Paul Claes – Ziel van mijn ziel

In mezelf op zoek naar zin

door Joop Leibbrand

Paul Claes verloor in korte tijd zijn moeder, zijn vader en zijn goede vriendin Christine D’haen en werd aldus indringend geconfronteerd met afscheid, verlies en dood. Aan zijn gedachten en gevoelens daarover gaf hij vorm in een bundel gedichten die voor een belangrijk deel aansluiting zoeken bij wat hij kent uit de literatuur. Door voor de uitdrukking van eigen emoties gebruik te maken van verwijzingen, vertalingen en bewerkingen naar en van voorgangers en daarmee zelfs een literair spel te spelen, maakt hij het persoonlijke ondergeschikt aan het universele en daarmee beheersbaar.

Zoals Maria Tesselschade ooit via Hooft aan Huygens liet weten dat hij zijn leed te boek moest stellen (‘zo heeft hij ‘t niet t’ onthouwen’), omdat ‘pampier’ het wapentuig is waarmee je overwint, zo bood voor Claes een tekstuele onderdompeling volop gelegenheid tot verwerking van wat hem getroffen had.

In het bijeenbrengen van zoveel verschillende dichters en schrijvers uit zoveel verschillende periodes als Claes hier doet – en eigenlijk altijd al deed, sla De zonen van de zon, zijn verzamelde gedichten uit 2008 er maar op na – schuilt iets ritualiserends. Het zorgt voor vertrouwdheid, veiligheid en troost. Voorwaarde is dan wel dat de lezer voelt dat de spanning van het persoonlijke onderhuids aanwezig is. Als die ontbreekt, blijft slechts een te bewonderen vorm over.

Ziel van mijn ziel, dat de ondertitel Elegieën meekreeg, bevat vijf afdelingen met in totaal 64 gedichten en nog vierenhalve bladzijde met toelichtingen en verklaringen, door Claes met de grootst mogelijke vanzelfsprekendheid – hij is de verpersoonlijking van het begrip ‘sprezzatura‘ – gepresenteerd.

De bundel opent met twaalf gedichten in een vrij toegepaste sonnetvorm, verzameld onder de titel ‘Dodenmaskers’. Claes geeft de afdeling als motto een citaat van Descartes mee: Larvatus prodeo, ‘Ik verschijn gemaskerd’. Er gaat de suggestie vanuit dat hierin ook Claes’ ik zich zal tonen, maar de verhulling werkt daarvoor al te goed. Van de rouwgedichten voor Montaigne, Mallarmé en Spinoza nam hij ook de vertaling op (van de laatste in het Latijn), het bekroonde gedicht voor Ronsard staat er alleen in het Frans. Verder komen nog Jezus, Vesalius en Borges aan bod. De reeks start met het aan Herakleitos ontleende beeld van de spin als metafoor voor de menselijke geest:

DE SPIN

In mezelf op zoek naar zin
trek ik uit mijn duister traag
wiegend tussen hoog en laag
mijn verwarring als de spin

die verloren in een vraag
zonder einde of begin
zichzelf voelt gevangen in
zijn vergeefse hinderlaag

tot de stille vleugelslag
van een vlinder binnendringt
in het raadsel van het rag

en het sidderende dier
tussen zijn en niet-zijn zingt
op zijn ongeziene lier.

 

De afdeling ‘Animula’ telt twaalf ‘zielgedichten’ voor Christine D’haen. Het is in dichterlijk opzicht verreweg het sterkste deel van de bundel, omdat Claes hier, als Orpheus, ook weet te ontroeren. De titel is ontleend aan ‘Animula blandula vagula‘, ‘Lieflijk fladderend zieltje’, het vijfregelige gedichtje waarin keizer Hadrianus zich kort voor zijn dood tot zijn ziel richtte.
In ‘Zieltje’, de derde afdeling, schrijft hij er 33 variaties op, steeds in de stijl van een andere dichter: Jan Moritoen, Hooft, Vondel, Goethe, Blake, Gorter, Valéry, Bloem, Lucebert, Faverey, Deelder en meer dan twintig anderen. Dit is Nijhoff toegewijd:

HET LIED DER DWAZE ZIEL

Zieltje, moe gezworven
tussen zoete korven,
zweef je van mij henen,
met je lach verstorven
en mijn lied verdwenen.

‘Memento mori’ bevat een aantal meditaties over de dood, uit het Latijn, Italiaans en Frans vertaalde teksten. Het betreft passages uit het bijbelboek Job, het Dies irae uit de Latijnse dodenmis (in een dwingend ritme schitterend vertaald), ‘Dodenkoor’, een indrukwekkend gedicht van Leopardi en Valéry’s ‘Le cimetière marin’. Steeds is de oorspronkelijke tekst mede opgenomen.
Bij wijze van groet vormen de drie doodssonnetten van ‘Vale’ over woestijn, schip en eiland – qua beeldspraak vast met de dood verbonden – het slot van de bundel.

Het eiland van de goden
lokte telkens weer.
Een onbekende bode
brengt ons naar het veer.

Wij komen als genoden
van een vreemde heer.
De veerman van de doden
wacht stil bij het meer.

Uit: ‘Het eiland’


Ziel van mijn ziel
is de zoveelste fenomenale prestatie van Paul Claes, die als immer imponeert met zijn belezenheid en virtuositeit. Dat zoveel vertoon het zicht op de maker dreigt weg te nemen, is haast onvermijdelijk. Het is alsof Claes op een hoog toneel staat en voor een bewonderend publiek in steeds andere verhulling zijn kunsten vertoont. Oprecht en bescheiden, misschien zelf verbaasd het allemaal zo moeiteloos te kunnen. Dat in sommige theaters de zaal weleens angstig leeg kan blijven, zal hij waarschijnlijk nog kunnen billijken ook…

***
Paul Claes (1943) is romancier, dichter, essayist en vertaler. Hij studeerde klassieke, Nederlandse en Engelse letteren en communicatiewetenschappen en promoveerde op een studie over de antieke elementen in het werk van Hugo Claus. Hij doceerde aan de universiteiten van Nijmegen en Leuven en aan de hogescholen van Gent en Antwerpen.

 

Geplaatst in Recensies.