Gedichten

de ingestelde code
In een schijnbaar alledaagse situatie, zegt
de winnende dichter, schuift iets

ongemakkelijks, zoals, denk ik, je hand
over een ruw oppervlak, de

theedoek over de houten snijplank, fluweel
tegen de draad in, kijken naar

het hoofd dat rolt, een afgedwongen kus,
een handeling met

ongewenste gevolgen. Hij bedoelt mijn
gedichten, ik het leven.

Het was zo cool, zegt een andere collega,
je naam te horen afroepen.

Mijn billen schuurden een beetje over de
stoel en mijn hakken schraapten.

(9 februari jl,
nav. opmerking van Laurens Hoevenaren bij het winnen van de Turing)

iets anders dan schrijven
Als na een goede maaltijd meteen de borden
wegnemen of ook

bij kaarslicht in één keer alles uitblazen en
dan de lampen aan of

geen verdriet te hoeven voelen bij het verlies
van, niet mogen denken aan.

Niet afstappen bij de mooiste bloemen in het
gras, niet dat lichaam

te laten liggen waar het was, zo moet het boek
meteen in haar kaft

op de bovenste plank rechts. Zo lees ik nooit
meer in haar bundels,

zo snel wil ik eigenlijk niets te maken hebben
met mezelf of de ander.

(4 februari 2014)

pardon
Terwijl het dorp me probeert te omarmen, met
dunne grijze takken en zwarte vogels

en veel zangerige gesprekken bij de vrijdagse
viskar, kotst de stad me uit.

Straten breken zich op, gebouwen verdwijnen
van hun vaste hoek, bewoners

geven niet thuis. Mijn hakken scherpen zich
aan haar straten, mijn fiets valt

voorbij het rek. Oliebollen lokken reizigers
uit hun treinen, de wind waait

voorbij de kerk, glas ligt gebroken naast een
auto, een stuurse man noteert.

De vrouw met de hondjes loopt dezelfde route
alleen dit keer ziet ze me niet.

(29 november 2014)

Geplaatst in Gedichten.