Walter Palm – Een serenade voor mijn Shéhérazade

‘Zwoel en zwanger van erotiek gloeit en glanst de romantiek’ 

door Hans Puper

De negende bundel van Walter Palm bestaat uit 52 gedichten voor zijn geliefde die hij Shéhérazade noemt: de betoverende vertelster uit Duizend-en-een-nacht die met haar prachtige verhalen de moordzuchtige sultan nieuwsgierig houdt en zich daarmee het leven redt. Palm probeert op zijn beurt zijn Shéhérazade te boeien met zijn gedichten: iedere week één, een jaar lang.
Het oubollige dubbelrijm in de titel belooft de startende lezer niet veel goeds en de tekst op de achterflap evenmin. Die bevat een kreupele metafoor: ‘De liefde voor en van zijn muze inspireerde Walter Palm tot gedichten die een liefdeswind hem met orkaankracht influisterde’, en bovendien een zin waarin de suggestie wordt gewekt dat ook de oorspronkelijke Shéhérazade een jaar lang liefdesgedichten schreef: ‘Net als de legendarische verhalenverstelster tracht de dichter zijn geliefde een jaar lang te boeien met een lofdicht voor iedere week.’ Een onbedoelde suggestie, zoals uit het vervolg blijkt, maar slordig is het wel: ‘Zij heeft zijn ingeslapen bestaan met haar liefde weer tot leven gekust en hij, hij probeert haar blijvend te boeien met betoverende gedichten. Gloedvol, zoals soms de verhalen van Shéhérazade waren.’

Helaas zijn de titel en de tekst op de achterflap inderdaad illustratief voor de bundel in zijn geheel. Ook hierin tref je soms kreupele of op zijn minst gewrongen beeldspraak aan. Ter illustratie ‘Verleidelijke Shéhérazade’:

Geel als rijpe
mango’s, de huizen
die aan de horizon prijken.

Wit als opgeklopte
kokosmelk, de wolken
die eindeloos hoog voorbijdrijven.

Rood als vlammend koraal
de glanzende, glinsterende lippen
van mijn Shéhérazade.

Verleidelijker dan gele rijpe mango’s,
dan opgeklopte kokosmelk,
dan vlammend koraal,

is zij, mijn Shéréhazade.

De huizen zijn geel als rijpe mango’s, de wolken zijn wit als opgeklopte kokosmelk en Shéhérazades glanzende, glinsterende lippen zijn rood als vlammend koraal. Dat kan allemaal, al is het de vraag of een vrouw blij zou zijn als ze te horen kreeg dat ze verleidelijker is dan mangohuizen en melkwolken. Maar dat Shéhérazade verleidelijker is dan haar eigen lippen: nee.
Erg consequent in het gebruik van zijn metaforen is Palm overigens niet. In het gedicht ‘Een droom’ schrijft hij: ‘dat ook penetrante geur van / zwangere mangoboom verstomt.’

De beeldspraak is ook in een ander opzicht ongelukkig: soms zo sleets, dat die zelfs in levensliederen niet meer worden gebruikt. Sprankelend – een woord dat Palm regelmatig gebruikt – zijn de gedichten daarom niet. Enige voorbeelden: ‘In jouw hart / heb ik met liefde / rozen geplant’, ‘De zon van onze vurige liefde’, ‘Zwoel en zwanger van erotiek / gloeit en glanst de romantiek’, ‘het vuur van onze hartstocht / de vlam van de eeuwige liefde’, ‘een rode roos / brengt een vurige ode aan de liefde’, ‘het vuur van onze liefde’, ‘hemelse poorten van mijn geluk’.

Dit is niet alles. ‘De tropenzon / die bij ochtendstond / met één vuistslag / de duisternis verjaagt’  en die in een ander gedicht ‘zakt ( … ) met gebalde vuist’: mijn gedachten dwalen af naar de opkomst en naderende ondergang van het Cubaanse communisme. ‘In eetcafé “De jaren”, // rimpelen banen / van neonlicht het water’: ik denk aan natte voeten. Een paar regels verder in dit gedicht – ‘Amsterdam’ –  ‘staan vochtige tafels / te transpireren van romantiek, / symboliseert vrolijk versierde / brug de verbinding tussen twee geliefden.’ Moet ik nog meer zeggen?

Ik wil niet de indruk wekken dat ik de bundel opzettelijk afkraak. Ik citeer een gedicht, waarin zulke metaforen als hierboven niet voorkomen: ‘Een land heel ver hier vandaan.’ Door de herhalingen heeft dit het karakter van een lied.

Een orkaanwind
blies mij naar een land
heel ver hier vandaan.

In dat verre land,
leek de stad op de stad hier,
maar het was toch anders.

in dat verre land
leek het landschap op het landschap hier,
maar het was toch anders.

In dat verre land
leek alles op hier
maar het was toch anders.

De stad, het landschap,
alles was anders
maar toch hetzelfde.

Er was één verschil.

Hier ging alles schuil
achter een sluier
van verdriet.

En daar, in dat verre land,
schitterde op alles jouw
glimlach.

Een orkaanwind
blies me naar een land
heel ver hier vandaan.

Palm zorgt ervoor dat geen enkele lezer de pointe ontgaat: het leven zonder Shéhérazade was treurig en het leven met haar is gelukzalig. ‘Daar’ is het nieuwe ‘hier’. Alleen: je kunt het gedicht ook anders lezen. Als je schrijft: ‘Een orkaanwind / blies mij naar een land / heel ver hier vandaan’, dan kun je daar logischerwijs niet zijn. Je bent ‘hier’, ‘achter een sluier / van verdriet.’ Dat is natuurlijk niet de bedoeling.

Een recensie is het beargumenteerde oordeel van een enkele lezer en het komt waarschijnlijk maar zelden voor dat iedereen is met hem eens is – gelukkig niet. Zonder enige twijfel onderschrijft de uitgever de informatie achterin de bundel over het auteurschap van Palm en hij is niet de enige. Een citaat: ‘In 2001 wordt hij mede voor zijn literaire werk benoemd tot Ridder in de Orde ven Oranje Nassau. In 2005 wordt hij opgenomen in de prestigieuze ‘Spiegel van de moderne Nederlandse en Vlaamse dichtkunst’, de literaire eregalerij van alle belangrijke moderne Nederlandstalige dichters.’

Dit keurmerk heeft ongetwijfeld ook de instemming van Palm. Dat blijkt wel uit zijn ‘Epiloog’:

Deze gedichten

( … )

zijn zo vurig
dat ze verbranden dit papier,

waarop ik ze – met een in goud gedoopte
veer – heb geschreven.

Mij heeft Palm nog niet overtuigd van zijn meesterschap, dat zal duidelijk zijn.
***
Walter Palm (1951) publiceerde bij In de Knipscheer eerder de bundels Met lege handen ging ik slapen, met een gedicht werd ik wakker (2002) en Sierlijke golven krullen van plezier (2009).

Geplaatst in Recensies.