Hsia Yu – bloed als tandpasta

Eerder dit jaar verscheen bij Uitgeverij Voetnoot de bundel Als kattenogen, van de Chinese Hsia Yu (1956). Sander de Vaan spr@k met vertaalster en samenstelster Silvia Marijnissen over deze bijzondere dichteres, die speelsheid hoog in het vaandel heeft staan.

Hsia YuZoals je al op je website aangeeft, is Hsia Yu een dichteres die haar lezers graag mag verrassen met haar teksten. Vormt zij een uitzondering in de moderne Chinese poëzie?
Ik denk dat alle moderne Chinese dichters graag verrassend willen zijn, zoals vermoedelijk alle dichters ter wereld. Maar iedereen heeft daarin zijn eigen aanpak.  In veel van haar bundels maakt Hsia Yu dankbaar gebruik van de mogelijkheden van de Chinese taal om ambiguïteit te creëren. Zo zet een nieuwe regel de vorige vaak in een heel ander daglicht. Daarnaast houdt ze van sterk visuele beelden en contrasten. Wanneer iemand wordt gedood en ze het bloed als tandpasta naar buiten laat spuiten, vind ik dat grappig en verrassend omdat ze het doden gelijkstelt aan tandenpoetsen. Tegelijkertijd is het visueel sterk, mede doordat de rode kleur van het bloed afsteekt tegen de witte kleur van de tandpasta. Je ziet in gedachten de scène voor je. Wanneer in een ander gedicht de vraag wordt gesteld: ‘Wie ben je?’  is het antwoord heel indirect en humoristisch: ‘ik weet alleen dat er een draadje aan mijn trui hangt / trek eraan en het wordt langer en langer / en ik zal helemaal vervagen’ . 

Hoe is bij jou de interesse voor de Chinese taal en cultuur ontstaan?
Ik ben Chinees gaan studeren in Leiden, vrij onbevangen eigenlijk want ik wist nauwelijks iets van de taal en het land. Dat vond ik ook het aantrekkelijke: vanaf nul beginnen. Na een half jaar was ik bijna opgehouden, want het viel me behoorlijk zwaar. In het tweede jaar begon ik meer naar de Chinese literatuur te trekken, misschien puur omdat ik altijd al graag las? Hoe dan ook, van het een kwam het ander: ik studeerde af in de Chinese moderne poëzie, schreef er een proefschrift over en ging steeds meer gedichten vertalen.

Poëzie vertalen uit een Westerse taal is al een heidens karwei, hoe is het om poëzie vanuit het Chinees naar het Nederlands te vertalen?
Ik heb nooit uit een andere taal proberen te vertalen, maar ik vermoed dat het vertalen van moderne Chinese poëzie op zich niet moeilijker is dan het vertalen van gedichten uit een Westerse taal. Een beeld in vrije verzen is in principe vrij goed te vertalen, moeilijker is het overbrengen van dingen als stijl, sfeer, klank en ritme. Maar die liggen in een Franse zin ook heel anders dan in een Nederlandse.
En is het vertalen van poëzie echt moelijker dan het vertalen van een roman? Een gedicht is maar één, soms twee pagina’s  lang, waardoor ik meer het gevoel heb dat ik het eindresultaat goed kan beheersen dan bij een vuistdikke roman, zoals Kikkers van Mo Yan dat ik net heb vertaald. In een goede roman heb je grotendeels met dezelfde problemen  te maken als in een goed gedicht; tegelijkertijd blijft het zaak al die honderden pagina’s voortdurend te overzien.
Wat ik echt lastig vind is het vertalen van klassieke Chinese poëzie naar het Nederlands, omdat het dan om vormvaste gedichten gaat die de vertaler veel minder ruimte geven dan andere literaire vormen. Bovendien is het klassiek Chinees erg compact, in vergelijking daarmee is het Nederlands veel prozaïscher en explicieter van aard.

Even een zijpaadje. Je noemt Mo Yan. Is hij volgens jou een terechte winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur?
Ik vind hem in ieder geval een goede schrijver, met veel gevoel voor humor en overdrijving.

 Welk boek van hem moeten wij zéker lezen?
Kikkers
natuurlijk!

