Gedichten

Hazenogen

Bovenaards dons
heeft een dichtheid die niet sluit

maar spiegelt in neergeslagen straten
ooit begaanbaar met de ogen toe –
het werd nooit warm van wang en
was veel zachter.

Nu wissel ik voortdurend van mijn zij:
zwaar en werelds is wat waar is

wat niet voorbij schuift als een wolk

II

vandaag een aantal jaar
geleden ging mijn oma weg

nu weet ik ook waarom water blauw is
deeltjes die verstrooid worden
uit de lucht, haar

laatste dag noemen we hemelvaart
ze vouwde zacht haar handen samen

ik weet niet wat ze dacht
voor ze vertrok en of

ze er ook sneller was

Tapijt
 
het blijven van die jongens
die met blokken bouwen
 
alles rust op fundamenten
zeiden ze en leerden je balans:
 
een gelijkzijdige driehoek
op een vierkantige, want
 
huizen zweven niet
 
zo werden blokken golven
en geen daken, maar
gelaagd geluid, muziek
zwarte stemmen onder water
 
het vergt een zelfde concentratie
om je meisje uit te kleden
de rits beheerst over haar schouder
vleugel gelijkvloers te dwingen –
haar hals geen seconde
ongekust
 
ik zie het zo voor me
 
laag voor laag, die
lange, blonde wimpers
een smalle lip, heel kleine tanden
toen je bloklandschap in één beweging
vlakgestreken werd
 
Geplaatst in Gedichten en getagd met .