Klassieker 244: Menno Wigman – Promesse de bonheur

Het liefdesgedicht ‘Promesse de bonheur’ uit de bundel ‘Mijn naam is Legioen’ was niet enkel een favoriet van Menno Wigman zelf, ook recensenten en samenstellers van verzamelbundels blijken het te koesteren. Het gedicht is dus hard op weg om een klassieker te worden. Joost Dancet – ondertussen de nieuwe eindredacteur van deze reeks – vindt dat volkomen terecht!

Lees verder

Klassieker 243: P.C. Boutens – Morgenlijk verwachten

Het was op 20 februari 150 jaar geleden dat P.C. Boutens werd geboren. Reden voor Simon Mulder om deze dichter terug in de spotlights te plaatsen. Niet enkel met drie podcasts door het Feest der Poëzie én een nieuwe bloemlezing bij Uitgeverij HetMoet, maar ook met een bespreking van een van zijn gedichten voor Meander Klassiekers: ‘Morgenlijk verwachten’.

Lees verder

Klassieker 242: Ben Cami – In een boot, onder de nacht

In zijn serie over naoorlogse Vlaamse dichters bespreekt Jan Buijsse dit keer een gedicht van Ben Cami: ‘In een boot, onder de nacht’ (1988). Cami was met o.a. Remi C. van de Kerckhove (zie Klassieker 217) redacteur van Tijd en Mens. Het blad luidde vanaf eind 1949 de vernieuwing van de Vlaamse poëzie in. Hun leerschool was de verwoesting van de oorlog. Nog lang zullen in Cami’s werk de echo’s ervan doorklinken.

Lees verder

Klassieker 241: Staf Rummens – American Rabbits

‘American Rabbits’ van Staf Rummens is een speels gedicht met een serieuze en nog altijd actuele ondertoon. Een gedicht van een jonge dichter in de jaren vijftig, die naar zijn eigen stem zoekt. Romain John van de Maele laat in zijn eerste bijdrage aan de Klassiekers zien, hoe we ook de toon van de door Rummens bewonderde Paul van Ostaijen nog in bepaalde aspecten van het gedicht terug kunnen horen.

Lees verder

Klassieker 240: Christine D’haen – Daimoon megas

‘Daimoon megas’ van Christine D’haen is een rijk gedicht, vol verwijzingen. Compromisloos geschreven, want ‘al het daimonische staat tussen het goddelijke en het sterfelijke in’. Hettie Marzak deelt de associaties die het gedicht oproept, en ziet ondanks alle bitterheid en leegte (het veelvuldige ‘het is niets’) toch een teder einde.

Lees verder