Gedichten

Een kleine week geleden

had ik mijn shirt al aangetrokken
maar bedacht ik me,
zodat alles tegelijkertijd
anders en hetzelfde werd.

De voorzienigheid is een
dienstregeling. Er zijn aanwijzingen,
natuurlijk, maar je weet nooit of
ze echt bestaat.

Bus 5 komt over twaalf minuten.
Ren naar de Biltstraat – net vertrokken –
naar de schouwburg – zes minuten –
trek een sprint tot bij het Neude –
bus 5 over één minuut.

Vallen is niets meer dan leren
staan op een andere as.

In de stiltecoupé kun je alleen maar naar elkaar
kijken. Ik zeg je niet dat mij dat leuk lijkt.

De Nieuwezijds Voorburgwal is er
voor mensen die graag onbedoeld
via een andere route dezelfde bestemming bereiken.

Je hebt altijd of bier, of je handen vrij om te klappen.
Als iemand aan je haar zit, vergeet je om te klappen.

Ik heb normaal eigenlijk nooit bastognes in huis.

We spelen Tetris op de bank,
herschikken ons zo nu en dan
maar verdwijnen niet, houden
geen punten bij. Als je kust
is alles het enige wat je ziet.

Soms is huppelen het verschil
tussen toeval en bedoeling.

Een koepel is niets minder dan een
omgekeerde kuil. Neem je knikkers mee.
Er staat iets op het spel.

 

Ararat

we hadden appelflappen

zelfs beignets meegenomen

en van elk soort dier een paar

of meer. de meesten hadden zo hun

twijfels – wat is nu een vloed precies? –

maar het is gelukt. vrouw of man

maakte ons niet uit, maar omdat

de toekomst nog wel een poos kon

duren, leek het goed het vast

te hebben over kleintjes.

wie wilde graag? wie zeker niet? er mochten

zeven pinguïns mee. ik voelde druppels

op mijn arm, en probeerde niet te denken

dat het nu wel druk zou zijn. onze matras stond

ik graag af, en ik rolde een handdoek op

tot kussen. je stond in de deur als een vraagteken

waarvan de punt al was verdronken.

of er van onze soort niet ook

nog eentje paste, soms.

 

middag

ik leg ons kussen aan ons
voeteneind. vannacht speelden we
tikkertje, nu verstoppen we ons gezicht
voor de zon. we kunnen de tijd niet
keren, maar draaien ons nog
één keer om.

 

eenpersoon

je moet me gewoon
duwen hoor, zegt ze
als ze wakker is

na vanavond is
mijn handpalm ook
net een soort kussen

niet dat het zover
komt. om dekens
vechten we alleen
als donzen pacifisten

 

ooglid

je kijkt me aan
dan naar het bord
dan naar je ooglid
we verzoenen de tijd
horen nauwelijks de
treinen waar we niet
in hoeven stappen
je kust me met je ogen
dicht om niet te kijken
naar de treinen waar
je in zou kunnen
stappen

 

hartslag

je hart klopte het snelst
als je sliep. dan kroop ik
zo dicht bij je dat je net
niet wakker werd. liet zien
dat het ook langzaam kon.
jij hield niet van langzaam,
niet van laten zien. bang
dat je zou stollen als ik
naast je lag. mijn hart
klopt het snelst als je
slaapt.

 

Geplaatst in Gedichten.