Dingen die eigenlijk niet uit te leggen zijn

Geert Jan Beeckman (Welle, 1961) publiceerde zijn derde dichtbundel Bloedgroepen in 2015 bij Uitgeverij P. Hij won voor zijn debuut de Herman de Coninckprijs in 2008. Zijn gedichten verschenen in tijdschriften en bloemlezingen zoals De 100 beste gedichten 2013. Verder leverde hij gedichten aan voor tentoonstellingen in combinatie met beeldende kunst en is hij verbonden aan het S.M.A.K. waarvoor hij recensies en impressies schrijft bij tentoonstellingen en installaties.

Je hebt drie bundels poëzie gepubliceerd. Is er een verband qua thema tussen die drie bundels?
In elk van deze bundels vinden we terugkerende thema’s. Dood en vervreemding, eenzaamheid en vergankelijkheid bijvoorbeeld. Zeker in de eerste twee bundels zitten gedichten, op het eerste zicht misschien luchtige gedichten, die deze thema’s aanvoeren, scherp contrasterend met de focus op licht en zien. Licht, of het gebrek aan licht is heel belangrijk in mijn werk, omdat ik dikwijls in beelden schrijf, in een filmische zegging, waarmee ik het spel van de taal en van mijn poëzie wil beheersen. Als een schilder met woorden. Je evolueert weliswaar, maar of je daarmee de aard van het beestje wijzigt?
Op dit moment bijvoorbeeld ben ik reisgedichten aan het schrijven. Dat is wat anders, toch sluipen daar ook weer die invloeden in. Zeker, minder nadrukkelijk dan in al het vorige, maar ergens in een hoek dreigt dan toch weer hun taal. Het zal mij benieuwen waar deze nieuwe verzen mij heen brengen. Want al heb ik er geen geheim van gemaakt ooit een bundel te willen schrijven met uitsluitend reisgedichten, je weet nooit waar gedichten je brengen. Ze nemen het nogal eens van je over.
Een lezer zal qua verband ook opmerken dat in mijn drie bundels al wel wat reisgedichten staan maar een hele bundel met alleen maar reisgedichten is er nog nooit gekomen. De toekomst zal uitwijzen of dit nu wel het geval zal zijn.

In hoeverre verschilt deze nieuwe bundel Bloedgroepen van de vorige twee?
Bloedgroepen is mijn meest persoonlijke bundel geworden. Plaats, tijd en gebeurtenissen eisten hun plaats op in teksten die zich uiteindelijk gingen presenteren als het nu van mezelf. De bundel opent met de afdeling Bekentenissen, vrijplaats voor een mentaal gebied dat ik eerst onder woorden moest brengen voor ik met de rest van de bundel verder kon. Een vrijplaats, waar ondanks de definitie van dat woord, poëzie breekt op de grens en tijd een moordenaar is. Bekentenissen opende daarmee een deur op mijn eigen persoonlijke poëtica.
Ik denk dat daarin het verschil zit met mijn twee vorige bundels. Ook telt deze bundel meer gedichten dan de vorige bundels, bijna een vijftigtal. Of dit volume aan gedichten te maken heeft met het feit dat ik gegroeid ben in mijn poëzie, laat ik graag in het midden. De lezer moet daarover oordelen.

Hoe lang heb je over de bundel gedaan? Hoe is de totstandkoming in zijn werk gegaan?
Schrijven doe ik bijna altijd, ook als ik niet schrijf zou je kunnen zeggen. Bij de publicatie van mijn vorige bundel Hersenneerslag, had ik al wat nieuwe gedichten op de plank liggen. Gedichten die het in zich hadden een groter geheel te vormen met gedichten die ik nog ging schrijven. Zo evoceert het een het ander en kwam er zicht op een nieuwe bundel. Het is een proces en dat heeft zijn tijd nodig. Het duurde een kleine drie jaar voor er van een echte bundel sprake kon zijn. Je schrijft veel, maar je kiepert ook heel wat overboord. Je moet streng en kritisch zijn voor jezelf. Een andere manier van werken bestaat niet. Je schrijft, je legt weg, na een tijdje neem je het weer ter hand. Afstand nemen maakt dat je oog beter valt op wat er nog aan schort. Tijdens zo’n proces zijn verschillende dingen van invloed op de gedichten, je interesses, maar ook wie je op dat moment bent of wat je overkomt. Gedichten maken mij daarom altijd vollediger als mens, je ervaart de wisselwerking tussen schrijver en zijn gedicht. Mijn uitgever vraagt regelmatig hoe het zit met nieuw werk, maar ik laat me niet opjagen of verleiden tot een publicatie waar ik nog niet helemaal tevreden over ben.

