Klassieker 229: Johnny van Doorn – Een magistrale stralende zon

Ernst Jan Peters neemt ons deze maand mee naar de jaren zestig, naar slam poet avant la lettre Johnny van Doorn. Bijzonder hoe deze Johnny the Selfkicker in de loop der tijd salonfähig geworden is: de stad waarin hij opgroeide vernoemde zelfs een plein en winkelcentrum naar hem. ‘Een magistrale stralende zon’ is ook na een halve eeuw nog oogverblindend. Zowel op papier, als in de video die de lezer aan het eind van de bespreking voorgeschoteld krijgt. LEZEN! KIJKEN!

Lees verder

Klassieker 228: Hugues C. Pernath – Tracht men

Deze maand een gedicht van Hugues C. Pernath, een van de Vlaamse experimentele dichters die in 1955 met het tijdschrift Gard Sivik het Vlaamse poëzielandschap opschudde. Geen makkelijke dichter, geen makkelijk gedicht. Pernath maakt geen knieval voor de lezer: “Ik schrijf geen poëzie om iets mede te delen. Ik schrijf poëzie om mezelf te ontdekken.” Jan Buijsse helpt ons, om in deze ‘uitdagende poëzie’ iets meer van de schuilweg van deze dichter bloot te leggen.

Lees verder

Klassieker 227: Willem Wilmink – Voorspoken

Bij de naam Willem Wilmink denkt u misschien in eerste instantie aan zijn vele liedjes voor kinderprogramma’s als Sesamstraat en Het Klokhuis. Wilmink heeft echter ook een groot aantal dichtbundels op zijn naam staan, en is goed vertegenwoordigd in de verschillende drukken van de dikke Komrij. Eric van Loo buigt zich over één van zijn bekendere gedichten: ‘Voorspoken’.

Lees verder

Klassieker 226: Peter Verhelst – De dag dat we van de berg afdaalden

Peter Verhelst nam onlangs als eerste winnaar de Sybren Poletprijs in ontvangst. De jury prees hem “als een van de meest veelzijdige Nederlandstalige auteurs” en typeert hem als “een magistrale oeuvrebouwer”. Wij prijzen ons gelukkig, dat Joost Dancet deze maand Peter Verhelst nogmaals in het zonnetje zet met een mooie analyse van een van zijn gedichten.

Lees verder

Klassieker 225: Mieke van Zonneveld – Queeste

Het gedicht ‘Queeste’ van Mieke van Zonneveld werd op 21 juli 2018 op Neerlandistiek.nl gepubliceerd in het kader van Marc van Oostendorps langlopende project ‘Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten’. Geen klassieker in de zin van ‘de tand des tijds doorstaan’. Inge Boulonois was echter direct door dit gedicht gefascineerd. Ze legt voor ons enkele geheimen van dit sonnet bloot. Maar de lezer moet ook zelf aan de slag: het laat ook na herhaalde lezing veel te raden over.

Lees verder