Gedichten

Dit uur

Als onze zinnen uitgesproken raken
geen hoofdletters, het schrift verschraalt

hier en daar nog punten
veelzeggend

korter en kleiner, zoals je adem in dat landschap

wil je dat ik kom en moet het op een bijzondere dag zijn?
jouw ja en nee zinderen in het wit, maar je had gelijk
dat waren twee vragen

het laatste woord tussen ons, het
past niet meer

dit is het uur waarop we tellen
met hoeveel lichaamsdelen we kwamen

Stoute kinderen

Hier is nog een hemdmouw
en daar een knoopsgat waar je neus inpast
verstop je vingers maar in de zomen

kruip achter de voering
en wees thuis

misschien kun je zijn in de kleur
waaraan je dacht

herinner je je hoe ik ooit
de badstop in mijn hand verborg en
jij lachend school in schuim

sluit de jaspand achter je rug
bedek met kant nu maar je buik

en zet een kraag op
tegen de invallende nacht

De stem

In een hotelkamer in de Barrio
doe je opnieuw mee

in plaats van over haar schouder
bevind je je ineens op mijn huig

alsof je haar het achterste van mijn tong
wilt laten zien

en ieder licht woord dat ik nu zeg
wordt door jouw lippen dicht gekust

had het losgelaten, zeg je
wat bracht het ons

vanmiddag achter de gordijnen van Madrid
ben ik haar minnaar en haar illusionist

uit mijn vrolijk open mond tover ik
een eentonig lint van rouwenvelopjes

een keer raden, wiens naam
aan de binnenkant prijkt

Geplaatst in Gedichten en getagd met .