Poëzie in het licht van de apocalyps

‘Een eenvoudige boerenjongen uit Vlaanderen,’ noemt hij zichzelf. Of we deze uitspraak van Jens Meijen helemaal serieus moeten nemen is de vraag. Meander interviewde hem vanwege zijn bij De Bezige Bij verschenen debuutbundel Xenomorf . De gedichten daarin gaan over de klimaatcrisis. Of gaan zij over de vraag wat de klimaatapocalyps betekent voor de poëzie?

Lees verder

“Poëzie moet jou in beweging zetten.”

In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het vierentwintigste gesprek, met Hans Puper. Poëzie moet herleesbaar zijn, vindt hij, hij houdt niet van vlakke woorden, is allergisch voor schijndiepzinnigheid. Een levend gedicht is nooit af maar wat is levende poëzie? Als recensent houdt hij meer afstand en om een beetje los te komen van zijn voorkeuren verplaatst hij zich soms in een andere recensent.

Lees verder

“het is handig dat ik een bepaalde afwijking heb”

In de serie ‘gesprekken met Meandermedewerkers’ het drieëntwintigste gesprek, met Alja Spaan. Zij ziet literatuur, en kunst in het algemeen, als troost in het leven. Haar dagelijks schrijven is rond haar elfde vanzelfsprekend geworden; ze noemt zich schrijver, geen dichter. Een van de leukste dingen die ze doet, is het wekelijks voorlezen van een groep ouderen.

Lees verder