

De hele bundel gaat over de omslachtigheid waarmee we ons een plaats in het leven proberen te veroveren, hoe we aan de opgelegde regels proberen te ontsnappen, desnoods in het geheim, voortvluchtig, om desnoods maar even te leven hoe we willen, naar hoe wij ons voelen en wie wij denken te zijn.

De bundel heeft een motto dat op maat gesneden lijkt:

(…)
en onder zijn oppervlakte
zit paniek, een licht
te verstorene, die voelbaar wordt
en opspeelt al bij het geluid
van sussende woorden

(Elly de Waard, ‘Portret van een dichter.’)

Hoe dekt dit motto tot het laatste gedicht de bundel:

      Raak me eens aan

– Raak me eens aan.
– Waarom ?
– Omdat ik moe ben.
– Moe? Waarvan?
– Van de afstand tussen mensen, van de opgewektheid die je in
het dagelijks leven voor moet wenden om niet uit de toon te
vallen, van het luisteren naar gedachten die een eigen leven
leiden…
– Wat moet jij moe zijn.
– Dat zeg ik toch.
– Zal ik je aanraken.
– Graag.

De dag kwam kijken heet de bundel van Pieter Grootendorst, en heeft als ondertitel: Kleine gedichten. Ook hier lijkt hij de machtsstrijd uit de weg te gaan, de confrontatie met Grote gedichten van Grote dichters te vermijden.
Maar waar hij heimelijk op hoopte is gelukt: hij is gezien, gehoord, gelezen.

***
Pieter Grootendorst (1969) studeerde Algemene Letteren in Utrecht. Hij debuteerde in 2008 met De stad was prachtig. Zijn werk wordt uitgegeven door Eres.

 

Geplaatst in Recensies.