‘Ik zou het liefst alle plotten van de wereld willen leven’

‘Weggaan en houden van, daar ben ik eigenlijk wel veel mee bezig’,  aldus Amarantha Groen (1989). Ze reist graag naar verre landen en maakt daar haar eigen kleine thuis. Ze houdt van alles wat levend is: poëzie, jazz, soul, andere mensen en haar katten. Zeven jaar geleden schreef ze ‘per ongeluk’ het eerste gedicht waar ze nog steeds tevreden over is. Sindsdien publiceerde ze in: De Brakke Hond, Meander, Met Andere Zinnen, Krakatau en Daidallain. Ook op literaire festivals bleef ze niet onbekend. Zo stond ze onder andere op ‘Onbederf’lijk Vers’ en ‘Dichters in de Prinsentuin’. Meander sprak met haar over de taal die doodt, het categoriseren van de filosofie en de verborgen geschiedenis van de dingen.

Amarantha GroenAmarantha schenkt twee glazen wijn vol en roert een paar keer in de pan. ‘Eten en poëzie gaan goed samen’, zegt ze en ze glimlacht. De dichteres is bezig met een manuscript voor haar eerste bundel: ‘Ik wil het inzenden, maar eerst wil ik nog lezen, schaven en schrijven.’
Hoewel zij in haar gedichten aandacht besteedt aan esthetiek, schrijft Amarantha niet alleen voor de schoonheid: ‘Voor mij is esthetiek geen ornamentiek, maar ik wil er ook geen cognitief spelletje van maken. Als ik begin met schrijven weet ik zelf vaak nog niet waar het gedicht over zal gaan.’ Dit is ook terug te zien in haar werkwijze: schrijven, aftasten en verrast worden. Ze houdt er niet van om haar werk tot op het bot te analyseren of te overdenken. Poëzie is meer dan alleen de betekenis. ‘Ik pak iets aan, een beeld, een zin, een woord en dan ontvouwt het zich verder. De beste ideeën ontstaan niet omdat je de hele tijd aan het denken bent, de beste ideeën ontvallen je. We zijn niet altijd de meester van onze gedachten.’ 
De ruimte die Amarantha haar gedichten gunt levert interessante invallen op. Zo beschrijft ze in het gedicht ‘Hazenogen’ wolken als ‘bovenaards dons, met een dichtheid die niet sluit’  en vergelijkt ze in ‘Tapijt’ het bouwen van blokken met seks.
In andere gedichten schrijft ze over ‘tollende katten high van het bijna aangeraakt’ en ligt er iemand ‘in tedere afwachting op het plafond van iemand anders.’ ‘Er zit wel degelijk een thema of bedoeling in dit soort zinnen. Het is niet zo dat ik hier en daar wat pak en bij elkaar gooi. Op de vraag of dat dan absurdistisch is, antwoordt ze: ‘Misschien heb ik dan gewoon een absurdistisch hoofd.’ 
 Haar achtergrond als oud-filosofiestudent verwerkt ze liever niet te veel in haar gedichten. ‘Filosofie probeert vaak te vatten, te grijpen en te categoriseren. Taal die doodt. In mijn poëzie streef ik naar meer openheid. De wereld beweegt, maar formele taal is daar soms te statisch voor. Ik denk dat de dichtkunst het meest in de buurt komt van taal die niet doodt. Ik wil het ongrijpbare niet grijpen, want als ik dat probeer dan heb ik het niet meer. Ik vraag me af hoe ik kan omgaan met iets buiten mezelf zonder het me toe te eigenen.’ 
 
Hoe meer ik met Amarantha praat, hoe meer er een verlangen naar openen en creëren naar voren komt. Ze noemt het zelf ‘Een andere manier van relateren en het zoeken naar een taal die dat toelaat’. Over haar huidige studie Genderwetenschappen zegt ze: ‘Ik wil niet weten wat mannen en vrouwen zijn, ik wil weten wat ze kunnen worden. Ik wil de vraag opnieuw openen.’ Amarantha creëert naast nieuwe vragen, beelden en openingen ook nieuwe werelden voor zichzelf. Ze houdt van het idee opnieuw te kunnen beginnen. Zo woonde ze in Berlijn, Keulen, Rotterdam, Nijmegen en Utrecht. ‘Ik zou het liefst alle plotten van de wereld uit willen werken of willen leven, maar ik ben eigenlijk helemaal niet zo’n avonturier. Als ik in een nieuwe stad of in een nieuw land woon, dan probeer ik mijn eigen miniatuurlandje te maken. Mijn eigen bakker, mijn eigen boekwinkel. De eerste twee weken ga ik misschien niet verder dan vijf straten. Nu ik weer terug in Nederland ben, probeer ik een tijdje op dezelfde plek te blijven. Iemand zei me ooit: ‘Het moeilijkste leven is een normaal leven.’’
Toen Amarantha in Duitsland woonde, stond het schrijven even stil. ‘Dichten is iets wat een lange tijd weg kan zijn en dan ineens weer opduikt. Soms kan dat frustrerend zijn, maar het blijft iets wat me niet zo snel loslaat.’ Voor inspiratie hoeft ze niet ver te gaan. ‘De geschiedenis van voorwerpen fascineert me. Dat alles om ons heen op allerlei plaatsen is geweest en dat we daar zo weinig over weten. Die anonimiteit, niet alleen van dingen maar ook van personen. Dat er allemaal mensen onder ons leven waar ik niets van weet. Ik voel me soms een beetje hopeloos bij de gedachte dat er zoveel mensen zijn.’ 
 
Geplaatst in Interviews en getagd met .