De bundel Bloedgroepen heeft een abstracte stijl volgens het persbericht en zoals je al zei een donkere kant. Wat bedoel je daarmee precies. Kun je een voorbeeld geven?
Om op die vraag te antwoorden moet ik verwijzen naar de invloeden op mijn werk. Niet zozeer is mijn poëzie beïnvloed door andere dichters en hun schriftuur, maar veeleer door andere kunsten zoals muziek, film, fotografie, schilderkunst en dergelijke. Die kunsten hebben een taal die ik versta, waar ik van hou, waarmee ik aan de slag kan gaan. Ik denk dat dat poëzie oplevert die enigszins verschilt van de meeste andere en die ook het dichtst bij me staat. Voorbeelden als het gedicht ‘Streek’ waarin de regels: ‘achter dit schrijven zit een binnenland/wie daar woont moet een dichter zijn’. Wat verder lees je dan dat ‘de dood eerst langs het geslacht strijkt/want het is een hele streek een gedicht’. Een taalspel rond de dubbele betekenis van het woord streek, als ten eerste een gebied en ten tweede de verleden tijd van het woord strijken. Het is een vorm van strelen, zachtjes strijken langs de veelkantige taal, met het ijzige van de dood onder de leden. Dus ja, toch wel dat donkere.

Je vermeldt op de achterflap dat je verbonden bent aan het S.M.A.K. waarvoor je schrijft . Wat is dat voor instelling?
Het S.M.A.K. is het Stedelijk Museum voor Actuele Kunst in Gent. Ik schrijf daarvoor weleens een impressie bij tentoonstellingen of installaties. Jammer dat ik er dikwijls te weinig tijd voor heb, want het trekt mijn wereld naar de poëzie toe verder open. Ik schreef over Berlinde De Bruyckere , Ed Templeton, Jorge Macchi en andere kunstenaars. Het is fascinerend om te zien hoe zij te werk gaan om hun taal over te brengen op de toeschouwer, de lezer van hun werk. Het is steeds boeiend te ontdekken welke invalshoeken zij gebruiken, in welk oog ze willen thuiskomen bij de bezoeker van hun werk. Het sterkt mij in de overtuiging dat je als kunstenaar geen invloed te veel kunt hebben. Je put eruit, neemt mee wat je kan dienen en gaat daarmee je eigen weg. Want een eigen taal bestaat uit vele andere talen en dingen, ook uit dingen die eigenlijk niet uit te leggen zijn.

Hoe waren de recensies van deze bundel?
Recensies laten altijd lang op zich wachten. Dat kan maanden duren. En ook, over poëzie verschijnen steeds minder en minder recensies. Een jammerlijke tendens, maar het is niet anders. Zeker in de literaire bijlagen van kranten is het aantal drastisch naar beneden en die schaarste maakt dat de keuzes bijna altijd vallen op de écht bekende namen. Over kwaliteit alleen gaat het allang niet meer. Over Bloedgroepen verscheen nog maar een enkele recensie, in Meander, geen positieve als je het mij vraagt. Maar goed, beter een recensie dan geen recensie en helemaal negatief was het nu ook weer niet. Normaal gezien zal Poëziekrant er ook nog een bladspiegel aan wijden, en ook het literaire Dighter. Verder is het afwachten. Bij zo’n recensie moet je ook altijd het subjectieve karakter van een mening meerekenen. De een kan je werk pruimen, de ander niet. Je wint wat, je verliest wat. En of een recensie een bundel maakt of kraakt? Als ik de lovende commentaren hoor van collega-dichters, niet de minste, stelt mij dat gerust. En tenslotte blijven de lezers die je werk kopen het belangrijkste. Een conclusie waarmee je kunt en moet leven als dichter.

Geplaatst in Interviews.