Gedichten

Vakantie

Wij waren weer terug uit het andere land.

Weiden zagen we, klavers en honing,
watervallen, bedden van het zachtste mos. 
Jij wilde geisers en rotsen.

Wij hoorden het lied van lijster en riet, 
snoven de geuren van wikke en winde.
De hars op je handen wilde je niet.

Wij dwaalden door bossen zagen faunen
en nimfen verbeeld in de tuinen.
Maar jij daalde in steengroeven af.

Dagelijks beklommen wij de gelaagde terrassen, 
of lagen in vruchtbare bedding beschut.
Het was een woestijn die jij doortrok.

We overbrugden een kloof
die we niet wilden dichten,
namen de douche van elkanders oase voor lief.

Medusa

Vandaag alleen naar het strand geweest.
Een harde wind joeg schuim
in mijn gezicht, op het water
een schittering die haast verblindde.

Ik gooide stenen naar een paal,
trapte een fles kapot, de scherven
als een boodschap in het zand.

De slaaf die voor mij kruipt
zal zich gemeen verwonden,
de held die voor mij valt
wordt pijnlijk afgeschrikt.

Aan mijn triade doen er twee 
niet mee. Wat is er toch gebeurd
dat ik ineens gedichten schrijf,
de haren uit mijn hoofd?

Portret

Nimmer blijer een prins
gezien dan die engel
zoals hij stralend
te laat komt, de faun
die maar doorlacht, als page
toch geen meesters dient.

Hoe hij ons met zijn
verlegen onschuld om
de vinger windt, het kind
dat zijn plaats zo
schaamteloos kent.

Vroeger of later

Nog even over de tijd,
waarom die niet verdwijnt
uit mijn gedachten, mij
bezighoudt bij wat ik laat of doe.

Het is dat tijd niet over zijn
hart strijkt maar over het mijne.

Dat snoeien altijd moet in groei
en ongemoeid blijft de molm.

Het oog op de tak die zal botten.
Bast tussen schors en spint.

Het mooiste van Den Helder

Het mooiste van Den Helder
is het kerkje van Den Hoorn

als je in het late ochtendlicht
alleen staat op de dijk

en vanaf deze overkant
de zee voorzichtig deint

naar het nabije land dat over
verre horizon getild zal wijken.

Het is daar dezelfde hemel
niet die je hier ziet.

Stroom

Het was een vakantie van niets
doen, van overgave aan zon,
zee en wind, we gaven ons bloot
waar we konden, we verschoten ervan.

We lazen ons bij, boekten opgelucht
tijdwinst op wat nog zou komen,
voelden eigen natuur, een herkenbare
toon die ons niet had ontluisterd.

We liepen veel samen, waadden nooit
dieper dan buiten de stroom.

Boven ons hoofd speelden gierende
vliegers, we vreesden hun val.

Vloek

Ik zat thuis ik was vrijwel
alleen ik moest uit mijn hoofd

veel kon ik niet verder
verdragen bijna niets

ons was een vloek waar
geen verbond tegenop kon

nooit was ik verder van huis
zoveel onrust ik kon daar niet bij.

Licht

Zoals je omdat je jezelf niet vertrouwt
terugkomt op een goed besluit

spijt krijg van je gelijk en ongelijk
zo houd je soms van iemand om

wie hij had kunnen zijn als hij niet was
wie hij werd zonder jou. En met.

Je kent de plaats van aarde en zon
weet bloedrood de maan maar blijft

blind in de mist en de wolken.
Later zie je de beelden die anderen

maakten, ze zijn je vertrouwd als
een afstand die je dagelijks aflegt.

In mei 2000 kreeg ik een e-mailbericht van Joop. Dat was niet ongewoon – het meeste redactiewerk voor Meander werd via de mail gedaan. Dit bericht was anders: het bevatte een *Liechtensteiner sonnet, bedacht en kort ervoor in Meander geïntroduceerd door Chris Coolsma. Joop had zich uitgedaagd gevoeld, een ‘Liechtensteiner’ geschreven en die aan Chris gestuurd, met een kopie aan mij. Ik liet me op mijn beurt uitdagen en mailde er een aan beide heren. Nadat zich in Ans Wijnstroot een derde adept had aangediend, stuurden we elkaar gevieren binnen zes weken meer dan honderd spotsonnetten toe. Er volgde een ontmoeting, we luidden in Meander het jaar 2000 uit met Liechtensteiners en gaven een bundel uit.
Joop schreef meestal gedichten in vrije vorm die je niet bepaald onder de noemer ‘light verse’ kon brengen. De Liechtensteiners waren Spielerei in een strakke jas. Maar ook die jas paste hem.
Edith de Gilde

Zondigheid

Van zeven zonden is er één
die mij het meeste tegenstaat.
Onkuisheid niet, die doet geen kwaad
en gulzigheid straft zelf meteen.

Uit gramschap vallen wij uiteen
en nijd betaalt terug met haat;
de gierigheid brengt niemand baat,
om hovaardij lacht iedereen.

Maar traagheid zoals die verschijnt
in vormen van lamlendigheid,
in luiheid die om uit- en afstel dreint,

is iets dat alles ondermijnt.
De lijders dienen gekastijd
met lat en zweep, op ’t weke achtereind.

*In het Liechtensteiner sonnet bevatten de meeste regels vier jamben. Alleen de laatste regels van de beide terzinen tellen er vijf. Het rijmschema is abba/abba/cdc/cdc. In het octaaf wordt een ‘rekening’ gepresenteerd die in het sextet met rente (vandaar die extra ‘voet’) wordt voldaan.

De gedichten werden geselecteerd door: Yvonne Broekmans, Edith de Gilde, Hans Puper, Lennert Ras en Antoinette Sisto. Achtergrondfoto’s: Antoinette Sisto. Foto Joop Leibbrand: Jasper Leibbrand.

‘Vakantie’ en ‘Medusa’ komen uit:
Frieda SnelWacht maar
Bellevue, Noordwijk, 2001
‘Portret’ en ‘Vroeger of later’ komen uit:
Joop LeibbrandVroeger of later
Bellevue, Noordwijk, 2003
‘Het mooiste van Den Helder’ en ‘Stroom’ komen uit:
Joop LeibbrandWaterpas. Helderse gedichten
HDC Media, 2010
De gedichten uit deze bundel verschenen eerder in de Helderse Courant
‘Vloek’ en ‘Licht’ komen uit:
Frieda SnelKruisgang
De Manke God Uitgeefhuis, 2013
‘Zondigheid’ komt uit:
Chris Coolsma, Edith de Gilde, Joop J. Leibbrand en Ans Wijnstroot
Mogen we even afrekenen? 52 Liechtensteiners
Servo, Assen, 2001
Geplaatst in Gedichten.