Het repertoire van een eigen bestaan

‘Bij poëzie gaat het mij om het onzegbare zegbaar te maken. Dat is mijn streven’, vertelt de Vlaamse dichter Geert Jan Beeckman (1961). ‘Ik zeg ‘streven’, omdat dit het hoogste goed is dat een schrijver of andere kunstenaar kan bereiken in zijn of haar doen. Deze vaststelling noopt mij te zeggen dat wie dicht, of anders aan de kunst is, veel nederigheid aan de dag moet leggen.’

Lees verder

Mala Kishoendajal – Pijn in parlando

Joop Leibbrand besluit zijn recensie van het poëziedebuut van Mala Kishoendajal met: ‘Pijn in parlando blijkt wel degelijk de moeite waard om te lezen, maar dan vooral door wát Kishoendajal te zeggen heeft. Daarvoor is het dan wel nodig hoe zij het zegt regelmatig voor lief te nemen.’

Lees verder

Mark Boog – Er moet sprake zijn van een misverstand

‘De bundel Er moet sprake zijn van een misverstand laat een Mark Boog zien die zich ontwikkeld heeft, die zich blijft ontwikkelen en die dus nog lang een van de meest interessante dichters van ons taalgebied zal blijven.’ Lees in de recensie waarop Bouke Vlierhuis dit oordeel baseert.

Lees verder

Hélène Gelèns – zet af en zweef

In zet en af en zweef bedrijft een dichter op een onnavolgbare manier onderzoek, viert feest, wordt een met de natuur.. Geraffineerd smeedt zij oer en futuur aaneen, put net zo makkelijk uit het hardloperslied van een Navajo indiaan als uit een steekproef in een wetenschappelijk tijdschrift. Het resultaat gedragen door een wel zeer wonderlijke en intrigerende wolk van taal en talen, die richting geven aan een mogelijk pad, terug naar een soort oerstaat, waarin mens en omgeving niet van elkaar te onderscheiden is, maar zoals de dichter zelf ergens zegt: ‘Alleen de mens kan dichten.’ Emily Kocken over de tweede bundel van Hélène Gelèns.

Lees verder

Rodaan Al Galidi – Digitale Hemelvaart

Rodaan Al Galidi is in meerder opzichten een dichter met twee gezichten. Een dichter die zich enerzijds misbruikt en verziekt voelt door ons land met zijn vele geschreven en ongeschreven regels maar anderzijds niet kan leven zonder zijn Nederlands publiek. Een dichter wiens beheersing van de Nederlandse taal vaak tekort schiet, maar die ook toegankelijker, vloeiender en beeldrijker een verhaal weet te vertellen dan vele ‘autochtone’ dichters. Een gekwelde dichter enerzijds, die wil schrijven over demonen uit een donker verleden, anderzijds een dichter die schrijft voor het podium, voor de lach van het publiek. Aldus Bouke Vlierhuis in zijn bespreking van Digitale hemelvaart.

Lees verder