“Ik zou graag eens een handtekening op een buik willen zetten.”

Winnaar van de C. Buddingh’-prijs Wout Waanders wil graag werk maken dat midden in de wereld staat. “Dan moet ik me daar ook in mijn schrijverschap begeven”. Hij heeft “genoeg geëxperimenteerd om te voelen dat deze soort speelsheid me wel past nu” en schrijft graag voor mensen die bij gedichten het idee hebben dat ze ‘het niet snappen’.

Lees verder

Terwijl je domweg op je stoel blijft zitten

‘Poëzie is voor mij één van de weinige plekken waar onbevangen leven nog mogelijk blijkt’, zegt Alain Delmotte. ‘Poëzie is een vitale daad. Het is ook een verzetsdaad op het niveau van, alweer, de taal. Dit is één van mijn premissen: poëzie is en blijft voor mij een vorm van dissidentie.’ Interviewer Truus Roeygens had een mooie leerzame dag.

Lees verder

“Poëzie is er naar mijn mening vooral om geschreven en gelezen te worden, en niet om te lang bij stil te staan”

Voor Gaël van Heijst was gedichten schrijven altijd iets wat hij er zomaar een beetje bij deed, tot hij in 2020 de Schrijverspodiumprijs won. Het merendeel van de gedichten in zijn debuutbundel heeft hij er speciaal voor geschreven: “Ik speelde al enige tijd met het idee van een ‘twijfelweefsel’: vormgeven aan een staat van constante twijfel, waar er zich van alles in afspeelt”.

Lees verder

in de potentie van de nagalm

Dean Bowen zonderde zich af op het platteland van Achtmaal in Noord-Brabant (NL) om er de geest van Henriette Roland Holst te betrappen. Na lezing van ‘Ik vond geen spoken in Achtmaal’ kan men denken dat de dichter aan spoken hun kerk heeft willen teruggeven. Maar zocht Dean B. werkelijk naar spoken? Of zocht hij eerder naar zijn naakte geloof? Of naar reden voor zijn eenzaamheid?

Lees verder