Klassieker 255: Hugo Claus – Caligula

Hettie Marzak bespreekt het gedicht ‘Caligula’ van Hugo Claus (1929-2008) uit de  bundel met de betoverende titel ‘Het huis dat tussen nacht en morgen staat’ (1953). Claus kiest er – vreemd genoeg – voor om in dit gedicht een andere kant van Caligula te laten zien: niet de Romeinse keizer die een wreedheid begaat, maar juist een barmhartige daad verricht, ook al is die irrationeel. 

Lees verder

Klassieker 254: K. Schippers – Opening van het visseizoen

Op 12 augustus jl. overleed K. Schippers (1936-2021), alias Gerard Stigter. Herbert Mouwen bespreekt als eresaluut ‘Opening van het visseizoen’ uit de bundel ‘Een klok en profil’ (1965), een poëticaal gedicht dat de spot drijft met de vorige generatie dichters, de Vijftigers.

Lees verder

Klassieker 253: H.H. ter Balkt – Aan Oswald von Wolkenstein

‘Door het ochtendgrauw licht het fijne azuur op’, zong Oswald von Wolkenstein eeuwen geleden. De Nederlandse dichter H.H. ter Balkt (1938 – 2015), altijd gek op obscure historische wetenswaardigheden, schreef in zijn volstrekt unieke en herkenbare stijl een heerlijke ode aan deze Duitse minnezanger en wereldreiziger avant la lettre. René Leverink is onze vakkundige gids.

Lees verder

Klassieker 252: Radna Fabias – gieser wildeman

Joost Dancet bespreekt ‘gieser wildeman’ uit de felbejubelde debuutbundel ‘Habitus’ (2018) van Radna Fabias (°1983). Het is een mysterieus, ironisch bezwerend klinkend gedicht over de verhouding tussen vrouwen en mannen, maar vooral over vrouw zijn.

Lees verder

Klassieker 251: Ed Hoornik – Op school stonden ze…

Herbert Mouwen bespreekt ‘Op school stonden ze…’, een van de bekendste gedichten van Ed. Hoornik. Het is een van de dertien sonnetten uit de bundel ‘Het menselijk bestaan’ (1952). Het gedicht gaat echter niet over een taalles of over onderwijzen, maar via de woorden hebben en zijn geeft Ed. Hoornik een specifieke betekenis aan de woorden lichaam en ziel.

Lees verder