Job Degenaar – Thorleif. Beeld en poëzie

Verwonderd bezie je de wereld

door Joop Leibbrand

Thorleif Sverre Pedersen (1878-1950) was een van de vele Noren die vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw emigreerden naar Amerika. Op latere leeftijd werd hij daar geadopteerd door de kinderloze weduwe Mary Jane Cooke, van wie hij de achternaam aannam. Het vermogen dat hij van haar erfde stelde hem in staat als amateurfotograaf het land door te reizen.

Job Degenaar vertelt niet hoe hij op het spoor van Thorleif Cooke en diens tussen 1911 en 1913 op droge glasplaten gemaakte foto’s kwam, maar bij twintig ervan schreef schreef hij een gedicht en hij tekent daarbij aan ‘Gedichten schrijven bij bestaande afbeeldingen is een spannende onderneming. Eenmaal verenigd willen ze niet door de ander gedragen worden, maar op eigen benen staan en het liefst elkaar versterken.’

Woord vs. beeld

Voor jou is het altijd hier en nu
Heb ik je daarom opgediept?

Ik moet maar dealen met een taal
die zich laat knechten door de dagen

jij kiest je onderwerp, positie
opent de registers van je camera

magnesiumflits, rookpluim en weer
op weg naar een volgende eeuwigheid

Geef jij mij een duurzaam heden
ik jou voeten in de tijd?

Cooke’s foto’s – o.a. treinen, vliegtuigen, stadsgezichten, indianen in wildwestshows, een Circus Parade met olifanten – hebben niets meer te willen, maar de gedichten bereiken in ieder geval dat je nóg eens kijkt om te zien waarop de fotograaf zijn aandacht richtte, en nu ook vanuit het perspectief van de waarnemende en beschrijvende dichter. Veel beter worden ze er niet van, daarvoor is de grijzige kwaliteit van de afbeeldingen te matig en hebben ze qua voorstelling te weinig bijzonders. Eigenlijk is de enige charme dat ze oud zijn en dat definitief alles voorbij is. Wat hier vaart, rijdt en vliegt is uit de tijd verdwenen en met zekerheid leeft van wie werd geportretteerd of min of meer toevallig op een foto figureert, niemand meer.

Terugblik uit een later eeuw

Krakend op z’n tandrad duwt de loc de wagon
omhoog, over de dizzy makende achtbaan
stijg je hoger en hoger boven jezelf uit
is er alleen nog wind, een roedel mensheid
en ‘t gesteun en geblaas van de locomotief

Verwonderd bezie je de wereld waaruit je
komt, gaat en in het niets verdwijnt
En geen van je bondgenoten, op weg
naar de top, net als jij vervuld van gouden
dageraad en dromen, ademt nog

Met de gedichten levert Degenaar vakwerk, maar je proeft er het ‘ambachtelijke’ in, wat ‘Thorleif’ juist ook door die eenheid van beeld en tekst wel enigszins het karakter geeft van een werkstuk.
Of de gedichten de context van de bundel ontstijgen, waag ik te betwijfelen, daarvoor is de gebondenheid aan de foto’s vaak te groot.

Indians on horseback

Het opperhoofd is vreedzaam op oorlogspad
zijn manschappen te paard, geplukt uit
een Karl May, spelen voor dollars
hun verloren waarheid na

Ten aanval klinkt het en joelend
sluiten ze de gehate vijand in
Verbeten hun blikken
om de paljassen die ze werden

Een sterk punt is dan wel weer hun nuchtere eenvoud, en wat dat betreft zijn ze als de foto’s, die nooit spectaculair zijn. Degenaar maakt de zaken niet mooier dan ze zijn, laat zich niet verleiden tot diepzinnigheden waarvoor geen aanleiding bestaat en blijft op een enkele regel na ver genoeg weg van de makkelijke weemoed over alles wat verloren ging.

Al met al een mooi boekje.

Geplaatst in Recensies.