kO nOrderisk – L’impossibilité d’être

Het OnmOgelijk simpele van poëzie

door Levity Peters

Voordat ik van wal steek over het bundeltje L’impossibilité d’être van kO nOrderisk, wil ik aandacht vragen voor de recensie die Harry Vaandrager schreef over zijn debuutbundel The greatest of the biggest (2009). Zoek hem op en lees die eerst.

Ik was net begonnen met recenseren voor Meander, toen ik van een geschokte Vaandrager hoorde, dat een dichter na een negatieve recensie van zijn debuut met een alcoholvergiftiging was opgenomen in een kliniek. Hij was zich niet bewust geweest van de impact van zijn kritiek.

De poëzie van nOrderisk had Vaandrager zo geïrriteerd, dat hij aan het slot van zijn bespreking de dichter had opgeroepen om zich murw te laten beuken in een havenkroeg, bij thuiskomst wat dadaïsten te lezen, en onderwijl een fles wodka naar binnen te gieten. Zo’n advies is voor een alcoholist niet te weerstaan vermoed ik. Met alle gevolgen van dien; tot twee maal toe werd hij na een cafébezoek in elkaar geslagen. Een van zijn nieuwe gedichten is eraan gewijd.

Ik ben zo vrij geweest om over deze niet zo poëtische zaken te schrijven, omdat ze onlosmakelijk met de poëzie van nOrderisk verbonden zijn.

L’impossibilité d’être is een dun bundeltje (een leporello), een bibliofiele uitgave in een oplage van slechts vijfentwintig exemplaren.
Ik las het gedicht op de achterzijde en was meteen verkocht:

simpel

het is eigenlijk heel simpel
als je geen werk hebt &
niets te neuken
dan blijft er niets anders over
dan te zuipen
heb je wel werk & wat te neuken
dan werk je eerst
neukt wat later &
dan kun je alsnog gaan zuipen
heb je geen werk
niets te neuken
& bovendien niets te zuipen
tja, dan is het wellicht toch
niet zo simpel als ik dacht

Laat diegene die denkt dat zo’n gedichtje al te simpel is, zich maar eens afvragen waarom er zo weinig gedichten verschijnen die zo humoristisch zijn, en ook na meerdere lezingen leuk blijven. Na het aan mijn zoons te hebben voorgelezen, en na het overschrijven opnieuw, schoot ik in de lach. Dit gedicht verdient gebloemleesd te worden. Over het woord ‘neuken’ zal geen hond meer vallen, hoop ik.

Iedereen die schrijft, weet hoe belangrijk de woordvolgorde is, hoe het ritme van een gedicht erdoor bepaald wordt. Dit is beslist geen uitgekotste poëzie. Wanneer je bijvoorbeeld het zinnetje neemt: ‘dan kun je alsnog gaan zuipen’ en je probeert in deze context een equivalent te vinden dat beter of zelfs maar gelijk is, dan vind je dat niet. Zo kun je zin na zin bekijken, en alleen maar tot de slotsom komen dat het gedichtje in zijn soort perfect is. Ja, smaken verschillen. Niks aan te doen.

Dat nOrderisk een poëtische ziel is, staat voor mij vast. Ik heb het vermoeden dat zijn omgangstaal niet veel zal verschillen met de hier als poëzie gebrachte. Ik kan het anders schrijven: het lijkt erop dat kO nOrderisk zijn poëzie leeft.
Poëzie is ook dramatisering:

lul

tegenwoordig kunnen de mensen niets meer hebben
echt waardeloos vind ik dat
neem nou bijvoorbeeld vanochtend
ik stap de tram in & omdat ik geen kaartje had
& netjes wil betalen
zeg ik tegen de trambestuurder
‘hé, lul, doe me een kaartje!’
was ie gelijk beledigd
ik nog uitleggen dat ‘t slechts een eerste indruk betrof
weigert ie me een kaartje te verkopen!
Maar ja, ik ben nu eenmaal netjes opgevoed
zwartrijden, dat hoort niet
ongelooflijk gewoon dat ‘t personeel zelf
je aanmoedigt om te gaan zwartrijden!
Dus ik laat ‘t er niet bij zitten & denk
als ik ‘m een paar klappen geef komt ‘t in orde
zo gezegd zo gedaan
wat je allemaal niet moet doen
voor ‘n kaartje tegenwoordig!
Het moet niet gekker worden

Ecce Homo: Het ziende blind zijn maakt de helden.
Ik had in plaats van: ‘zo gezegd zo gedaan’ ‘zo gedacht zo gedaan’ geschreven. Maar dat had het botte van de ikfiguur teveel verfijnd, denk ik.

Het heeft er de schijn van dat nOrderisk Vaandragers advies om wat Dada-dichters te lezen heeft opgevolgd. Hij had zich prima onder hen thuisgevoeld, en grotere bekendheid hebben genoten dan nu het geval is. Ook zij waren soms behoorlijk melig, wat nOrderisk niet altijd weet te vermijden. Het lijkt bij dit soort poezie te horen. Ik ga niet citeren.
Het bundeltje telt maar tien gedichten, waaronder twee langere.
Ik hoop dat kO nOrderisk op het niveau van bovenstaande gedichten kan blijven schrijven, en dat Nadorst een ruime selectie van nOrderisks gedichten durft te laten verschijnen.

***
Ko Norderisk (1973) is behalve dichter ook schilder. L’impossibilité d’être is vanaf 19 september a.s. rechtstreeks te bestellen bij de uitgever.

Geplaatst in Recensies.