Terug naar de gedichten van Hsia Yu. Kun je misschien een voorbeeld geven van een haast onoverkomelijk vertaalprobleem?
Dat had ik niet echt, soms kan het lang duren voor je een oplossing vindt, maar met geduld bereik je veel. Eén op één vertalen bestaat sowieso niet, omdat talen van elkaar verschillen, en dat impliceert vanaf het begin een transformatie. Hsia Yu heeft wel een gedicht gemaakt dat uit zelfverzonnen karaktertekens bestaat. Dat heb ik niet vertaald. Wat me ook interessant lijkt als experiment is het vertalen van haar tweetalige bundel Pink Noise, dat bestaat uit gedichten waarvan de meeste zinsneden van internet zijn gekopieerd en door een vertaalmachine zijn gehaald. Na enige manupulatie door haarzelf zijn beide versies steeds op achtereenvolgende plastic pagina’s gedrukt. ‘Origineel’ en ‘vertaling’ schijnen zo steeds naar elkaar door.

Hoe is het met de poëziebeleving in China gesteld? Is die te vergelijken met de vrij ‘marginale’ plaats die de dichtkunst bij ons inneemt, of leeft zij daar meer?
Hsia Yu is in Taiwan, waar ze het grootste deel van het jaar woont, ontzettend populair. Van haar laatste bundel verkocht ze binnen een jaar 6000 exemplaren, wat voor Taiwan, dat ongeveer net zo groot is als Nederland, zeer veel is. Daarmee stelt ze andere dichters en poëziespecialisten voor een raadsel, want door haar fragmentarische stijl en taalexperimentelen wordt haar werk niet als bijzonder toegankelijk gezien; het is geen lectuur die je even lekker wegleest. Ze wordt veel gelezen door studenten, maar wordt net zo goed gewaardeerd in literaire kringen, om haar sterk talige en visuele kanten. In Taiwan (en China) wordt over het algemeen heel veel literatuur gelezen, voorheen ook veel poëzie, maar net als bij ons krijgt de poëzie in Taiwan ook een steeds marginalere plaats. Het vreemde fenomeen doet zich daarbij voor dat er veel poëzie wordt geschreven en gepubliceerd en vrij weinig wordt gelezen. Al jaren doet in Taiwan het grapje de ronde dat er meer dichters zijn dan mensen die gedichten lezen.

Is er een Chinese dichter/es die jou bijzonder dierbaar is?
Eentje is moeilijk! In de moderne poëzie behoren Hsia Yu en Shang Ch’in (die tegelijkertijd bij Voetnoot uitkwam) tot mijn favorieten. Al zijn ze nog zo verschillend. In mijn Berg en water bundel staan ook gedichten die ik graag herlees, zoals die van Wang Wei, Han Shan, Meng Haoran, Du Fu… Ik word vaak aangetrokken door gedichten die visueel sterk zijn en bijzonder zijn in hun taalgebruik. Een gedicht van Shang Ch’in dan maar, omdat hij zo menselijk is, omdat hij het tragische en komische op zo’n frapante wijze combineert:

GIRAF
Toen de jonge cipier merkte dat de maandelijkse toename van de lengte van de gevangenen bij elke lichamelijke inspectie in de nek zat, rapporteerde hij aan de directeur: ‘Meneer, de ramen zitten te hoog!’ Maar het antwoord dat hij kreeg was: ‘Nee, ze kijken uit naar de tijd.’
De goedhartige jonge cipier kende het gezicht van de tijd niet, wist zijn geboorteplaats niet en had geen idee van zijn verblijfplaats; daarom patrouilleerde en waakte hij elke nacht in de dierentuin, voor het hek van de giraf.


Wat kunnen we nog meer van jou verwachten qua vertaalde poëzie?

Ik hoop heel veel, modern en klassiek! Maar ik vrees heel weinig, want er zijn nog maar weinig uitgevers te porren voor Chinese poëzie.  

Hsia Yu. Als kattenogen.
Vertaald en samengesteld door Silvia Marijnissen.
Uitgeverij Voetnoot.
ISBN 9789078068877

Geplaatst in Interviews en getagd met .