Myrte Leffring – Om je schouders hang ik de nachten

Verwisselde koffers

door Maurice Levano

Om je schouders hang ik de nachten is de debuutbundel van Myrte Leffring. De veertig gedichten kennen een nuchtere toon, die zich goed leent voor romantische onderwerpen.

De bundel met de prachtige titel is verdeeld in drie blokken met titels al even prachtig: Het spinrag aan je vork, De droomloze jaren en De gootsteen op mijn graf. Het eerste blok is gevuld met diverse gedichten, maar komt op me over als een verantwoording aan haar vroegere verlangens. ‘t Zijn droombeelden die ze van hun sokkel af haalt. Ze had een strandhuis willen hebben maar woont niet aan zee, ze schrijft over de zoon die ze nooit gehad heeft, en verhaalt over hoe ze vroeger met haar beste vriendin nog alles kon worden. De vroegere verlangens laten haar los als een bast van een berk, om af te sluiten met een vrije val in het onbekende.

De droomloze jaren lijken de jaren zonder illusies, waarin ze na de val in het onbekende beter weet wat ze wel en niet wil. Groots en meeslepend leven blijkt een verlangen dat wordt doorgeprikt. Het opgeven van sommige dromen, kan nachtmerries schelen. Er moet niets, en mag des te meer.

In De gootsteen op mijn graf is de dichter een paar illusies armer, en wordt zij geconfronteerd met het verscheiden van geliefden,. Het blok vangt aan met een gedicht over haar eigen graf (‘Vrouwenmantel’) en eindigt met een dankbetuiging na een begrafenis.

Behalve luisteren naar je eigen verlangens, is de gemene deler van de blokken voor mij macht en machteloosheid. Machteloosheid door de lust voor iemand in ‘Hij haar’, waarin woorden welhaast over de regels struikelen. Machteloosheid in communicatie in ‘Hereniging’. Machteloosheid in een verhouding tussen kind en demente moeder in ‘Bericht’. Machteloosheid ten opzichte van de tijd in ‘Maandagochtend’ en ‘Vrouwenmantel’. Machteloosheid tegenover het verleden in ‘Gewoonte’ (De Droomloze jaren).

Gewoonte

In de droomloze jaren
deed het er niet toe
‘s middags rumcake bij de thee
en op woensdag huzarensalade,
waarbij ze ook gebruik maakten
van het platte plastic lepeltje en
het meenamen in de afwas

ze leverden elkaar geen streken
op die ene na
en die werd snel vergeven
zoals toen zij in Toscane
met een vriendin erg dronken
heel onbedoeld Benigno had ontmoet
waarna zij zich inniger dan vermoed bruut
had laten nemen onder het oog
van de maagd Maria zelf

zij had hem niet verstaan
maar begreep uit zijn ontroerd
gestamel dat er iets bijzonder moest zijn gebeurd
hij bereed de zegewagen
als geen ander en eenmaal terug
in Bleiswijk-Noord kwam zij hem nooit meer tegen

ze dompelde de varens en
waste haar schort vol vlekken
van jus en mayonaise

vetvlekken zijn de ergste

De dichter weet zich zo in te leven in anderen, dat je haar bijna ziet observeren wie ze (stiekem) beschreef. Ze beschrijft een maandagochtend zo langzaam en langdradig dat op welke dag je het ook leest, als je het uit hebt, is het maandag. Ze heeft een thema. Toch blijft de bundel hangen. Het zijn veelal schematische gedichten, zonder een extra laag of lading die uitnodigt tot nogmaals lezen.
Deels door de nuchtere toon, deels door de soms al te minutieuze beschrijvingen, en misschien omdat hij in een blurb haar werk aanprijst, moest ik denken aan K. Schippers. K. Schippers lukt het goed, soms zelfs bij alleen een reeks details, met een slotopmerking over te brengen wat hem zo trof uit de werkelijkheid. Daardoor wordt K. Schippers’ werk voorzien van een laag die het voorgaande ineens kleur, smaak en geur geeft. Bij Myrte Leffring ontbreekt een dergelijke laag te vaak. Alsof je arriveert in het hotel, en de koffer is van iemand anders. Maar wat er in zit: precies hetzelfde dat jij had ingepakt.

Haar al te nuchtere toets vindt zijn weerslag in de stijl: de titels zijn feitelijk, regels worden naar believen afgebroken, de gedichten blijven droog ondanks het flinke aantal bijvoeglijke naamwoorden, en er komt nauwelijks een originele metafoor of vergelijking in voor. Pas bij de liefdesgedichten wordt er tegenwicht geboden aan de vaak droge, schetsmatige verzen. In Meinacht versterkt romantiek de nuchterheid, niet in het laatst door de zinnelijke en doorleefde woordkeus.

Meinacht

Vulde mijn vuist
jouw tastende hand

hielden mijn slapende krullen
op het onwetende kussen
jou uit de slaap

probeerde je
de gedachten te sussen
hoe klein en hoe eindig en
kwetsbaar ik leek

en dacht je
zeker te weten
dat ik dat niet wist
en dat ik voelde
hoe jij naar me keek

Meinacht’ wijkt af van de andere gedichten, die meestal geen verhalende structuur of plot hebben. Twee andere liefdesgedichten, ‘Belofte’ en ‘Bekend’, wekken de verwachting dat de dichter op de zelfde wijze romantiek de nuchterheid laat versterken. Maar de slotregels verschillen zo weinig van de eerste strofe dat ze niets toevoegen. Bij het uitpakken van je nieuwe koffer met dezelfde spullen, kijk je rond in de hotelkamer. Het gevoel bekruipt je dat je hier eerder bent geweest.

Belofte

Ruik eens aan mijn schouder
en aan mijn sleutelbeen
voel eens aan mijn strakgespannen kuit:
de zomer komt eraan

mijn knieën wisten het
eerder dan ik

Bekend

ik herkende je blik
voordat ik je ooit had gezien

het gevoel thuis te komen
zonder te zijn weggegaan

***
Myrte Leffring (1973) is dichter, redacteur en literair docent. Zij draagt voor op diverse podia, onder meer met haar eigen programma Dichter aan de vleugel.
Een aantal gedichten verscheen eerder in Het Liegend Konijn, Passionate Magazine, Meander en Poëziekrant.

 

 

Geplaatst in Recensies.