Levity Peters – Noord

Bij de bewerking van deze recensie is de typografie grotendeels verloren gegaan. Tot deze is hersteld, kunt u die vinden op: https://meandermagazine.net/wp/2013/12/spannende-typografie/

Spannende typografie

door Joris Lenstra

Levity Peters (Slikkerveer 1951, kunstacademie, fotograaf) begon in februari 2012 zonder enige ‘publieke’ literaire voorgeschiedenis als recensent bij Meander. Met zestig recensies in nauwelijks twee jaar tijd is hij als zodanig bijzonder productief. Nu debuteert hij bij Uitgeefhuis De Manke God, de uitgeverij van dichter Kees Engelhart, zelf als dichter met Noord.

Op naar de bundel. De tekst op de achterflap probeert iets te zeggen over de inhoud. Maar het enige dat er duidelijk door wordt, is dat de poëzie in deze bundel niet gemakkelijk te typeren is. En dat klopt.
Noord is één lang verhaal ingedeeld in de hoofdstukken: Conceptie, De deling, Ontsluiting, Afdrijving, De Brief en Epiloog. De bundel laat zich lezen als de bekentenis van een man op leeftijd die terugkijkt op zijn leven en zijn liefdes. Het gebeurde ontvouwt zich al meanderend in korte, staccatoregels.

 

                                          Een liefde
die herinnerde aan
verdriet dat het
voorbij ging, maar meer nog
veel meer
aan het geluk
dat die tijdloos lijkende
tijd,                                      zo plots voorbij,
was mogelijk    geweest
voor ons.
Mijn
compenserende
krachtbron
onvermurwbaar optimistisch.

Op de kunstacademie.
Die eerste avond
tegenoverliggende trappen
synchroon afgedaald
betraden wij
tezelfdertijd
haaks daarop
de derde trap.
Zagen elkaar, terwijl ik
haar aansprak op
datzelfde moment
beginnen te stralen.

[36/37]

De tekst belicht de emotionele en vleselijke aspecten van die relaties zo gedetailleerd, dat de verhaallijn er soms door ondergesneeuwd raakt.

Ik heb zelf niet veel op met de navolgers van Achterberg, Faverey en Kouwenaar. Ik houd meer van goed geschreven, narratieve poëzie dan van de raadselachtige zinnetjes die voor velen het toonbeeld van goede poëzie zijn. Toch is deze bundel niet helemaal mijn ‘cup of tea’. Er staan naar mijn gevoel teveel clichés in. Ook ligt er teveel nadruk op emoties die bovendien te nadrukkelijk in beeld gebracht worden. Wanneer we door een sleutelgat kijken zien we vaak meer dan wanneer we de deur wagenwijd open trekken.
En er is te weinig gedaan met de poëtische stijlmiddelen: rijm, beeldspraak, metafoor en ritme. Dat laatste is niet helemaal waar. Deze bundel heeft een vast ritme. Maar ik ben geen liefhebber van de eentonige staccato van de drummachine. Anderen kunnen dit wellicht wel waarderen.
Daarentegen is de typografie goed benut en staan er in de bundel wel degelijk ook mooie regels. Een fraai voorbeeld van de spannende typografie is:

 

     Ik wist wat ik zeggen zou,
doen, zou ik jou ontmoeten,
mijn bonkend hart op
breken in het café
naast de gallery    Ze kenden jou niet.
waar nog steeds
kunststudenten.   Schilder je nog?
En als jij zat,
gespannen   Als kunstenaar
keek je mij langs   uiteindelijk
het raam uit.   mislukt?
Vast gestroomd verkeer.
Rook jij nog? We rookten.
Mijn hand
op de rug van jouw fijne.
Liefste, zou ik weer zeggen,   luister:
Je wapent je tegen verlies
dat al geleden is,
verlangt naar iets
dat je ooit gekregen hebt,
probeert te zijn
waar je niet aanwezig bent.
Je wilt dat ik
zeg dat het goed   Ik blijf dwars.
Dat alles goed.   Ja
Hier aan de tafel    ik teken nog
waar gepassioneerd wij   steeds
met jouw dronken maten   bevredigend
discussieerden over zoiets    bijna.
onwezenlijks als kunst.

[114/115]

Een voordeel van een langer, narratief gedicht, is dat je kunt spelen met de verwachtingen van de lezer en zo verrassende verspringen kunt maken:

 

    Hier schreef ik aan jou
mijn eerste liefdesbrief,
dronken nog
van onze laatste nacht.
Ik kon je nog voelen.
Ik rook je nog,
voelde je
overal
rondom
me

Ik

stond weer voor je klas.
Het was stil.
Het geluid van potloden,
handen, krijt en stiften
over het papier.

[120]

De verschillende elementen van zijn poëzie komen het beste naar voren op de allerlaatste bladzijde:

 

                       Afscheid

Van mijn eerste
grote liefde
staat het huis
Te koop.
Waar ik
nu naar binnen    kijk,
drie hoog
hebben wij
naar   buiten
gekeken,
die nacht,
een    eeuwigheid
geleden,
toen haar man al sliep
en ik achter haar staande
het kleinste vagijntje
nam dat
ik ooit heb geproefd
van een vrouw.
Waar
ik straks
naar binnen ga,
zaten op ooghoogte
helverlichte overwerkers
van een failliet gegaan bedrijf.
Zo alledaags
bij alle hartstocht
onverstoorbaar
vredig.
Ondanks onze schraapzucht
precies
zoals het moest
voor de laatste maal.
Voorlaatste.   Ik

verstond de kunst nog
van het afscheid nemen.

[126]

Tot slot wil ik de uitgever prijzen voor zijn moed om zulke poëzie uit te geven. Het is persoonlijke, narratieve poëzie die we veel te weinig tegenkomen in Nederland, maar die bijvoorbeeld in Engeland en Amerika een rijke traditie kent. En dat is ons gemis.

 

Geplaatst in Recensies.