Sander de Vaan – Bal zoekt man

Zij hadden Netzer

door Joop Leibbrand

Zondag 21 december 2013 werd er zo rond de klok van 14.15 uur in Kerkrade voetbalgeschiedenis geschreven. In de allerlaatste minuten van de wedstrijd tegen Roda JC boog Ajax een 1-0 achterstand om in een 1-2 overwinning. Verantwoordelijk daarvoor was de na afloop op de schouders gehesen Jaïro Riedewald, die – voorpaginanieuws! – met zijn leeftijd van zeventien jaar en 104 dagen de jongst scorende eredivisiedebutant ooit werd, vijftig dagen jonger zelfs dan Marco van Basten. Zou, als dit een half jaartje eerder was gebeurd, Riedewald een plaatsje gekregen hebben in Sander de Vaans Bal zoekt man, zijn portrettengalerij van opmerkelijke voetballers? Ik denk het niet, want louter die jonge leeftijd maakt je voor een dichter niet interessant.

In het interview dat Rob de Vos voor Meander met hem had, gaf De Vaan (1963) al enkele voorbeelden van wat een speler voor hem wel tot een aantrekkelijk onderwerp maakt. Matthias Sindelar, speler van Austria Wien, zette in 1938 tijdens het ‘Anschluss-Spiel’ tussen nazi-Duitsland en Oostenrijk de Duitsers op hun nummer, maar liet kort daarop samen met zijn geliefde het leven. Velen vermoedden zelfmoord vanwege de nazi-overheersing, maar anderen hielden het op koolmonoxidevergiftiging vanwege een defecte kachel. En Moacir Barbosa, die er als keeper de schuld van kreeg dat het Braziliaanse elftal in 1950, in eigen land nog wel, de wereldtitel aan Uruguay verspeelde en daarom voor de rest van zijn leven werd verketterd om ten slotte berooid en eenzaam te sterven. De Vaan noemt hier ook zijn gedicht over Mario Kempes, dat een direct verband legt tussen de door Argentinië van Nederland gewonnen WK-finale van 1978 met de toenmalige martelpraktijken:

Mario Kempes
Argentinië

Niemand die hen zag,
terwijl de wereld toekeek

In de hel van de legerschool
op tachtig corners van het stadion
vergaten folteraars en gefolterden
een ogenblik wie ze waren
toen Mario op halve sokken
het oranje klokwerk sloopte

Niemand die ze hoorde
de kreten samen, zo ver van pijn

Zo ontstijgt een voetbalgedicht het ‘spelletje’ en zelfs de hoofdrolspeler.
Bal zoekt man opent met ‘W.O. I’, waarin het verhaal verteld wordt van de op kerstavond 1915 bij het Noord-Franse Laventie gespeelde ‘voetbalwedstrijd’ tussen de Engelsen en Duitsers. Het was weliswaar niet veel meer dan wat heen en weer getrap, maar de symboolwaarde was uiteraard enorm, vandaar dat de gebeurtenis legendarisch werd.

Oude kerels in jongensvel
klimmen vol Kerst
uit hun loopgraven
schudden handen
schieten
een bal naar huis
[…]

Een majoor kotst al gauw ‘woedewolkjes’ uit, maar de mannen laten zich niet meteen terug commanderen, ‘nu voetbal even alles/ behalve oorlog is’. Het is een gedicht waarmee De Vaan de toon voor de hele bundel zet: eenvoudig, helder, direct en met een slim gebruik van poëtische middelen: het geïsoleerd plaatsen van ‘schieten’ bijvoorbeeld, en de ambiguïteit van ‘alles/behalve’.

Bal zoekt man is dan ook een volstrekt serieuze bundel. Wel lichtvoetig, maar zeker niet alleen maar makkelijk scorend met light verse en vaak is er een ondertoon van weemoed om wat voorbij is.
Dat alles voorbij gaat – de grootste successen, de mooiste acties – is natuurlijk inherent aan de sport. Zelfs een klassiek moment (4 juli 1998, kwartfinale WK Nederland-Argentinë) als de pass van Frank de Boer op Bergkamp – ‘Bal zoekt man zoekt bal’ – en de onnavolgbare goal daarop volgend, is nooit meer dan een ‘wondermooie herinnering’.

Het is een gemêleerd gezelschap dat mag komen opdraven. Ik tel elf verschillende nationaliteiten, waaronder één Afrikaanse speler, letterlijk en figuurlijk als ontbrekend voetbalplaatje. Voetballand bij uitstek Brazilië is het ruimst vertegenwoordigd met zes individuele spelers én het hele team van 1970. Uit Nederland zijn het Cruijff, Van Hanegem en Bergkamp, uit Duitsland komen er vier, onder wie de formidabele Günter Netzer, van wie De Vaan het betreurt dat hij in 1974 ontbrak: ‘Wat zou het haast verteerbaar zijn/ als we konden zeggen:// Zij hadden Netzer’.

In maar weinig gedichten beschrijft De Vaan uitsluitend een voetbalmoment. Veel vaker staat de mens centraal, of dat nu in zijn verloedering is (George Best!) of juist in zijn grootheid van karakter (Cesare Prandelli, de huidige bondscoach van Italië). Met het gedicht over de laatste – die de verzorging van zijn zieke vrouw liet prevaleren boven zijn sportcarrière) – besluit de bundel. Als om aan te geven waar het in het leven wérkelijk om draait: niet de bal, maar de man.

Al in zijn debuut Plunder de dag (2010) nam De Vaan een afdeling met voetbalgedichten op, waaronder een drietal hilarische Van Gaal-gedichten. Dat hij nu overwegend voor ‘ernst’ kiest, is poëtisch gezien pure winst.

Geplaatst in Recensies.